
Half onttakeld nest –
de kraaien heengevlogen
en wind, en wind, wind
_____

Foto: Coen Weesjes
Wateren rusten
in oneindige luchten –
zwanen gaan er voort
_____

Balatonmeer, Hongarije 1931 | Eva Besnyö | In: Monografieën van Nederlandse fotografen, dl. 9, 1999
De foto hierboven is zo iconisch dat je bijna vergeet dat – ie ooit gemaakt is. De afgelopen tijd kwam ik hem overal tegen: ach ja, dat zigeunerjongetje.
In het Kunstmuseum in Den Haag zijn ze deze week druk bezig de iconische foto een plek te geven in de overzichtstentoonstelling van het werk van Eva Besnyö (1910-2003). Komende zaterdag opent die. Deskundigen moeten maar zeggen wat zij d’r van vinden. Als ze maar niet verdwalen in hoogdravendheden over de Nieuwe Fotografie.
Ik vond nog twee foto’s die Besnyö toen maakte:


Ik bedoel: dat van die diagonalen en dat bijzondere perspectief is ook wel ‘zonder verdere explicatie’ te zien. Wat zag Besnyö? Behalve dan natuurlijk haar camera. En die diagonalen.
Zestig jaar later woonde ik in Buda aan een straat als op de bovenste foto. ’s Nachts kon je aan de honden horen hoever een verlate passant in de straat gevorderd was. Verlichting was er niet. Die honden moesten maar niet los lopen. Alleen voor bekenden werd de poort ontsloten. De honden bleven aan de ketting, hun hele armzalige bestaan.
Van ‘de zigeuners’ wist ik niet heel veel, wél dat de muziek die je in restaurants hoorde met echte zigeunermuziek niks van doen had. Maar dat die muzikanten waren wel degelijk Cigányok waren (Romák zeiden ze zelf liever) dat zag je ook zo. Slechts een heel klein gedeelte van die cigányok verdiende zo hun brood. Hoe de anderen dat deden? Die stalen natuurlijk, beweerden de Hongaren, allemaal. Ze waren ‘een probleem’. Het ‘zigeunerprobleem’. Dat lag naast de ‘Judenfrage’. Hoe het afliep weten we allemaal. Hoeveel Roma en Sinti er nu precies zijn weet niemand. Ze hebben redenen om hun herkomst te verzwijgen. Nog steeds.
Hoe heet het jongetje op de foto? Is dat zijn vader? Zijn dat zijn twee broers? Neven? Wat speelden zij? Moest – ie niet naar school, of was het misschien zondag? Of misschien vakantie? Wat betekende vakantie dan voor dat jongetje?
Hoeveel forint kregen ze voor hun spel? Wat konden ze daarvoor kopen, voor thuis? Hoeveel mensen was ‘thuis’? Hoe ver lopen? Hoe ver van de huizen waar de Hongaren woonden? Hoe ver van de rest van de wereld?
Ieder heeft zo zijn of haar persoonlijke beleving bij die foto. Maar ik kan het woord ‘iconisch’ niet meer horen. Of ‘esthetisch object’. Isten őrizz. Waarom dit zo is? Hierom:

Aylan Kurbani, het Syrische jongetje dat in 2015 aanspoelde bij de kust van Bodrum. | Reuters. Óók een iconische foto.

Ganzen boven Texel | foto Jack Wolde
Wolkengevaarten
hangen waterzwaar te zijn –
ganzen haasten zich
___
Opm.
(Naar aanleiding van de leeswijzer van gisteren). Nee, een haiku is geen commentaar op de politieke weersomstandigheden. Met die wispelturigheid blijf je bezig. Ik probeer alleen maar thuis te geraken in de seizoenen, het grote in- en uitademen van de natuur.
Voor de vogels is de herfst al lang begonnen. Zangvogels zijn afgelopen maand al naar zuidelijker en zonniger oorden vertrokken, vanuit het noorden trekken nu steltlopers en ganzen het land weer binnen. Hun korte broedseizoen in de poolstreken zit er op en in dit Waddengebied strijken ze uitgeput neer. Er is voedsel genoeg om weer op krachten te komen, op de schorren en de slikken, in de grazige weiden achter de dijken. Sommigen trekken nog verder, maar de ganzen blijven hier, de hele winter. Tot verdriet van veel boeren, begrijp ik. Maar ja, dan moesten ze maar eens ophouden de tafel te dekken met Engels raaigras. (Wordt het nou toch nog politiek?)

Zelfs tegen de wind
houden halsbandparkieten
nog hun kletspraatjes
_____
Opm.
En nou niet meteen aan Mona Keijzer denken, hoor!

Zee zonder einder –
meeuwen witter dan de mist
nemen stom de wijk
_____
Opm.
Wij spraken over het kwaad in de wereld. Wat Poetin doet is een groot kwaad. Wat Netanyahu doet is een groot kwaad. Wat Trump doet is een groot kwaad. Wat Xi Jinping doet is een groot kwaad. Er kwam geen einde aan onze litanie.
Was alle natuurgeweld ook een groot kwaad? Er is veel leed in deze wereld. En al dat leed is hartverscheurend. Maar de natuur is ook de natuur maar. Wat kon die gletsjer daar aan doen? Of dat verdrogend landschap?
Toen kwamen we te spreken over het kwaad in de mens. Dit werd een andere litanie. Aan kyrie eleison kwamen we niet toe, we hadden ’t zelf gedaan. Het ging om hebzucht. Het ging om kortzichtigheid. Het ging om onverschilligheid. Deze drie maakten het hart koud. En het kwaad en een koud hart gaan altijd samen.
Toen werden we zelf kwaad. We wilden bepaalde mensen wel eens op het gezicht timmeren om verder te kijken. We vervloekten hartgrondig de hebzucht in de wereld. Met heilig vuur zouden we koude harten ontdooien. De woorden in deze litanie waren niet fraai, dat zagen we ook wel in. En indruk zouden ze zeker niet maken op de hebzuchtigen. Noch op de kortzichtigen, of de onverschilligen. Onze razernij viel stil.
En toen?
En nu?

Meeuwen kantelen,
jagen spoorloos op de wind
hun roep achterna

Amsterdam 28 augustus 2026
l.s.
wegens de gebeurtenissen in de wereld
gaat de klimaatdemonstratie zaterdag niet door
de demonstratie wordt nu gehouden
op zaterdag 12 september (over veertien dagen)
ook weer op de Dam om 13.00 uur

“Ever tried.
Ever failed.
No matter.
Try again.
Fail again.
Fail better.”
Samuel Beckett, Worstward Ho (1983)

Veenreukgras (Hierochloe odorata) | Foto Krzysztof Ziarnek
Zonder erg moet ik er honderden malen langs zijn gelopen, of zelfs op hebben gestaan met achteloze voeten: veenreukgras. Rook ik dan niks? Het is te vinden langs vochtige weiden en aan waterkanten, hier dus in het veenweidegebied van Westelijk Nederland, in het Waterland. Nu ik mij er in verdiep vanwege mijn lezen in Een vlecht van heilig gras; Hoe de natuur, wetenschap en traditionele kennis ons leren respectvol met de aarde om te gaan (Robin Wall Kimmerer, 2013/2020) kringelt er een weer een herinnering aan die geur langs mijn neusvleugels. We fietsten naar Marken, het was in het late voorjaar, de zon scheen al behaaglijk en het vest kon al uit. We hoorden weer grutto’s, goddank, zagen kemphanen in de plassen, en overal scharrelden ganzen. En we roken de geur van pasgemaaid gras dat hooi aan het worden was. Díe geur. Het was de geur van geluk. Van iets van lang geleden en wat toch heel vertrouwd was. Het was geluk.
Het boek van Wall Kimmerer lag al een tijdje te wachten op de stapel Ongelezen en toen ik daar dan eindelijk mee begon duurde het nog weer een hele tijd voordat ik ’t uit had. En nu ligt het al een flink poosje op mijn schrijftafel te wachten op wat ’t lezen met mij deed. Á la recherche du temps perdu, zoiets. De ongrijpbaarheid van een geur. De ongrijpbaarheid van geluk.
Ergens halverwege het boek kwam ik pas op het idee om eens precies uit te vissen over welke grassoort Wall Kimmerer het nou eigenlijk steeds had. ‘Heilig gras’ rook mij te esoterisch, onwelriekend als de geur die uit het glossy Happinez opstijgt. Daar verwarren ze parfumerie met spiritualiteit. Instant ‘zen-momentjes’, het woord alleen al.
Maar toen het mij duidelijk werd dat de Potawatomi, het inheemse Noordoost-Amerikaanse volk waaruit Wall Kimmerer stamt, verering hadden opgevat voor gewoon gras, nou ja, geurig gras, en dat dat gewone gras hier ook gewoon langs de waterkant groeit, en dat dat onooglijke plantje ook hier te lande en feitelijk in heel West Europa tot vóór de rampzalige industrialisatie van de landbouw gekend werd, en om de geur gezocht, en in deuropeningen gehangen, pas tóen kantelde er iets in mijn beleving. En verdween de geur van mijn aanvankelijke wrevel uit mijn neusgaten. En kon ik weer ruiken.
Het tuimelt nog te veel in mijn hoofd om nu iets zinnigs over dat wonderlijke boek op te merken. Het is wetenschap en oeroude kennis ineen. Het is een geschenk.
Misschien is het ook nog wel de wrevel, die mij altijd overvalt als ik onafgebroken landerijen met geurloos Engels raaigras ingezaaid zie. En daarboven een onnozele boerengrijns die dat voor het mooiste op aarde houdt: ‘Dit landschap wordt u aangeboden door de moderne land- en tuinbouw’. Die wrevel is niet heilzaam. Maar ’t zal anders moeten, dat weten boeren inmiddels zelf ook wel.
In de geschiedenis van de mensheid was het een lange weg van de ontdekking van wat je allemaal met gewoon gras kunt doen naar de veronderstelde huidige zegeningen van Engels raaigras. Op die weg is er veel waardevols en bruikbaars ontdekt, je kunt er manden van vlechten bijvoorbeeld. En bij de juiste keuze tarwe, rijst en mais van oogsten.
Maar er is ook veel verloren gegaan en niet alles wat waardevol is hoeft bruikbaar te zijn. Het belangrijkste daarvan is het gevoel van dankbaarheid, dat uit het hele boek opstijgt, als een geur van lang geleden. Veenreukgras geeft die geur af zonder er iets voor terug te vragen. Wat een geluk.