
ZEER VRIJ NAAR CEES BUDDINGH’
NAAR ZEER VRIJ NAAR HET CHINEES
NAAR ZEER VRIJ NAAR EEN ANDER GEDICHT
de aarde komt op. de aarde gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.

ZEER VRIJ NAAR CEES BUDDINGH’
NAAR ZEER VRIJ NAAR HET CHINEES
NAAR ZEER VRIJ NAAR EEN ANDER GEDICHT
de aarde komt op. de aarde gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.

Van VPN wist ik alleen dat je dat kunt gebruiken als je niet wilt dat ook maar iemand kan zien wat je op het internet doet. In een ver land bijvoorbeeld, dat bestuurd wordt door lieden die opvattingen hebben over hoe het leven geleefd moet worden. En als je dan andere opvattingen hebt, dan mag dat niet. Op straffe van. Meestal erg erge straffen.
Maar nu bedien ik mij zelf opeens van een VPN om in dit blog te kunnen schrijven. Om onopgehelderde redenen herkende mijn eigen netwerk mijn Zinrijk niet meer. Dat begon vorige week, op vrijdag. Dat dat toevallig Goede Vrijdag was en ik mijn bloedeigen site niet meer binnen kon komen is niet oorzakelijk verbonden. Over het erop volgende lijden zal ik niet hebben. De wereld draaide door, werd althans niet beter en werd althans niet slechter. Wat de wereld betreft wou ik het daar maar bij laten. Wat het persoonlijke aangaat: het is nu eenmaal zo dat wie in zijn dagelijkse routine gestoord wordt, ongemak ervaart. Het waren ongemakkelijke dagen, meer was het eigenlijk niet. Men moet die zaken uit elkaar weten te houden.
Gistermiddag kwam Mathieu. Hij verrichtte allerlei werkzaamheden die ik niet doorgrond aan mijn pc. Na allerlei doodlopende onderzoeken, het was al ver over etenstijd, kwam hij met het idee maar eens een VPN te proberen. Dit werkte. Mijn dank aan Mathieu grenst aan hondsdolheid.
Nu kan mijn tuin dus weer open. De bomen staan er al in bloei en overal kwinkeleren vogels van liefde en van lust. Ik kan er weer naar binnen. En het staat iedereen vrij ook in die tuin rond te dwalen.
Vanmorgen las ik over de gebeurtenissen in deze wereld. De Perzische Beschaving wordt toch niet naar het Stenen Tijdperk gebombardeerd, zo luidt het ondoorgrondelijke oordeel van het Opperhoofd van een Fossiele Beschaving. Over de oorzakelijke verbanden in ’s mans opperhoofd laat ik mij niet uit. Over de toestand in Teheran of Ispahaan is geen bericht.
[Toch, één ouder bericht:
DE TUINMAN EN DE DOOD
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –
Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.
‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’
P.N. van Eyck (1887-1954), Verzameld Werk ]
.

Uit niets klinkt het lied
van een verscholen zwartkop –
luidkeels gezongen

Kauwtjes in hun boom –
zacht krassend kronen zij elk
de ander koning

Kauwenpaar (ben je voor het leven) | foto Bij12
“[ . . . ]
Een vogelaar kwam naast me staan en vroeg nieuwsgierig: ‘Wat is er te zien?’
‘Kauwtjes,’ deelde ik mee.
‘O, ik dacht dat je wat zag,’ zei hij.
De twee kauwtjes stapten vastberaden naar een plekje in de zon. “
(Achilles Cools, De kauw. Amsterdam 2014)
Tja, als de belangstelling uitsluitend ‘bijzondere’ soorten betreft, en ‘gewone’ alleen op dedain kunnen rekenen, wordt het niks natuurlijk. De notitie komt uit het dagboek dat Cools aan het eind van zijn monografie van de kauw opneemt.
Hoe Cools zichzelf ziet weet ik niet. Beeldhouwer? Schilder? Graficus? Dichter? Schrijver? Natuurfilosoof? Misschien zegt – ie dat je dat de kauwen maar moet vragen. Dat die hem beter kennen dan hij zich zichzelf. Want hij deelt al meer dan vijftig jaar zijn leven met hen. Maar ornitholoog? Hij begint pas en heeft nog een paar eeuwen nodig om die intelligente kauwen te begrijpen. ‘Al hadden de mensen vleugels en veren, dan waren er toch maar weinig van hen knap genoeg om kauw te zijn,’ schrijft Cools in het voorwoord.
Gisteren zag ik een stuk of acht kauwen in het park vlak voor huis wat oude bomen afstruinen. Ze waren duidelijk op zoek naar nestgelegenheid en spechtenholen zijn daar genoeg.
Vanmorgen vroeg zag ik ze daar weer. Ze opereren duidelijk als tweetallen, er was grondige inspectie, veel vergelijking, veel overleg. ‘Als jullie nou die etage eens nemen, dan kunnen wij hier . . . ‘
’t Zal mij benieuwen of ze het doen. En hoe ze dat dan gaan oplossen met de halsbandparkieten. Die zoeken ook nog huisvesting.

Kauwen | foto Peter van den Bos / Deeldenatuur
Als je niets meer ziet
vallen ook de kauwtjes stil –
geen moment eerder
_____
Opm.
Iedere avond komt er voor het slapen gaan een groep kauwtjes langs, wel honderd. Ze lijken wel door héél Noord te zwerven voor ze hun slaapboom weer opzoeken. Als enige kraaiachtige is de kauw een holenbroeder – eerdaags zullen de kauwenpaartjes die weer betrekken. Dan is het even afgelopen met die grote groepsvluchten. En hun gerumoer in de bomen voor het huis. Er is veel te bespreken.
‘Ik heb nog een paar eeuwen nodig om kauwen te begrijpen,’ schrijft Achilles Cools in De kauw (Vogelserie Atlas/Contact, Amsterdam 2014). Cools is dan zijn hele kunstenaarsleven al bezig geweest met de vogels die hij vanuit zijn atelier kan gadeslaan. Maar ja, zijn Kauwenhuis staat in Geel. En naar men zegt is er een steekje los bij wie van Geel komt, of er naar toe moet. Maar de mensen zeggen zo veel. Ik luister liever naar de kauwtjes.

Hop | foto Gert Hilbrink
Er zit al weer een hop in het land. Vogelbescherming Nederland meldt vanmorgen het hoppenpaar met een webcam te zullen gaan volgen voor de succesvolle webcam Beleef de Lente. Dit omdat, primo, een broedend paar hoppen héél erg bijzonder is en, secundo, omdat de webcam op De Mortel geen spectaculaire beelden kan tonen van een slechtvalkenpaar dat een broedsel op de Brabantse toren grootbrengt. Dixit Vogelbescherming, vandaag, 1 april.
Wél een leuke grap vond ik dat diezelfde Vogelbescherming afgelopen week aankondigde vanaf heden een leeftijdverificatieplicht (12+) in te voeren om de filmpjes te mogen bekijken: “Zo beschermen we jonge kijkers tegen livebeelden van parende vogels, die soms onverwacht in beeld komen”, meldde de organisatie, na een klachtenregen van ouders en leerkrachten.
Er is intussen écht een hop waargenomen, kijk maar op Waarneming.nl. Het is niet uitgesloten dat die hier ook echt gaat broeden. Dat deed – ie hier te lande tenslotte in de middeleeuwen al. Ga maar kijken op De Tuin der Lusten van Jeroen Bosch waarop ik vorige week verdwaalde: middenpaneel aan de linkerkant, tussen krakeend en groene specht en áchter de ijsvogel. Of maakte Bosch ook maar een geintje?

Roodborst | foto Sip Liewes / Deeldenatuur.nl
Lentelicht gloort al –
een roodborst graveert er vlug
nog wat trillers in
_____
Opm.
Ook roodborsten zijn trekvogels. De vogels die je nu nog hoort trekken eerdaags met gunstige wind weer naar het noordoosten. Als je heel goed luisterde kon je horen dat ze de hele winter stiekem Fins hebben gezongen. Of hadden sommige toch een Zweeds accent? Pools? Russisch?
‘De onzen’ komen uit Zuid-Frankrijk of Spanje om hun broedplaatsen in het park weer te bezetten. De andere zangvogels zullen ook gauw weer hier zijn, heel ongemerkt, als de bomen weer blad hebben. De iepen bloeien al bijna.

Blauwborst | foto Adri de Groot
Alle vogels zíen
die je onderweg hóórt? nee,
dan kom je nooit thuis
_____
Opm.
In het najaar ‘zit het erop’, in het voorjaar ‘moet het nog beginnen’. De voorjaarstrek verloopt ook heel anders dan de najaarstrek. Je komt ogen en oren te kort als je bij wilt houden welke vogels zijn teruggekeerd om de wereld weer met ons te delen.

Carel Fabritius (1622-1654), Het puttertje, 1654
De Verenigde Naties bogen zich afgelopen woensdag over de slavernij. In de resolutie die ter tafel lag, werd slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid genoemd. Ooit. Zo erg dat er ook herstelbetalingen moesten worden gedaan voor alle leed in het verleden. Zelfs als die misdaad al in de 17e eeuw is gepleegd? Ja. Onrecht moet erkend. Onmenselijkheid verjaart niet.
Het vergt hogere uitlegkunde om te begrijpen waarom niet alle landen applaudisserend instemden. Zo van, hè hè, dat was eens maar nooit weer, kom maar op met de beschaving!
Ik was niet bij de beraadslagingen. Dan ga je gissen. Zouden de Amerikanen tegen hebben gestemd omdat ze indertijd eerst alle indianen hebben uitgeroeid en daarna die zwartjes met de zweep de katoen hebben laten plukken? En dat ze nu nou nog niet wisten wat erger was? Waren de Israëli’s tegen omdat ze in Gaza, Libanon en Iran nog niet klaar zijn? Cynisch wordt je ervan.
Nederland onthield zich van stemmen, net als de rest van Europa. ‘Gemiste kans,’ zeggen mensen die het beter kunnen beoordelen dan ik. Tja, denk ik, ’t gaat natuurlijk centjes kosten. En dat met de huidige brandstofprijzen.
Deze resolutie ging alleen over misdaden tegen de menselijkheid. Hoe moet het nou als we eindelijk eens gaan inzien dat we ons ook misdadig tegenover dieren gedragen? En tegenover de natuur? Welk wonder zou er moeten gebeuren om dat iedereen te doen inzien?
Vanmorgen viel mij dit in. Het Mauritshuis presenteert op dit moment de tentoonstelling Birds. Nu is het mij even niet om die expositie te doen, al heb ik veel met vogels op. Ook weet ik hoe dat stadspaleis daar ooit, al in de 17e eeuw, is opgetrokken, zo naast het centrum van de Nederlandse macht. En als ik het niet weet dan vragen ze dat maar aan Simon Schama, die de expositie bedacht heeft. Die weet alles over het onbehagen dat aan rijkdom verkleefd is.
Maar mij zou het te doen zijn om dat niet eens zo heel groot schilderijtje van Carel Fabritius. De verf van het Mauritshuis was amper opgedroogd toen – ie het maakte. Het paleisje van Johan Maurits van Nassau-Siegen, door de Staat gevolmachtigd rover, slavenhandelaar ook, geurde nog helemaal naar metselspecie.
Of dit het ergste schilderij is hoe misdadig wij met vogels in verleden en heden zijn omgegaan weet ik niet. Maar het gaat mij om het wonder hè?
Ik zal toelopen op dat schilderijtje dat Fabritius ooit van dat distelvinkje maakte. Groter dan de a-4tjes waarop die resolutie te lezen viel zal het niet zijn. Maar wat is het groots.
En dan zou ik dit allereenzaamste vogeltje bevrijden van al zijn ketenen, het kettinkje losmaken van zijn onwaarschijnlijk tere pootje, het bevrijden van de verf, het heel voorzichtig loslaten en luisteren naar de snelle vleugelslag. Het weg zien vliegen naar een bosrand waar het kan verschuilen, een ruigte, liefst wat droog maar wel met water in de buurt, klaterend water, wat slordige struiken erlangs om een nestje te beginnen. En distels natuurlijk, kaardenbollen, een tak om een heel precies en onweerstaanbaar verleidelijk liedje te zingen.
Dat zou nog eens een wonder zijn.