Diagnose (2)


Een ander verhaal gaat zo: een vrouw klaagt bij de psychiater haar nood dat haar man denkt dat hij een schemerlamp is. ‘Ai, dat klinkt niet goed. Hoe ziet dat er uit?’ wil de psychiater weten. ‘Hij staat de godganse dag in de hoek van de kamer en roept dan dat ie het licht is.’ ‘Dat is inderdaad niet zo best,’ meent de psychiater. ‘Brengt u hem maar hier, dan zal ik zien of er iets aan te doen is.’

‘Maar dokter, u denkt toch zeker niet dat ik gek ben? Dan zit ik in het donker!’

Van alle interpretatiemogelijkheden wil ik omwille van de harmonie één kortsluiten, ik wil thuis ook nog een leven hebben. De grap werkt volgens mij net zo goed als je een man bij de psychiater laat komen met de mededeling dat zijn vrouw denkt een schemerlamp te zijn. Ik bedoel maar te zeggen dat bij wat grappig gevonden wordt onderliggende vooroordelen altijd een grote rol spelen. Mij interesseert daarom de vraag waaróm iemand hierom lacht: dat legt die vooringenomen aannames bloot.

We labelen wat af om in een ongewis bestaan onze weg te vinden: dat is raar, die is gek. Die is gestoord. Dat is rechts. Dat is links. Niet normaal man! Lees de krant er maar op na.

Mijn punt is: het labelen helpt niet. En of er een psychiater bestaat bij wie we onze nood kunnen klagen, zoals in de verhaaltjes, is al net zo twijfelachtig als het bestaan van een goedheiligman.  

Gistermiddag las ik op het strand in de plannen van de econoom Piketty (Global Justice Report). Daarin vond ik veel wat het grondig overdenken waard is. Zijn diagnose dat het op deze aarde onrechtvaardig gesteld is met de verdeling van de welvaart deel ik. En dat het met deze aarde nog beroerder gesteld is ook. De nood wordt met de dag urgenter. Alweer, lees de krant maar.

Zijn oplossing is kinderlijk eenvoudig. En nu maar hopen dat die niet gelabeld wordt als naief. Of knettergek. Of links. Of rechts.

Plaats een reactie