(Naar aanleiding van de leeswijzer van gisteren). Nee, een haiku is geen commentaar op de politieke weersomstandigheden. Met die wispelturigheid blijf je bezig. Ik probeer alleen maar thuis te geraken in de seizoenen, het grote in- en uitademen van de natuur.
Voor de vogels is de herfst al lang begonnen. Zangvogels zijn afgelopen maand al naar zuidelijker en zonniger oorden vertrokken, vanuit het noorden trekken nu steltlopers en ganzen het land weer binnen. Hun korte broedseizoen in de poolstreken zit er op en in dit Waddengebied strijken ze uitgeput neer. Er is voedsel genoeg om weer op krachten te komen, op de schorren en de slikken, in de grazige weiden achter de dijken. Sommigen trekken nog verder, maar de ganzen blijven hier, de hele winter. Tot verdriet van veel boeren, begrijp ik. Maar ja, dan moesten ze maar eens ophouden de tafel te dekken met Engels raaigras. (Wordt het nou toch nog politiek?)
Wij spraken over het kwaad in de wereld. Wat Poetin doet is een groot kwaad. Wat Netanyahu doet is een groot kwaad. Wat Trump doet is een groot kwaad. Wat Xi Jinping doet is een groot kwaad. Er kwam geen einde aan onze litanie.
Was alle natuurgeweld ook een groot kwaad? Er is veel leed in deze wereld. En al dat leed is hartverscheurend. Maar de natuur is ook de natuur maar. Wat kon die gletsjer daar aan doen? Of dat verdrogend landschap?
Toen kwamen we te spreken over het kwaad in de mens. Dit werd een andere litanie. Aan kyrie eleison kwamen we niet toe, we hadden ’t zelf gedaan. Het ging om hebzucht. Het ging om kortzichtigheid. Het ging om onverschilligheid. Deze drie maakten het hart koud. En het kwaad en een koud hart gaan altijd samen.
Toen werden we zelf kwaad. We wilden bepaalde mensen wel eens op het gezicht timmeren om verder te kijken. We vervloekten hartgrondig de hebzucht in de wereld. Met heilig vuur zouden we koude harten ontdooien. De woorden in deze litanie waren niet fraai, dat zagen we ook wel in. En indruk zouden ze zeker niet maken op de hebzuchtigen. Noch op de kortzichtigen, of de onverschilligen. Onze razernij viel stil.
wegens de gebeurtenissen in de wereld gaat de klimaatdemonstratie zaterdag niet door de demonstratie wordt nu gehouden op zaterdag 12 september (over veertien dagen) ook weer op de Dam om 13.00 uur
Veenreukgras (Hierochloe odorata) | Foto Krzysztof Ziarnek
Zonder erg moet ik er honderden malen langs zijn gelopen, of zelfs op hebben gestaan met achteloze voeten: veenreukgras. Rook ik dan niks? Het is te vinden langs vochtige weiden en aan waterkanten, hier dus in het veenweidegebied van Westelijk Nederland, in het Waterland. Nu ik mij er in verdiep vanwege mijn lezen in Een vlecht van heilig gras; Hoe de natuur, wetenschap en traditionele kennis ons leren respectvol met de aarde om te gaan (Robin Wall Kimmerer, 2013/2020) kringelt er een weer een herinnering aan die geur langs mijn neusvleugels. We fietsten naar Marken, het was in het late voorjaar, de zon scheen al behaaglijk en het vest kon al uit. We hoorden weer grutto’s, goddank, zagen kemphanen in de plassen, en overal scharrelden ganzen. En we roken de geur van pasgemaaid gras dat hooi aan het worden was. Díe geur. Het was de geur van geluk. Van iets van lang geleden en wat toch heel vertrouwd was. Het was geluk.
Het boek van Wall Kimmerer lag al een tijdje te wachten op de stapel Ongelezen en toen ik daar dan eindelijk mee begon duurde het nog weer een hele tijd voordat ik ’t uit had. En nu ligt het al een flink poosje op mijn schrijftafel te wachten op wat ’t lezen met mij deed. Á la recherche du temps perdu, zoiets. De ongrijpbaarheid van een geur. De ongrijpbaarheid van geluk.
Ergens halverwege het boek kwam ik pas op het idee om eens precies uit te vissen over welke grassoort Wall Kimmerer het nou eigenlijk steeds had. ‘Heilig gras’ rook mij te esoterisch, onwelriekend als de geur die uit het glossy Happinez opstijgt. Daar verwarren ze parfumerie met spiritualiteit. Instant ‘zen-momentjes’, het woord alleen al.
Maar toen het mij duidelijk werd dat de Potawatomi, het inheemse Noordoost-Amerikaanse volk waaruit Wall Kimmerer stamt, verering hadden opgevat voor gewoon gras, nou ja, geurig gras, en dat dat gewone gras hier ook gewoon langs de waterkant groeit, en dat dat onooglijke plantje ook hier te lande en feitelijk in heel West Europa tot vóór de rampzalige industrialisatie van de landbouw gekend werd, en om de geur gezocht, en in deuropeningen gehangen, pas tóen kantelde er iets in mijn beleving. En verdween de geur van mijn aanvankelijke wrevel uit mijn neusgaten. En kon ik weer ruiken.
Het tuimelt nog te veel in mijn hoofd om nu iets zinnigs over dat wonderlijke boek op te merken. Het is wetenschap en oeroude kennis ineen. Het is een geschenk.
Misschien is het ook nog wel de wrevel, die mij altijd overvalt als ik onafgebroken landerijen met geurloos Engels raaigras ingezaaid zie. En daarboven een onnozele boerengrijns die dat voor het mooiste op aarde houdt: ‘Dit landschap wordt u aangeboden door de moderne land- en tuinbouw’. Die wrevel is niet heilzaam. Maar ’t zal anders moeten, dat weten boeren inmiddels zelf ook wel.
In de geschiedenis van de mensheid was het een lange weg van de ontdekking van wat je allemaal met gewoon gras kunt doen naar de veronderstelde huidige zegeningen van Engels raaigras. Op die weg is er veel waardevols en bruikbaars ontdekt, je kunt er manden van vlechten bijvoorbeeld. En bij de juiste keuze tarwe, rijst en mais van oogsten.
Maar er is ook veel verloren gegaan en niet alles wat waardevol is hoeft bruikbaar te zijn. Het belangrijkste daarvan is het gevoel van dankbaarheid, dat uit het hele boek opstijgt, als een geur van lang geleden. Veenreukgras geeft die geur af zonder er iets voor terug te vragen. Wat een geluk.
Als iets te mooi lijkt om waar te zijn dan is het ook vaak te mooi om waar te zijn. Voor een Potemkin-dorp hoef je niet naar het tsaristisch Rusland of het klatergoud van Trump. Da’s allemaal politiek. Gewoon de straat uit, de hoek om en dan de eerste de beste supermarkt in: Potemkin schaterlacht in alle schappen.
Is dat zo? Ja, dat is zo. Ik laat koopkracht even buiten beschouwing, al kan ik daar ook een huishoudboekje over volschrijven. Keuzestress en de toegepaste verleidingtrucs gaan mij nu niet aan. Prijsstelling is een kwestie van de markt maar wij gaan even naar de kruidenier die op de kleintjes let. De kruidenier met de olifant hanteert overigens dezelfde principes. Het vraagstuk biologisch of niet, vegetarisch of wel met het slagersmes op de keel laat ik aan een andere tafel. Lekker of vies is mij de minste zorg. En in een spelletje Boter-Kaas-en-Eieren heb ik geen trek: wie begint, die wint. Toevallig of niet, dat is de boer. Of het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel. Of anders wel weer een andere lobby. En allen claimen ‘een ‘eerlijke boterham’ te verdienen.
Om de Potemkin façade van de supermarkt te doorzien volstaan slechts twee eenvoudige vragen die het hele terrein van vraag en aanbod bestrijken: 1. wat heb ik nodig? En 2: hoe komt dat product daar?
Wie gewetensvol die vragen probeert te beantwoorden moet wel even tijd maken. Dat komt doordat het tijd vergt de hele weg af te lopen van akker, weide of boomgaard, hier te lande of overzees. Ik heb het niet eens over de tijd die het kost om die producten te laten groeien. En aflopen? Je ontkomt zelden aan transportmiddelen. Maar ik zou het voor de verandering eens niet over olie hebben. Iedere dag heeft genoeg aan z’n eigen kwaad.
Vanavond eten we pannenkoeken want daarmee maken we de kleinkinderen altijd blij. Dus hebben we nodig: meel, melk, boter, eieren en stroop. Dat verbouwen we niet zelf en dus ga ik naar de supermarkt. Hoe komt dat meel daar? Welke koe gaf de melk? De boter? Hoe is het met de kippen? Hoe maak je eigenlijk stroop? ’t Begint me danig te interesseren of we vanavond niet verhongeren.
In weerwil van alle kleingeletterde productinformatie op ieder pak, iedere pot of zak, vergeefs zul je zoeken naar informatie die iets zegt over wat het de natuur ‘gekost’ heeft om dat product daar te krijgen. De enige die niet iets ‘verdient’ is de natuur zelf.
Gotspe: ‘Dit landschap wordt u aangeboden door de moderne land- en tuinbouw’ | LTO
Woordvoerder van het Witte Huis, Karoline Leavitt, toont een artistieke impressie van de geplande triomfboog van de Amerikaanse president Donald Trump tijdens een persbriefing in de Brady Briefing Room van het Witte Huis in Washington, D.C., op 15 april 2026. (Foto door Brendan SMIALOWSKI / AFP)
‘Alsof ik weet wie die Potemkin is,’ reageerde mijn vrouw geërgerd op mijn overdenking van gisteren. ‘Alsof iedereen weet wie Potemkin is. Alsof jij weet wie die Potemkin is. Je oreert als een Russoloog. Dat is ook meestal gewoon geleuter. Wodkawartaal. Die lui doen ook maar alsof ze naadje en kous weten’.
Nou, probeerde ik mij te verweren, nou. Nou . . . Intussen reconstrueerde mijn geheugen de flarden kennis over die minnaar van Catherina de Grote die bordkartonnen dorpen liet oprichten langs de weg van zijn veroveringen op de Krim om de zaken zo gunstig mogelijk voor te stellen. Terwijl het hem er alleen om ging zijn geliefde tsarina te veroveren. En dat dat hele verhaal vermoedelijk uit de duim gezogen is. Maar dat het Poetin goed uitkwam dat die maarschalk de Russische vlag op de Krim had laten wapperen, en wapperen deed die vlag daadwerkelijk, en plaatsen als Odessa en Cherson zo had opgestoten in de Russische Vaart der Volkeren, een Vaart die niemand kon stuiten, en dat – ie daarom als de sodemieter toen – ie de kans eenmaal had het gebeente van de Grote Vaderlandse Held Potemkin uit het graf in Cherson naar een zorgvuldig geheimgehouden locatie liet overbrengen – Eert Uw Helden! – en dat, en dat . . .
Nou . . . Dat ‘nou’ rekte ik zo lang mogelijk, omdat ik het spoor bijster raakte op de dwaalwegen der geschiedvervalsing en ik gewoon thuis wilde zijn, met mijn geliefde vrouw, zonder onenigheid.
De gedachte aan Potemkin was gisteren bij die reportage van Oleg Klimov alleen maar opgeborreld omdat Klimov in zijn stuk Potemkin nou juist niet noemt. Maar hij heeft het wel twee keer over de etalage van Poetins welvaart. Ik kon er niet niet aan denken. Zou Klimov dat met opzet gedaan hebben?
Die etalages hadden we wel gezien, toen we in Moskou rondliepen, toen het nog kon, vóór 24 februari 2022. Welke gewone Rus kon daar nou iets kopen? Wij konden er niet eens iets kopen. Vergeleken daarmee leken de chicste winkelstraten van Parijs of New York straatjes in een achterbuurt.
Misschien had ik beter Trump kunnen noemen, zei ik toen maar. Zijn hele zelfverzonnen keizerrijk dondert in elkaar maar hij wil met alle geweld een triomfboog oprichten vergeleken waarmee die in Parijs of Berlijn aan golfpoortjes doen denken.
O, zegt mijn vrouw, zeg dat dan. Maar je had het toch over Rusland?
Muurschildering op de ruïne van een alcohol-distilleerderij in de Oeral. Tekst: “De toekomst is niet meer wat hij was”. | Foto Oleg Klimov
Als je moeite hebt humor te begrijpen weet je dat je in een andere cultuur bent beland. Bij de bovenstaande foto van de Banksy-achtige graffiti vertaalt Hubert Smeets (RAAM) de tekst op het mobieltje met “De toekomst is niet meer wat hij was.” Die uitspraak denk je dan te herkennen – maar wat betekent hij hier?
De foto opent de reportage die afgelopen week in de NRC stond; de maker is de Russische fotograaf Oleg Klimov die afgelopen zomer van Moskou naar de Oeral reisde om zelf het verschil te zien tussen Poetin ’s Moskouse etalage van welvaart en het diepe achterland rond de Oeral. Dat is groot.
De eerste gedachte: een beginnend Moskou-correspondent werd bij de aanvang van zijn werkzaamheden door een onderlegde Rus even gecorrigeerd op diens kennis van de Russische cultuur: ‘Er is niets zo onvoorspelbaar als de Russische geschiedenis’. Hmm, niet erg waarschijnlijk dat de homo graffiticus dat ook wist.
De tweede gedachte: de tekst is aangebracht op wat rest van een oude alcohol-distilleerderij. Zonder wodka geen leven, wodka is levenswater. Zien we hier de tranen van een homo alcoholicus sedert de huidige machthebbers het bestrijden van alcoholisme tot een kerntaak heeft verheven?
De derde gedachte: daar in de Oeral staat veel industrie op instorten, vooral de chemische. Alles roest, op de oorlogsindustrie na dan. Klimov brengt met andere foto’s indringend de dreigende milieuramp in beeld mocht daar een Oekraïense drone doel treffen. Ach, die sovjet-tijd! Verbeet hier de homo sovjeticus soms ‘al die mooie beloften’?
De vierde gedachte: ook in Rusland heeft zo ongeveer iedereen wel een mobieltje. Maar het gebruik van sociale media en internet is Kremlin-proof. Verwoordt de homo cynicus hier een veronderstelde boodschap uit het Kremlin?
De vijfde gedachte:
Van alle gedachten die er verder nog bij mij opkomen verdring ik die met leedvermaak (want ‘I hope the Russians love their children too’). Het gaat om schijn en werkelijkheid. En de maker had hoe dan ook lef. De boodschap is hoe dan ook kritisch. En eronder schuilt hoe dan ook onrecht. En daaronder hoe dan ook pijn.
In Engeland laait op dit moment een discussie op over werk van Banksy dat in de publieke ruimte gemaakt is. ‘Opruimen’ kost geld. Maar de grote vraag is wat er dan ‘opgeruimd’ moet worden: Graffiti? Of een politieke boodschap? Keeping up appearances?
Onderstaande muurschildering verscheen vlak na een demonstratie. Daarbij waren honderden mensen opgepakt die protest aantekenden tegen het feit dat Palestine Action tot terrorismenetwerk was verklaard. Rechters draaiden die beslissing niet terug. Verwijdering kostte “de belastingbetaler” een slordige € 60.000.
De (inmiddels verwijderde) muurschildering van Banksy op een deel van de Royal Courts of Justice in London | foto ANP
Er schijnt een Russische zegswijze te zijn: Vreest niet de wet, maar vrees de rechter. Over Potemkin een andere keer maar eens.
Een Iljoesjin-76 bij brandbestrijding in Servië | foto AFP
POËZIE
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:
zo helpt poëzie
Herman de Coninck, Met een klank van hobo, 1980
_____
Opm.
Het vuur raast op dit continent, ook in De Hoge Venen. Herman de Coninck (Mechelen 1944 – Lissabon 1997) kende dat gebied. De precieze aanleiding voor het schrijven van dit gedicht en de hele bundel doet er nu even niet toe.
Het wonderlijke van goede poëzie is de universele toepasbaarheid. Misschien had zijn dochtertje toen inderdaad koorts, en had hij die zielsgraag willen wegnemen. Het gaat om die houding: de aandacht, de zorgzaamheid, de wens te helen. Het gedicht gaat over wat een gedicht niet kan. De paradox is dat het daardoor wél heelt.
Er is niet veel verbeelding nodig om het zieke dochtertje op te vatten als metafoor: de aarde zelf heeft koorts. De Coninck zal er niet mee bedoeld hebben dat hij wel brandweerman wilde spelen maar dat dat nu eenmaal niet ging. Maar toch.
Bij het bestrijden van die immense brand vlak onder Maastricht wordt de op gang gekomen internationale samenwerking geroemd. Dat is mooi. Vuur trekt zich niks aan van mensengrenzen.
Bij het bestrijden van een even immense brand in Servië wordt de hulp vanuit Rusland met argusogen bekeken. Ik ben niet naïef en ga heus niet beweren dat de piloot van dat blusvliegtuig thuis ook een ziek dochtertje heeft. Maar als we er politiek van maken begrijpen we slecht wat vuur is.
De aarde staat in de fik. Hoe verlichten we de koorts?
Een gedicht, of kunst, vermag de brand niet te blussen. En toch helpt het.
Mijn vrouw vindt dat ik te veel uit boeken klets. Spinoza? Brr! Zij wil ‘eruit’. Voor mij zou dat ook beter zijn, meent zij, ‘eruit’. Dat ik iedere dag probeer uit het moeras op te stijgen ziet zij niet zo. Dat ‘moeras’ is beeldspraak. Ik bedoel de boeren die moord en brand schreeuwen terwijl hun akkers en weilanden er ontzield bij liggen. Geen leeuwerik zingt er meer. Ik bedoel al die bosbanden. Ik bedoel de boekenmarkt in Kyiv die door Poetin ’s wrok weggevaagd is. Alles moet van hem in de fik. Ik bedoel alle doden. Ik bedoel Gaza, waarover de hele wereld is gaan zwijgen. Ik bedoel de ravage die Poetin ’s roskapselige ambtgenoot in de hele wereld aanricht. De beeldspraak is gebrekkig. Maar het moeras zuigt.
Schrijf over de vogels, ried mij een vriend. Maar dit is de stilste maand in de vogelwereld. Langs de boomsingel voor ons huis racen kinderen over het fietspad om op tijd te zijn, voor de schoolbel gaat. Een moeder roept haar zoontje toe RECHTS! te houden. UILSKUIKEN! Zijn zusje in de bakfiets schrikt zich het apenzuur. De kraaien ook.
In arren moede zoek ik vertroosting in mijn vogel-haiku. Bij de A van Aalscholver ga ik al onderuit. Het Al omvattend? Ju ju, wat een hoogmoed. Ooit was het mij misschien allemaal heel duidelijk maar vanmorgen zie ik een verdrietige heraldieke adelaar die ook maar wat probeert. Hij zal wel moeten want hij is zeiknat. Een evolutionaire misser, andere zwemvogels hebben gewoon vet.
Maar die haiku is toch wel aardig gelukt? zegt mijn vrouw als ze mij misnoegd ziet ploeteren. Hmm. Wat gisteren wijsheid leek is vandaag geraaskal.
Gebenedijd? Hield ik mijzelf gisteren voor ‘gezegend’? Ik wou dat ik wat meer vet had.
Ik ga vandaag maar eens mijn vleugels in de wind hangen. Die vleugels is beeldspraak. Maar ik bedoel de echte wind. En de echte zon.