Andersens vertelling voor kinderen De nieuwe kleren van de keizer (1837) hielp niet. Gandhi’s wijsheid voor machthebbers “The world has enough for everyone’s need, but not enough for everyone’s greed” hielp niet. Bovenstaande politieke cartoon hielp ook niet. En Sander Schimmelpennicks column in de Volkskrant van vandaag waarin naar deze tekening wordt verwezen zal ook wel niet helpen. Als niets helpt, wat doe je dan?’
‘Verzet,’ zegt de dichter Remco Campert, ‘begint niet met grote woorden.’
Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren met een kleine bron verscholen in het woud
zoals een vuurzee met dezelfde lucifer die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik een aanraking iets wat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.
Remco Campert, Iemand stelt de vraag. In: Betere tijden (1970)
Dit alles gaat in mij om terwijl ik naar het brood op tafel kijk. Hoe komt dat brood daar?
Rudi van de Wint, De Tong (van Lucifer), 1993 | foto De Nollen
De afgelopen drie dagen citeerde ik instemmend uitspraken van Shunryu Suzuki (1904-1971). Dat betekent nog niet dat ik een adept ben – voor polonaise heb ik geen natuurlijke aanleg. Toch wil ik mij ergens aan vasthouden, een grond om op te staan, een richting om te gaan.
Is die er? Nee. De wereld is een soepzootje en wat de verdeling van de soep aan gaat, is dat gemeenlijk een zaak wie de grootste bek heeft. Kom dan maar eens aan met een pleidooi voor meer stilte in de wereld, minder kunstlicht om de duisternis te kunnen ervaren, meer ruimte voor de natuur. Zoek die maar lekker in jezelf! En daarom juist citeerde ik Suzuki. Maar dat had ook een ander kunnen zijn, hoor!
Jarenlang reed ik grinnikend langs de Knardijk, die Oostelijk Flevoland scheidde van Zuidelijk. Vanaf 1993 stond daar een sculptuur van de Helderse kunstenaar Rudi van de Wint: een kolos van negen meter hoog gewikkeld draad dat met de jaren steeds groener uitsloeg. In het weidse land viel het met die kolossaliteit overigens wel mee. Alleen als je er pal naast ging staan voelde je je nietig.
‘Hoe heet ‘t ding?’ wilde iemand weten die over de kunstcatalogi gaat. Van de Wint prakkeseren, daar had ie nog niet over nagedacht. Moet alles een naam hebben? ‘De Tong’, zei hij na een poos, misschien omdat hij zelf niet zo spraakzaam was. En na nog een poos ‘De Tong van Lucifer’. Dat zou ‘s mensen aandacht wel even bezighouden en dat leek ‘m wel lollig.
Over de lotgevallen van het kunstwerk is uitvoerig bericht dus dat hoe ik niet te doen. Nu ja, toch nog dit. Iedereen weet natuurlijk wat een lucifer is. Het beeld is evenwel niet opgebouwd uit luciferhoutjes maar uit koperdraad. ‘Lucifer’, met een hoofdletter, is wat anders. ‘Dat moest de duivel zijn’, meenden sommige tongen die altijd nauwkeurig weten waar het duistere kwaad zich schuilhoudt. ‘Godslasterlijk!’ oordeelden zij. Nochtans wordt Lucifer niet genoemd in Bijbelse Geschriften, waaraan zij meenden dat deze veronderstelde blasfemie wel door de kunstenaar ontleend moest zijn. Het komt mij in dit verband komisch voor dat ‘lucifer’ lichtdrager of lichtbrenger betekent. Tot zo ver de duisternis.
Enfin, het werd een heel politiek getouwtrek of de sculptuur daar wel in die door mensenhand geschapen polder mocht staan. Of dat een eenvoudige naamswijziging zou kunnen volstaan. Koperdieven trokken aan het langste eind. Dat leverde kennelijk nogal wat op. Als de vraag in het spel is waarde of geld? is de uitkomst vrij voorspelbaar. Bijna zou ik zeggen: en nu ook de fik maar in die stukgelezen heilige boeken want als je je daar eenmaal op beroept is het eind ook niet in zicht. Tot mijn grote verdriet staat het beeld al een heel lange tijd niet meer op de Knardijk. Blijf dan nog maar eens grinniken.
Nu bereikte mij vorige week een schrijven van de erven De Wint dat de sculptuur tóch weer gerestaureerd zal worden. Als alles weer naar behoren op z’n plek zit, komt het in De Nollen te staan. (https://projectdenollen.nl/). Wind en zon zullen dan vrij spel hebben in die stille binnenduinen. De regen zal er op kletteren en sneeuw zal het in de nacht omkleden. Het zout van de zee zal geheimzinnige transformaties in het koper teweegbrengen. En langzaam zal alle ophef verstommen.
Wat dit verhaal over De Tong met die uitspraken van Suzuki te maken heeft? Ook menig kunstenaar is een roepende in de woestijn.
“Een leerling vertelde Suzuki Roshi over een ervaring waarin hij zich opgenomen voelde in een oneindige ruimte.
‘Ja,’ zei Suzuki, ‘dat zou je verlichting kunnen noemen, maar je kunt het het beste maar zo snel mogelijk vergeten. Hoe gaat het eigenlijk met je werk?’”
In: Shunryu Suzuki, Jullie zijn allemaal verlicht . . . tot je je mond open doet. Uitspraken van Shunryu Suzuki, verzameld door David Chadwick. Haarlem 2001