Het volgende gedicht deed mij gisteren naar adem happen:
Het is je enige zoon. Je verdediger, je helper en vriend. Hij komt uit het station, zonder benen. Hij omhelst je, zonder armen. Hij vult een glas, zonder bodem. Hij kijkt rond in de kelder, zonder ogen. En zegt: Het was oorlog en ik heb hem verloren.
_____
Opm.
Hoeveel context heb je nodig om iets van dit gedicht te snappen?
Kerkuil met prooi | Foto: Rob Kempers / Vogelbescherming
Intussen zijn er dingen gaande. Hoe heeft me kunnen ontgaan dat het vorig weekend Nacht van de Nacht was? Omdat er zoveel licht was. Omdat er zoveel lawaai was. Omdat zoveel mensen ruimte onder de Melkweg opeisten.
Natuur en klimaat waren geen thema in de reeks debatten van de afgelopen weken. Vermoedelijke toekomstige premier van dit land: de politicus die nog niet zo heel lang geleden klimaatdrammer werd genoemd. Zou hij de intense pleidooien voor de natuur indertijd net zo integer bedoeld hebben als de verdachtmakingen die zijn opponent nu inzet om die verkiezingsuitslag openlijk te ondermijnen?
Ieder buitenmens weet dat je het licht moet uitdoen als je meer wilt zien in het donker. Door alle mediaspektakel ontgaat het je gemakkelijk waar het in de natuur om gaat. Dat is dus niet dit:
Berline voor stadsgebruik in de eerste helft van de 19e eeuw, op het buitenverblijf Rustenburg, dat even buiten Den Haag aan de Scheveningseweg lag. Potloodtekening, ingekleurd aquarel door C.C.A. Last in 1848. Collectie Haags Gemeentearchief.
Op 3 juni jl. trok de PVV aan de handrem van het kabinet Schoof. Dat politieke vehikel had nooit de openbare weg op gemogen, zei iedereen toen al. ’t Was een krakkemikkig ding en ook op de rijkunsten van het personeel viel veel af te dingen.
Maar dat bedoelde Palfrenier Wilders allemaal niet. Hij wilde gewoon zelf rondjes rijden rond Het Torentje, zónder enige andere weggebruiker en ook nog zónder stoplichten of vangrails. Een droomreis! En dan in dat Torentje belanden. Nog mooier was misschien Paleis Noordeinde geweest, een darkride! Maar je kunt niet alles willen, moet hij in een vlaag van bewustzijnsverruiming hebben bedacht.
Na nóg wat aanrijdingen staat het kreng nu in het koetshuis. De paardjes dampen uit.
Tot zover de beeldspraak. Die verzon ik niet zelf. In een vraaggesprek in Buitenhof afgelopen zomer liet de Denker der Nederlanden, David van Reybrouck, zich naar aanleiding van allerlei Haagse incidenten ontvallen dat het ook erg onverstandig was met de koets van Thorbecke de democratische snelweg op te willen gaan. Dat vond en vind ik een prachtig en krachtig beeld. Op Prinsjesdag hoefde je niet eens moeite te doen het je voor te stellen.
Voordat je er erg in hebt krijgt de beeldspraak een heel eigen dynamiek. Het vliegwiel van de taal is in gang gezet. Dat een veelgevraagd staatsrechtelijk commentator van de ontstane situatie Voerman heet kan natuurlijk moeilijk toeval zijn. En wie begon ermee, Van Reybrouck?
Maar zoals ik mij nu in beeldspraak dreig te verslikken, zo draait de machinerie van de democratie nu krachteloos rondjes. Één voorbeeld: het is op dit moment feitelijk nog niet vastgesteld wie als grootste partij uit de verkiezing is gekomen. Toch roeptoetert voornoemde Wilders dat zijn partij, die geen democratische partij is, nog steeds de grootste kan blijken te zijn. En dat voornoemde Wilders in dat geval leidsels en zweep zal moeten krijgen in de verkenning van de samenstelling van de overige bemensing van de koets. Want dat het volk die koets weer Ridderzaalwaarts wil zien rijden. Met voornoemde Wilders op de bok.
Ik denk terug aan wat de koning op Prinsjesdag allemaal aan problemen in dit land troonredeneerde. Dat was wel niet mijn prioriteitenlijstje maar toch, aan die stikstofcrisis had nu toch wel een en ander kunnen worden gedaan. Hetgeen niet. Hetgeen nul.
En hetgeen ook niet zal gebeuren als voornoemde Wilders zijn zin krijgt doordien de regels van het Koetsenbesluit uit 1848 dat nu eenmaal mogelijk maken.
Er gaat iets gruwelijk mis in de manier waarop wij in dit land problemen oplossen. En zo blijven we in de shit.
Zo’n vier jaar geleden schoot de Russische natuurfotograaf Dmitry Kokh deze foto van ijsberen die hun intrek in een verlaten weerstation hadden genomen. Dat was op Koljoetsjin, een schiereiland in het verre noordoosten van Rusland, al bijna Alaska. De foto scoorde toen hoog in de publieke belangstelling. Ach. . .
Hoe het nu met die ijsberen gesteld is weet ik niet. Met Kokh zal het wel goed gaan: zijn fotoserie werd bekroond. De presidenten van beide landen die ik zo-even noemde zijn dermate vaak in het nieuws dat ik over hun welzijn niets hoef te berichten. Van de overige inwoners van die landen weet ik slechts dat er migratiestromen worden gerapporteerd van het ene land naar het andere. Of omgekeerd, wat per saldo hetzelfde is. Een en ander wordt door deskundigen verklaard maar dat is zo ingewikkeld dat ik het maar op ‘huidige omstandigheden’ houd. Met natuurlijk evenwicht heeft dit niets van doen.
Ik kwam erop die berenplaatjes weer op te zoeken omdat de Volkskrant afgelopen woensdag een Canadees onderzoek besprak waaruit naar voren komt dat heel veel dieren last hebben van de klimaatverandering. Dat vind ik urgenter dan de toevallige samenstelling der Tweede Kamer. Het artikel toonde de volgende foto, met het volgende onderschrift:
Een ijsbeer op Spitsbergen doet zich tegoed aan een dolfijn, terwijl een meeuw al in de startblokken staat om zich op de restanten van het karkas te storten zodra de ijsbeer voldaan is. Samuel Blanc / AFP
De foto hield mij bezig. Gòh 1: er bestaat nog een wereld buiten de Nederlandse Verkiezingen. Gòh 2: die ijsbeer op Spitsbergen heeft tenminste nog te vreten, en die meeuw straks ook. Gòh 3: wie had dat gedacht en geweten, de ster-iconische ijsbeer maakt deel uit van een ecosysteem! Gòh 4: hoe is het nu met die ijsberen op Koljoetsjin? Vanochtend kwam daar nog een Gòh 5 bij.
Terwijl ik door die foto’s van Kokh scrolde probeerde ik de uitslag van de verkiezingen te verwerken. Die uitslag lijkt mij iets te zeggen over dit land. Wat? Ik stuitte op de volgende foto:
Kijk, dacht ik, deze foto past precies bij mijn stemming. “Beren bij het verlaten van stemlokaal IJdoornlaan Amsterdam-Noord”. Over de ge(s)laagde wrangheid van dit grapje maar een andere keer. Op het moment dat het onderschrift zich spontaan aan mij opdrong, en ik mij eigenlijk realiseerde dat ik teleurgesteld ben, want hoopte op een klimaatvriendelijker uitkomst, schoot mij ook te binnen dat er in alle Nederlandse kranten van vanochtend foto’s verschijnen van politici die hun momentane zeges vieren, hun nederlagen verbijten, hun teleurstellingen maskeren, onaangedaanheid veinzen. Ach, ’t had zoveel erger kunnen zijn. Er zullen analyses geschreven worden. Nabeschouwingen. Voorbeschouwingen. ’t Zal eerder Kerst zijn dan dat er een nieuwe regering is.
Gòh 5: mijn gevoelens doen er even helemaal niet toe. Die van die politici ook niet. Die van de kiezers evenmin. Noch die van de foto-onderschriftbedenkers. Bij mijn laatste foto van vanmorgen van een fossiel feestje alleen maar vragen. Hoe komen die olievaten daar? Van wie zijn ze? Waarom liggen ze daar nog? En, wie ziet nog meer wat ik zie? Die ijsberen scharrelen daar hongerig rond omdát die olievaten daar liggen. Antwoorden zijn te vinden voorbij de wanen van de dag.
Er was helemaal niks spectaculairs aan de klimaatmars van gisteren in Den Haag. Toen we op het Malieveld aankwamen was er niemand die raar opkeek dat wij er ook waren. We vielen niet op tussen die tienduizenden, het waren allemaal heel gewone mensen en niemand deed gek.
De toespraakjes waren ook heel gewoon, niks opruiends of zo. Ze hadden wel wat beter mogen oefenen, zei ik tegen mijn vrouw, want het was wel erg gewoontjes. Nou ja, inhoudelijk viel er geen onvertogen woord en misschien verwacht je dan toch te veel.
Aan het einde zeien ze nog dat we niet op het Malieveld terug zouden komen. We konden dus zo weer op de trein. Wel alle eigen troep opruimen. Maar we hadden geen troep gemaakt. En we hadden ook geen bord om te demonstreren, met een opvallende tekst of zo. Dan hadden we die natuurlijk meegenomen tijdens de letterlijke mars. We stonden er gewoon voor onszelf. Nou ja, vóór het klimaat. Of nee, tégen de klimaatverandering. Of eigenlijk, we stonden er om iedereen duidelijk te maken dat het klimaat een groot probleem is. Of nee, dat we immense problemen krijgen als de temperaturen maar blijven stijgen en de zeespiegel ook nog -es. Leg het maar eens uit. Daarom hadden we dus ook geen bord, we hoorden nergens bij. Of nee, ook al niet goed, we hoorden bij iedereen.
Al die mensen om ons heen wisten het ook, al hadden ze allemaal hun eigen redenen om er bij te zijn. Dat zag je zo. Aan hun borden natuurlijk, als ze die wel hadden. Of aan hun kinderen. Die politieke partijen die we zagen wisten het ook. Daar hoefden we dus ook niet voor te demonstreren. Die er niet waren, die moesten we zien te overtuigen. Maar ja, die waren er niet. Die laten zoiets zeker links liggen.
Toen we weer in de trein naar huis zaten lieten we alles een beetje bezinken. Wat had nou de meeste indruk gemaakt? Er waren geen relletjes geweest, maar ja, er waren ook geen hooligans. Alle klinkers en stoeptegels waren blijven liggen. Geen ruit was gesneuveld. We hadden zelfs geen beveiligers gezien toen we een Zeer Bekend Politicus hadden herkend. Die liep gewoon los, net als wij. We hadden ’s middags ook gewoon door een herfstbos kunnen gaan wandelen.
En de toespraken dan? Ook al gewoon. Saai bijna, want we weten het nou wel. Nou ja, die ene vrouw uit Amsterdam-Noord herkenden we niet, nooit gezien bij de supermarkt, maar haar verhaal kenden we wel. Ze woont tenslotte vlakbij maar misschien gaat ze naar een andere supermarkt. Wij kennen de buurten van Noord en we hebben onze oren en ogen tenslotte ook niet in onze achterzak zitten. Maar voor haar verhaal hadden we natuurlijk niet helemaal naar Den Haag hoeven reizen.
Het zal blijven regenen, in elk geval de ochtend. Ik ga maar eens foto’s van gisteren bekijken. Kijken of ik iemand herken. Misschien staan wij er wel op.
Een vis die zich afvraagt wat water is, is niet goed bij z’n hoofd. Een vogel die wil weten wat lucht is, is van het padje. En een mens die zich afvraagt wat het klimaat is?