
Tekening: Peter Vos; overgenomen uit Minouk van der Plas – Haarsma, De huismus. Amsterdam 20112
Ik ken maar weinig tekenaars die mussen zo aandoenlijk heeft vastgelegd als Peter Vos (1935-2010). Pentekeningen van zijn hand vond ik in de monografie De huismus van Minouk van der Plas, die ik weer eens opzocht in de hoop meer te weten te komen over het sociale gedrag van de ‘gewoonste aller vogelen’. O ja, dacht ik weer, geen vogel kan zo onbekommerd badderen als een mus, zó verzaligd spetteren. Wat is de mens toch een krukachtig wezen.
Het is verwonderlijk hoe Vos dat voor elkaar kreeg: mussen zitten zelden stil, en al helemaal niet in bad. Hij moet eindeloos hebben zitten observeren, zitten turen, zitten koekeloeren, en nog eindelozer met het dunste tekenpennetje hebben zitten klooien: honderden en honderden tekeningen maakte hij van de mussen. Het zijn portretten. Sonderingen van de mussenziel. Niet van de mus maar van evenzovele individuele mussen, doende met hun eigenste bezigheden op hun eigenste wijze. Bij Peter Vos lijkt geen mus op een ander en toch zijn ze allemaal onmiskenbaar mus, en geen vink of mees. Of sijs. Dat mussen bijna alles in groepsverband ondernemen maakt die karakterstudies des te opmerkelijk.
‘Mussen zijn slordig,’ merkt hij ergens op, ‘er hangt altijd wat uit. Ze zijn, om naar menselijke maatstaven te spreken, gewoon niet netjes op hun kleren.’ Voor een tekenaar is dat natuurlijk een prettige bijkomstigheid, dan kan je pen eens even lekker aan de haal gaan. “Peters lijntjes zwiepen of aaien, bijten en zingen,” prees die andere grote vogelportrettist, Siegfried Woldhek, zijn kunstbroeder. Maar het is de vraag of Vos dat juist zag. Net als alle andere vogels besteedt een mus veel aandacht aan wat – ie aanheeft: een verenkleed. En daarin moet – ie alles doen.
Van der Plas suggereert dat veel van zijn tekeningen in Artis zijn ontstaan: daar is tenslotte genoeg voedsel te vinden en daar huizen ze ook sinds jaar en dag in kolonies. Ook is daar voldoende badgelegenheid. Dat er in de binnenstad van Amsterdam steeds minder mussen te vinden zijn heeft banalere oorzaken die terugvoerbaar zijn op ’s mensen onzindelijk gedrag. En ook en overigens en trouwens en toch, die lijfspreuk van Neêrlands oudste dierentuin, Artis Natura Magistra (de natuur is de leermeesters van kunst en wetenschappen) kan niet serieus genoeg genomen worden.
Tekenen kon Peter Vos, al oordeelde hij zelf genadelozer. En: kijken kon hij.

Peter Vos in het veld, foto Saïda Vos-Lokhorst
Plaats een reactie