
Amsterdam ArenA / Johan Cruyff ArenA , 30 november 2025 | foto ANP
“Die lui uit Ruzzia en de U$A zijn anders ook geen lieverdjes hoor!”

Amsterdam ArenA / Johan Cruyff ArenA , 30 november 2025 | foto ANP
“Die lui uit Ruzzia en de U$A zijn anders ook geen lieverdjes hoor!”

Beeld: René Tweehuysen, Waddenzee, zilver licht
Telkens weer
vliegen wulpen even op
of het nog niet ebt

Fluitende wulpen
waaien over naar het wad –
fluiten van de wind
_____
Opm.
Afgelopen week werd bekend dat er niet meer onder de Waddenzee zal worden geboord. De verantwoordelijke minister: “Ik ben heel blij dat we nu een doorbraak hebben geforceerd, want deze kwestie voelde als een gebed zonder end”, liet ze eerder in een reactie weten aan de NOS. “Ik hoop oprecht dat dit zorgt voor rust en duidelijkheid. Met deze overeenkomst geven we gehoor aan een brede wens van de Kamer en de samenleving om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard toe te staan.”
Dit geeft te denken. Blijdschap? Een ‘geforceerde doorbraak’? ‘Kwestie’? ‘Gebed zonder end’?
De minister heeft namens ons allen ‘de kwestie afgekocht’ bij de NAM. Of er bij Shell en Exxon blijdschap heerst weet ik niet. Evenmin of ze bidden.
Maar, o, de wulpen! De wulpen en hun fluiten. Hun fluiten over het Wad.

Alle blad laat los
vasthouden gaat niet langer –
alle blad verwaait

Bankivahoen, de kip vóór ‘domesticatie’ | Beeld Wikimedia Commons
Toen Covid-19 over de wereld raasde begonnen we de kwetsbaarheid van de mens te begrijpen. De mechanismen die toen in werking traden zijn de moeite van het bestuderen waard. Er moest een bedoeling achter zitten (de straf van een almachtige voor ons zondig gedrag of was China gewetenloos op wereldmacht uit?), er moest een nog onbekende oorzaak worden vastgesteld (van het eten van vleermuizen en gordeldieren word je ziek), we hebben de kennis niet (wetenschappers moeten het land maar besturen want anders sterven we uit!), ieder mens is potentieel gevaarlijk maar o! wat hebben we behoefte aan nabijheid, we hielden zo van kinderen en we vonden het zo belangrijk dat ze goed onderwijs kregen maar o! wat waren we blij dat die ettertjes reglementair in tochtige schoolgebouwen werden opgehokt, konden we wel zonder theater en cultuur? was het trouwens wel zo heel erg erg als het dode hout eens werd gesnoeid? Voor wie overbevolking het grote probleem van deze planeet is leek het een uitgelezen moment dit eindelijk eens naar ouwerwets malthusiaanse inzichten op te lossen, het gaat nu om het idee hè? Als je een keer door hebt hoe het werkt snap je niet waarom anderen dat niet doen.
Er raast nu vogelgriep door de wereld. Nee, niet alleen door de stallen van de pluimveehouders in de Gelderse Vallei maar ook door de hele ‘vrije natuur’. Het aantal kraanvogels in Europa is al bijna gehalveerd. Ik noem maar wat. Ik houd erg van kraanvogels.
Om voor wat voor iedereen voor de hand lijkt te liggen kijken we daar niet zo naar als naar het Covidvirus. Maar ons taalgebruik verraadt ongemak: we spreken van ‘ruimen’ terwijl ‘vermoorden’ duidelijker is. Van de executie mogen geen beelden vertoond worden. Witte pakken suggereren klinische ernst. Er is slechts sprake van aantallen. Dat loopt inmiddels in de honderdduizenden. In het nieuws komt uitsluitend ‘de geleden schade’ en wie die moet dragen.
Ik heb nog geen enkele keer een kip bij naam horen noemen. Of een pluimveehouder de bijzondere eigenschappen van de kip liefkozend of bewonderend horen roemen. Bijvoorbeeld dat één kip makkelijk honderd andere kippen individueel herkent. Dat ze ingewikkelde omgangsvormen hebben. Dat kippen zo’n veertig aparte geluidjes maken. Dat kippen wel tien jaar oud kunnen worden en zich van die tien jaar van alles en nog wat herinneren. Dat . . We weten meer niet dan wel.
De kip is een ding, een nummer, een economische eenheid, een volume, een gewicht. De kip is een kostenpost als je er niet uitperst wat je er aan voer hebt ingestopt.
Wat mij betreft zetten we nu net als bij Covid de wereld even stil. Geen vliegverkeer. Thuiswerken. Nog beter, even helemaal niet werken maar de situatie op je in laten werken. Mondkapjes hoeft niet maar graag wel anderhalve meter afstand. Niet zoenen.

Het Ei: het originele ei waarmee Christoffel Columbus [1451-1506] in 1492 de oorspronkelijke bewoners van het continent dat hij abusievelijk ontdekt dacht te hebben wijs maakte dat zij ‘indianen’ waren en hij hun bevrijder, daarmee een traditie van fopperijen in gang zettend die door de zogenoemde kolonisten en hun nazaten tot op de huidige dag worden gepleegd en via lucht- en andere wegen door zoönologische distributie Zuidoost Azië en uiteindelijk de Gelderse Vallei heeft bereikt alwaar door wonderbare vermenigvuldiging nog dagelijks Het Ei ruimhartig wordt herdacht, ritueel geprezen, roemloos geslacht en rinkelend bedankt | Foto Egghead Productions
Thanksgiving? Nee, bedankt.

Amitav Ghosh bij het uitspreken van zijn dankwoord voor het ontvangen van de Praemium Erasmianum in de Burgerzaal van het Paleis op de Dam, 26 november 2024
Als de koning ergens bij geroepen wordt moet het wel belangrijk zijn. Hij opende gisteren officieel het Suriname Museum. Dat moet dus wel een belangrijk museum zijn. Wat is er mis met het woordje ‘dus’?
Vandaag precies een jaar geleden knoopte hij in de Burgerzaal van het Paleis op de Dam de Indiase schrijver Amitav Ghosh versierselen om. Die hoorden bij de Erasmusprijs die Ghosh had gewonnen. Dat is dus een belangrijke prijs. De redenen waarom Ghosh die prijs kreeg doen er dus voor iedereen toe. O ja? ‘Dus’?
Ghosh zei het allemaal wat netter toen hij de koning (en dus ook ons!) bedankte maar ’t kwam hier op neer. ‘Vanaf het moment dat jullie die Jan Pieterszoon Coen uit Hoorn van jullie op de Banda-eilanden z’n gang lieten gaan ging het mis met de wereld: de mensen die daar toen woonden werden gegenocideerd, die eilanden geplunderd, de nootmuskaat, alle andere vruchten, de ganse archipel leeggeroofd, het gaat om honderden en honderden miljarden, en van kwaad tot erger zitten we nu met de peertjes die vanwege de klimaatverandering niet eens meer op een vuurtje gebakken hoeven te worden.’
Ghosh had ook nog kunnen zeggen dat hij die prijs nu kreeg in het gebouw dat met de winsten van dat soort maffiose en uiterst lucratieve praktijken bekostigd was geworden, en ook nog eens uit handen die de verre geur van bloed hadden. Dat dat toch wel raar was.
En de koning had ’t kunnen weten, de burgemeester en alle feestelijk geklede genodigden hadden ’t kunnen weten, iedereen had ’t kunnen weten want het stond allemaal al in The Nutmeg’s Curse; Parables for a Planet in crisis (2021). Daarvoor had Ghosh nou net die prijs gekregen. Dus.
Met logica kom je er niet uit. Je moet op een andere manier denken om de hele ceremonie toch als betekenisvol te kunnen waarderen. Deze wereld is zo’n verdrietig oord omdat mensen elkaar steeds in de haren vliegen over dat woordje ‘dus’.
Ik houd de koning voor een verstandig mens die de boekhandel wel weet te vinden. En anders heeft hij misschien dat boekje van zijn tante Ireen te leen gekregen, en gelezen, en ermee ingestemd. Verduveld Ghosh, zo zit dat dus! En daarna zou hij zijn kabinet op Noordeinde ontbieden voor een hartig woordje bij de thee. ‘En nu houden jullie op te ouwehoeren en te peertjes bakken! Er moet een planeet gered worden. Jullie krijgen nu allemaal een muskaatnoot mee, maandag vertel je me maar wat jouw departement daarmee gaat doen.’
Ghosh houdt ons die muskaatnoot voor en vertelt over de achterkant. Die kun je niet kunt zien maar die is er toch. Allicht heeft ieder gelijk een achterkant. Dat is een ingewikkeld verhaal waar het woordje ‘dus’ soms opgaat, soms ook niet. Iedereen kent Coens uitspraak Geen handel zonder oorlog, geen oorlog zonder handel. Vanuit dat meedogenloze inzicht ontstaat de ellende. Het vergt een mentale kwantumsprong om in te zien dat fossiele energiebronnen op precies dezelfde manier hun rol in de handel spelen als de nootmuskaat in de 17e eeuw. En nog meer denkkracht om te begrijpen waarom er op dit moment veel Amerikaans spierbalvertoon voor de kusten van Venezuela en Suriname te zien valt. Ze hebben zelf toch olie zat? Middel wordt doel, daarin zit een deel van de geestesbeneveling. Misschien is die olie wel hallucinant, net als de nootmuskaat.

Portret van Anton de Kom gemaakt tijdens zijn gevangenschap in Fort Zeelandia, 1933 |Foto erven Maurits Welle Collectie
Van Suriname weet ik beschamend weinig. Het is wel eens op het nieuws, meestal is er daar dan gedonder, iets met corruptie enzo. Bauxiet. Of olie. Niet best dus. De natuur heet er indrukwekkend te zijn. Ook zijn er veel wilde dieren. En tropisch hardhout. En diep in het oerwoud leven nog indianen. De Tarëno bijvoorbeeld. Dat betekent mensen van hier in hun taal. Er worden veel talen in Suriname gesproken.
Ja, er wonen ook Surinamers in Nederland. Waarom? “Wij zijn hier omdat jullie daar waren.” Dat is denk wel de kortste samenvatting van een kolossaal koloniaal verleden. Maar daar ik er zo weinig van weet zou die uitspraak dus ook van een Molukker kunnen komen, want op de Molukken waren we ook. Nootmuskaat hè? Of van iemand anders, elders uit de gordel van smaragd, die is tenslotte zo uitgestrekt als heel Europa. Onze Nederlandse voorvaderen schuimden wat af. ‘U komt uit Nederland?’ Er zijn meerdere streken waar men dan ter begroeting dit toezingt: “er ligt een roofstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde’.
Van Anton de Kom wist ik lange tijd niet veel meer dan dat hij de naamgever was van een marktplein in de Bijlmer. Het ruikt daar anders. Daar kwam ik nooit. Daar woonden die Surinamers. Gekleurde mensen in kleurige kleren. Er waren kleurloze redenen van bureaucratische aard om dat hele stadsdeel te eniger tijd als Amsterdam Zuidoost te herbenoemen. Het is allemaal nogal schimmig. Die hele wijk was nogal anders geworden dan de bedenkers hadden voorzien. Er huizen nog steeds veel mensen van Surinaamse herkomst.
Ik zocht een foto van Anton de Kom. Ik vond er een die pas is opgeduikeld. Het lijkt wel een Afrikaan. Ghana? Ivoorkust? Van Afrika weet ik nog minder dan van Suriname, laat staan van alle inwoners. Een miljard! En Afrika is tenslotte geen land. Hoe kwam De Kom in Suriname? Met een bootje? In Suriname wonen iets meer dan een half miljoen mensen. Alles bij elkaar opgeteld zijn er minder Surinamers dan mensen die er nu in Amsterdam wonen, toeristen niet meegerekend.
De foto is een ‘mugshot’. Wat dat is kwam ik onlangs te weten toen er een verscheen van een bekende president van een bekend land. Als er een mugshot van een staatshoofd wordt gemaakt noem je dat een statieportret. Was dit De Koms statieportret?


Omdat ik nu wat verlegen ben met mijzelf en mijn suboptimale kennis maak ik maar een geintje. Van Wij slaven van Suriname (1934) had ik natuurlijk wel eens gehoord. Al heb ik het nooit echt gelezen. Wie wel? Surinamers natuurlijk. En de koning misschien. Die wilde tenslotte ook laten uitzoeken hoe het nou zit met de vergaarde rijkdom van zijn voorgeslacht. Is dat boek al wat geworden? Even voor de duidelijkheid, ik wil niemand in diskrediet brengen. Dat wilden de machthebbers in 1933 ook niet toen ze Anton de Kom alleen nog maar verdachten van laat ik zeggen mogelijk staatsondermijnend gedachtegoed. Heilige onschuld!
In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Vandaar dat het vandaag feest is. In 1975 is dat compleet langs mij heen gegaan. Ik was toen volop bezig huisvesting in Groningen voor mij en mijn lief te zoeken. Daar zouden we gaan studeren. Had ik al opgemerkt dat bij die studie Suriname er flink bij ingeschoten is?
Ik heb ook nooit iemand goed leren kennen uit Suriname. Of naast iemand gewoond uit de ‘overzeese gebiedsdelen’, zoals dat heet. Later, heel veel later, werd ik nog eens collega van iemand die gelet op zijn achternaam uit India kwam maar die toch echt een heel hoge functie bij de nationale bank in Suriname had gehad. Hij was econoom en rekende nog in guldens. Misschien dat hij daarom uit Suriname was gevlucht. Zo zei-die dat tenminste, ‘toen moesten we vluchten’.
Nee, van Suriname weet ik niks. Maar als ze het nu in de politiek weer eens hebben over kolonialisme, uitbuiting, slavenhandel, racisme of soevereiniteit dan weet ik tenminste waar de gaten in mijn kennis zitten. Ook kan ik naar het Suriname Museum gaan.

‘We leven in een tijd van monsters’. Ik zal maar niet zeggen van wie ik dat nou weer heb. Straks word ik nog verdacht van een of ander wereldbeeld. Ik ga ook niet het uiterlijk van die monsters beschrijven. Straks denkt een of andere machtswellustige zich nog in dat portret te herkennen. Ben je mooi klaar mee, de gramschap van Xi Jiping. Of die van Poetin. Of van Trump. Die weten tegenwoordig wel van wanten. En als ik aan sommige griezels in Den Haag of zo denk krijg ik jeuk. Nou vooruit, één tipje dan: al die engerds hebben lange tenen.
Van monsters durf ik verder nog wel kwijt dat ze altijd ónder het bed zitten, nooit erin. Ze verbergen zich ook altijd áchter de bomen van het bos. En ze laten zich ook niet weerspiegelen dus bij het scheren of achter de kaptafel valt het ’s ochtends altijd reuze mee.
Toen ik gisteren nadacht over de teleurstellende uitkomst van de klimaattop in Brazilië en ik al die onderhandelaren voor mijn geestesoog de revue zag passeren leken het mij alleen maar aardige en betrokken mensen. Allemaal natuurliefhebbers, dat zag je zo. Hoe kon het toch zijn dat zij er niet uitkwamen? Zelfs onze eigen klimaatminister zag er verstandig en benaderbaar uit. En trouwens, Nederland is feitelijk amper groter dan Madurodam, vergelijk daar het Amazonewoud eens mee, wat voor kwaads of dwarsliggerigs kunnen ‘wij’ nou in de zin hebben?
Op dit punt aangekomen moet ik nu iets kwijt wat ik toch wel gênant vind. Terwijl ik zo over de oorzaken aan het peinzen was waarom we de CO2-uitstoot op deze planeet maar niet onder controle krijgen, overviel mij de lust hierbij buiten even van een sigaret te gaan genieten. Roken en denken gaan altijd goed samen. Het was evenwel bitterkoud. Ook sloeg de regen op ’t balkon naar binnen. ’t Kan ook al sneeuw of ijzel geweest zijn. Mijn innerlijke ongerustheid over de opwarming van de aarde verdween gelijk een smeltende gletsjer. ’t Mocht best wat warmer zijn, vond ik, terwijl ik een winterse kou inhaleerde. Waarom moest ik trouwens buiten roken? Ik mopperde, ik maak ’t niet mooier dan het was.
Juist toen ik mijzelf betrapte op de overweging toch maar terrasverwarming aan te leggen schoot door mij heen dat ik gestopt ben roken. Nu ja, dacht mijn schielijke brein sluw, waarom eigenlijk? In de herfst des levens aangekomen kan men wel wat comfort gebruiken, vertroosting in deze bittere tijden waarom ik toch nimmer heb gevraagd. En overigens, hoe erg was alles nu helemaal? En dan, al die anderen.
Daar ik vandaag ook nog andere dingen wil doen zal ik mijn listigheid nu maar verder niet analyseren. De psychiater kwam ook nog aan mijn innerlijke dialectiek te pas, alsook het bewust algemeen gehouden vraagstuk of we überhaupt iets aan psychiaters hebben terwijl ‘wij’ weten dat ‘wij’ ’t toch echt zelf moeten doen. Enzovoorts.
Daar betrapte ik mijzelf voor de zoveelste maal: ik was gewoon verslaafd. Was het niet aan het roken, dan was het aan het dénken over het roken. Nóg meer bepaaldelijk, aan het bedenken van allerlei uitvluchten. Om daarna tóch maar te kunnen gaan roken.
Ziezo, ’t is eruit. Mooier kan ik het niet maken. Over CO2 later maar eens. Ik ben een monster. En ik moet me nog gaan scheren. Als ik dat nog aandurf.
