
Foto: Onzenatuur,be
Onder haar habijt
hunkert de ekster decent
naar hemelse lust

Foto: Onzenatuur,be
Onder haar habijt
hunkert de ekster decent
naar hemelse lust

Abelen langs de bosrand (níet bij ons huis)
Er popelt al iets
vol ongeduld door de bomen –
populierenruis
_____
Opm.
Toen de drie monumentale populieren voor ons huis werden gekapt – naar men zei om zwaarwegende veiligheidsoverwegingen – waren de kraaien hun uitzichtspunt, hun plenaire vergaderruimte en nestgelegenheid kwijt. Ze zochten een ander en vonden die een paar honderd meter verderop. Toen de dagen gingen lengen, zag ik hen druk doende een nieuw bestaan in te richten.
Inmiddels heeft die populier zijn babyzachte blaadjes al in een majestueuze bladerkroon doen veranderen, niet van de ene dag op de andere maar als je goed keek zág je hem groeien. En als je nu goed luistert hóór je hem al ruisen. Populierenruis.
Het gerumoer van de kraaien is allengs verstomd. De nesten zijn gereed, zeven in totaal, een nieuwe orde heeft zich gevestigd. Vermoedelijk worden nu de eerste eieren gelegd, nu het bladerdek zich sluit en de nesten onzichtbaar maakt. Alles verloopt met een bijna niet waarneembare afstemming, met een verbijsterende precisie. Probeer dan maar eens niet in de lach te schieten als je het onhandig menselijk bedrijf beziet: het gekwetter, het gekonkel, het gechicaneer, de draaikonterij.
(Maar het állermooiste, als de zon dit alles beschijnt, en wolken overzeilen, en de wind door de takken speelt: het ruisen van die populier. De populierenruis.)

Gierzwaluwen | Foto Keta / Wikipedia
De ‘vogelste aller vogelen’ is weer in het land. Gisterochtend werden er om 9.24 uur vier gierzwaluwen bij Harderwijk gespot. Ik heb de informatie van Waarneming.nl, kijk het maar na. ’t Haalde de krant niet.
Nu beschouw ik dit niet meteen als een lacune in de informatieverstrekking in dit toch al zo gave land. Als gepensioneerde bevind ik mij nu eenmaal qualitate qua op enige afstand van de arbeidsmarkt. Ook op andere gronden ben ik mij het liefst wat verder van de landspolitiek gaan ophouden. Bij al die belangen duizelt het mij gewoonweg. En ik heb al moeite bij te houden wanneer welke vogel nu weer uit een ver Afrikaans land helemaal die gevaarlijke Sahara en de Middellandse Zee is overgestoken om onder onze dakpannen, in onze struiken en holle bomen, op onze weilanden en in onze boomgaarden een plekje zoekt om een broedsel te beginnen. Het is bijkans niet bij te benen. Maar men moet niet denken dat ik niets doe. De laatste tijd houd ik mij vooral bezig met mij te verbazen.
Kun je een vogel die krap drie maanden in Nederland verblijft een Nederlandse broedvogel noemen? Zo ergens eind juli vertrekken de gierzwaluwen al weer richting het zuiden. Wéér die enge Middellandse Zee en de Sahara over om ergens in Afrika te gaan doen wat gierzwaluwen nu eenmaal het liefste doen: ze zwaluwen gier. Nu is dit meteen al het begin van mijn verwondering want niemand weet precies wat dit is. Ik vermoed een raadselachtige zijnsgrond van qualitate qua. Een gier zijn ze evenwel zonneklaar niet en al lijken ze verbluffend veel op zwaluwen, de wetten der genetica gebieden biologen de gierzwaluw eerder te scharen onder de kolibries. Ben je als amateur mooi klaar mee. Nou ja, het liefhebberen blijft natuurlijk. Ook een kwaliteit.
Ik begin vanmorgen maar niet eens aan de kwestie of de gierzwaluw niet beter een Afrikaanse vogel kan heten. Daar huist – ie tenslotte driekwart van het jaar. Maar ja, Afrika is geen land natuurlijk al kom ik dikwijls mensen tegen die dat menen. Maar welk Afrikaans land dan? Mali? Congo? Of toch Mozambique? Ik hou het erop dat ze ook daar alleen maar in de lucht verblijven. Alleen in Nederland komen ze naar beneden zetten om een nestje jonge gierzwaluwen uit te broeden. Al het andere doen ze in de lucht en daar gelden geen grenscontroles.
Om me voor te bereiden op hun verdere komst heb ik Remco Daalders monografie De gierzwaluw (Atlas/Contact, Amsterdam 2014) alvast in kast opgezocht. Ik verheug me er zeer op ze hier weer boven de stad te zien gieren. ’t Zal allicht weer zomer worden. Naar Harderwijk ben ik niet gegaan.

Eidereendenpaar |foto © © birdphoto
Onder de wolken
boven zee: eidereenden
op weg naar elders

Fluitende wulpen
waaien over naar het wad –
fluiten van de wind

Kleine karekiet | foto Loes Willeband
Prevelenderwijs
weeft de karekiet uit niet
karekietenriet

Die stille triomf
voor de duif naar beneden zweeft
bevrijd, heel even

Roe kóe koe roe koe!
Houtduiven bij dageraad:
roe kóe koe roe koe!
Roe kóe koe roe koe!
Houtduiven in de middag:
roe kóe koe roe koe!
Roe kóe koe roe koe!
Namiddagse houtduiven:
roe kóe koe roe koe!

Eire
Het lag vergeten
in de rommel van de dag –
steeds opnieuw ontdekt

Éire (nog bestaat Ierland . . . )
En de menselijke zang dan? De mens.. . . Nou, dit bijvoorbeeld:
Imtheochaidh soir is siar
A dtainig ariamh
An ghealach is an ghrian
Fol lol the doh fol the day
Fol the doh fol the day
Imtheochaidh an ghealach’s an ghrian
An Daoine og is a chail ‘na dhiadh
Fol lol the doh fol the day
Fol the doh fol the day
Fol lol the doh fol the day
Fol the doh fol the day
Imtheochaidh a dtainig ariamh
An duine og is a chail ne dhiadh
Fol lol the doh fol the day
Fol the doh fol the day
[In memoriam Máire Ní Bhraonáin (1952-2026) / Clannad:
chomh brónach –
chomh buíoch gur chan tú seo uair amháin]