Beeld: Ton Albers (1923-2017), Gezicht op Vlieland (ongedateerd)
DE VOORPOST
Mijn belegerd leven lijkt soms een voorloopige
Vestiging voor een toekomstig rijk;
Ik moet het houden, doe vaak wanhopige
Pogingen om ontijdig op te breken,
Als ik lijd aan ’t heimwee naar de zalige streken
Die ik verdedig en zelf nooit bereik.
J.J. Slauerhoff, Serenade, 1930
_____
Opm.
Als kind kwam Slauerhoff (1898-1936) vaak op Vlieland. Zijn moeder was Vlielandse en logeren deed hij bij haar zus aan de Dorpsstraat. Zijn hele leven denkt hij daar vaak aan terug, als hij over alle oceanen en de zeeën van het leven zwerft. Dat leven was kort, en intens. Een gedenkplaat herinnert nog steeds aan zijn verblijf op Vlieland als jongen. Maar herinneringen beitel je natuurlijk niet in een plaquette.
Vlieland lag aan het begin van de vorige eeuw niet aan het einde van de wereld, het wás de Andere Wereld. De Afsluitdijk lag er toen nog niet. Nee, ik romantiseer niet maar de Waddenzee lag er toen heel wat florissanter bij. De plaag van het toerisme had toen ook nog niet om zich heen gegrepen.
Slauerhoff zelf zou gemelijk op het epitheton romanticus hebben gereageerd als hem dat omgehangen zou worden. ‘Burgerlijke smalltalk’. Hij zet zich in de jaren ’30 aan het schrijven van twee samenhangende romans: Het verboden rijk (1932) en Het leven op aarde (1934). Aan het einde van die tweede roman laat hij de Ierse marconist Cameron in de woestijn een radio-ontvangsttoestel in elkaar knutselen om zich het vege lijf te redden. Als hij inschakelt gebeurt er eerst niks, geruis, geknerp, maar dan: “Ik hoorde een man zich beroemen op de onder zijn leiding behaalde zegepraal van het gezonde mensenverstand, op een staat en orde verwoestende waanzin die de westerse wereld had bevangen, hoog opgeven van de materiële en ideële voordelen die een uitverkoren volk onder zijn leiding had behaald en nog zou behalen als het hem blind en volledig vertrouwen bleef schenken, het hoefde alleen te volgen, niet meer zelf te denken.”
We herinneren ons de genieën uit de jaren ’30: Hitler, Stalin, Mao Zedong. We kennen de genieën uit onze tijd.
De roman eindigt met een gigantische explosie van een pas aangeboorde oliebron. Over de zegeningen die de petrochemische industrie ons in de twintigste eeuw bracht maar een andere keer.
Slauerhoff had nog een vervolg in z’n hoofd om de trilogie te completeren. Daaraan is hij wel begonnen maar het stokte, ofschoon hij nog tijd van leven had. In plaats daarvan schreef hij de novelle De opstand van Guadalajara (1937), over een glazenmaker die voor een messias wordt gehouden. Met rampzalige gevolgen.
En ik denk aan Slauerhoff als ik weer eens op de veerboot naar Vlieland zit. Naar hoe het geweest is, zo rond 1900, 1910. En ik kan wel janken. En nee, ik ben geen romanticus.
Vanmorgen dit gedicht naar aanleiding van de grote ceremonie van gisteren waarbij de koning namens het huidige kabinet van alles zei maar verzuimde een zinnig woord te wijden aan de natuur. Terwijl daar toch alles mee begint. Iedere ochtend.
Mensen lopen over de drooggevallen bedding van de Donau nabij de stad Ruse op 21 augustus 2026 | Foto Nikolay DOYCHINOV /AFP
De bruid
Ik dacht dat ik geboren was voor verdriet
en nu ben ik opeens een lied aan ’t worden, fluisterend door het ijle morgenriet. nu smelt ik weg en voel mij openstroomen naar alle verten van den horizon, maar ik weet niet meer waar mijn loop begon.
de schaduwen van blinkend witte wolken bespelen mij en overzeilen mij; en scholen zilvren visschen bevolken mijne diepte en bliksemend voel ik ze mij doorschichten en mijne wateren alom doorkruisen en in mijn lisschen vluchten
zij zijn mijn kind’ren en mijn liefste droomen
ik ben nu volgegoten met geluk. de tranen die ik schreide en de zuchten zie ik vervluchtigen tot regenbogen die van mijn oogen springen naar de zon.
waar zijn de bergen van den horizon?
ik zie ze niet
H. Marsman, Porta Nigra, 1934
_____
Opm.
De huidige minister van Infrastructuur en Waterstaat over de penibele waterstand in onze rivieren de afgelopen hittemaand: ‘Tja, wij kunnen het niet laten regenen.’ Je zou zo iemand.
Het woord klimaat is trouwens in Den Haag ook door geen enkele andere bewindspersonen in de mond genomen. Nou ja, misschien in de samenstelling vestigingsklimaat. Je zou ze.
Vanaf zondag ben ik met een tweekolommenschema bezig: wel of niet deelnemen aan de Klimaatmars van aanstaande zaterdag? De stand in de kolom PRO is nu 271. En CONTRA: 271. Welk druppeltje doet welke emmer overlopen?
Nu ik er vanochtend nog eens naar kijk voel ik mij beteuterd. Voor boekhouden heb ik niet doorgeleerd. Juist uit mijn twijfel spinnen investeerders nylongaren.
Hier in Europa stond alles in de fik. In de Himalaya raken zelfs de hoogste bergen ontregeld. En nee, de schaarste aan water hier wordt niet in evenwicht gehouden door de vernietigende watermassa’s daar. ‘k Ben de minister niet.
En het gedicht van Marsman ga ik niet uitleggen. Al zou dit vreugdeloze en stagnerende kabinet het best als richtinggevend mogen lezen.
Nevelverscheurend kraait een haan vanuit onzichtbare tuin achter vage huizen, het rozerood van de dageraad al in top.
In een andere tuin voerde ik grootmoeders kippen nadat een andere haan mij had gewekt op de donkere vliering die geurde naar appels.
Ik hoor dit nu, ik zie dat nog. Het blijft bij me en ik kan het niet vasthouden al zou ik zelf een kippenhok gaan bouwen (ik zou dan trouwens ter vervolmaking die gedempte stinksloot achter de tuin ook opnieuw moeten graven).
Jan Eijkelboom, Wat blijft komt nooit terug, 1979
_____
Opm.
Achter vlag of vendel gaan lopen marcheren roept maar ongewenste herinneringen op, vooral voorbij Nieuweschans of Oldenzaal. Daarvan moeten de campagnestrategen van de AfD zich bewust zijn geweest. Dat zij de Simson-bromfiets nu inzetten als vertederend voertuig voor hun bedenkelijk gedachtegoed mag geniaal heten. De bedelnap van de geuzen steekt er maar schamel bij af. In Sachsen-Anhalt bettelt mann nicht. Ausweichen! In Sachsen-Anhalt beweegt men zich brommend naar een geweldige toekomst. Die lijkt sprekend op een gedroomd verleden.
Over de donkerbruinigheid van dat gedachtegoed hebben anderen zich vooral de afgelopen dagen al geschokt opgewonden. Dat was tamelijk laat: je kon de brommertjes al mijlenver horen knetteren. Ook hier te lande. En in Frankrijk. En Engeland. En de joe-es-ee. Verbijstering over de gunstige verkiezingsuitslag voor AfD (of voor Rassemblement national, Reform UK, MAGA) is ronduit naief. Over Forum voor Democratie, de PVV en andere bedenkelijke voertuigen op de rechterrijbaan, tractoren inbegrepen, al mogen die helemaal niet op de snelweg, later maar eens.
Alle mensen in Sachsen-Anhalt nu van staatswege een elektrische Volkswagen aanbieden is geen goed ID, daarmee bezweer je ‘het kwaad’ niet. Die knetteren niet. Die geuren niet naar motorolie. Die hebben geen staalborsteltje nodig om de bougie weer te laten vonken. Daarmee spreek je niet af op een troosteloos veldje ergens ver van de bedreigende wereld. Daarmee deel je niet met andere Simsonrijders het gevoel dat je er toch maar mooi op gekomen bent, diese ganze verdammte Strecke.
Hier helpt geen redeneren tegen. Nostalgie is de strategie.
Ik verlang ook wel eens naar een natuur zoals die er was vóór Thijsse daarover begon te schrijven, toen er nog nauwelijks automobielen waren. Bijna schreef ik ‘verlangde terug’ maar dat kan natuurlijk niet. In mijn jeugd verbeten de mensen zich ook al in de file op weg naar de toekomst. Het geheugen doet rare dingen met je als je iets heel erg verlangt. Zelfs als je niet precies weet waarnaar je verlangt. Of misschien juist dan.
Die brommer is niet meer dan een symbool. Maar toch, het is een krachtig symbool. Heeft de democratie voldoende vangrails?
wegens de gebeurtenissen in de wereld gaat de klimaatdemonstratie zaterdag niet door de demonstratie wordt nu gehouden op zaterdag 12 september (over veertien dagen) ook weer op de Dam om 13.00 uur
Een Iljoesjin-76 bij brandbestrijding in Servië | foto AFP
POËZIE
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:
zo helpt poëzie
Herman de Coninck, Met een klank van hobo, 1980
_____
Opm.
Het vuur raast op dit continent, ook in De Hoge Venen. Herman de Coninck (Mechelen 1944 – Lissabon 1997) kende dat gebied. De precieze aanleiding voor het schrijven van dit gedicht en de hele bundel doet er nu even niet toe.
Het wonderlijke van goede poëzie is de universele toepasbaarheid. Misschien had zijn dochtertje toen inderdaad koorts, en had hij die zielsgraag willen wegnemen. Het gaat om die houding: de aandacht, de zorgzaamheid, de wens te helen. Het gedicht gaat over wat een gedicht niet kan. De paradox is dat het daardoor wél heelt.
Er is niet veel verbeelding nodig om het zieke dochtertje op te vatten als metafoor: de aarde zelf heeft koorts. De Coninck zal er niet mee bedoeld hebben dat hij wel brandweerman wilde spelen maar dat dat nu eenmaal niet ging. Maar toch.
Bij het bestrijden van die immense brand vlak onder Maastricht wordt de op gang gekomen internationale samenwerking geroemd. Dat is mooi. Vuur trekt zich niks aan van mensengrenzen.
Bij het bestrijden van een even immense brand in Servië wordt de hulp vanuit Rusland met argusogen bekeken. Ik ben niet naïef en ga heus niet beweren dat de piloot van dat blusvliegtuig thuis ook een ziek dochtertje heeft. Maar als we er politiek van maken begrijpen we slecht wat vuur is.
De aarde staat in de fik. Hoe verlichten we de koorts?
Een gedicht, of kunst, vermag de brand niet te blussen. En toch helpt het.