Foto: Yann Arthus- Bertrand, Hart in Voh, Nieuw-Caledonië (Frans overzees gebied) (20°56′ Z – 164°39′ O).
Vorige week toonde ik een foto van een roestige ladder die nergens heen leidt: “ Ontgoocheld klom hij omhoog om verhaal te halen.” Het einde van illusies. Lucht genoeg, maar een hemel? Ho maar! Geen Helios die elke dag in een stralende wagen langs die hemel rijdt om zo het licht naar de mensen op aarde te brengen. Ovidius wist al dat dat verhaaltje ergens anders over ging: menselijke overmoed. Hoogmoed. Wie de geschiedenis van de mensheid volgt komt eeuwen daarna Copernicus tegen, Newton en Einstein. En wat de levende wezens op deze kleine planeet betreft Descartes, Darwin, Freud. Er zijn honderden manieren om samen te vatten hoe mensen er telkens in slaagden er een zootje van de maken. Laat ik het nauwkeuriger benoemen: het Groot Russisch Rijk, het Nieuwe Jerusalem en de heilstaat MAGA zijn illusies. Hoogmoedige, hartverscheurende illusies. Concreet zijn alleen de lijken waarop die heilstaten gebouwd moeten worden. “L’ enfer, c’ est les autres,” merkte eens iemand snedig op. De mens is een redeloos zoogdier dat het andere zoogdieren alleen maar onmogelijk maakt met z’n idiote verzinseltjes.
Ju ju, wat een somberte! Last van nihilisme? Nee hoor, allerminst! Wie de ontgoocheling in de bek durft te kijken, en zich op die denkbeeldige ladder omkeert, ziet misschien het panorama dat Yann Arthus-Bertrand hangend in een helikopter vanuit de lucht vastlegde. Zie de foto boven. Die Franse fotograaf en ecoloog is zijn hele leven al bezig de aarde in al haar schoonheid en kwetsbaarheid te fotograferen. Te documenteren, want hij en zijn allengs gegroeide team van wetenschappers noteren ook gewetensvol aan welke bedreigingen die schoonheid bloot staat. Meer dan 30.000 van die adembenemende foto’s zijn voor iedereen te bekijken: https://www.yannarthusbertrand2.org/collection/earth-from-above/ En dan heb je de aarde nog niet eens zelf gezien, alleen nog maar foto’s.
De foto hierboven koos ik niet toevallig. Arthus-Bertrand gebruikt ‘m ook voor de entree van zijn website en voor de omslag van het fotoboek De aarde vanuit de hemel (Terra, 1999). Hij zal zich de sentimentele aantrekkingskracht van het hartvormige eilandje gerealiseerd hebben. Een echt hart ziet er niet zo uit. Maar ik herinner mij nog hoe het mijne geraakt werd toen ik voor het eerst die foto’s zag. ’t Was bij het klooster van Fontevraud, ergens aan het begin van deze eeuw. De foto’s vormden een eindeloze galerij op billboards die langs de muren van die eerbiedwaardige abdij stonden opgesteld. Wij waren lang binnen geweest en ik had mij steeds maar weer af lopen vragen waar die negen eeuwen vroomheid toe geleid hadden. En toen opeens La Terre vue du Ciel . Dat was een aanklacht.
Of misschien beter: een oproep. En die kwam recht mijn hart in. Zolang ik het er niet over hoef te hebben weet ik precies wat mijn hart is. Of mijn ziel. De hemel.
Deze kleine, kwetsbare, droevige planeet is alles wat we hebben. Nee, we hebben die aarde niet eens, we maken er alleen maar even deel van uit, héél even. Niet de tijd gaat voorbij, de mens gaat voorbij.
In deze zo wrede tijd, waarin alle moraal vermorzeld wordt door blind eigenbelang, kan dat besef van kwetsbare vergankelijkheid in ons bewustzijn misschien de zaadjes voeden van zorg en verantwoordelijkheid.
Poëzie is het spel van de verbeelding. In een gedicht kunnen dingen gebeuren waar je in de werkelijkheid van zou staan kijken. Poëzie verkent mogelijkheden. Zij bewijst niks, argumenteert niet, presenteert een mogelijke wereld waarin wetten gelden die alleen het gedicht aan gaan. Daarom gaat poëzie aan de wetenschap, de filosofie en de theologie vooraf.
Om leerlingen gevoelig te maken voor verbeeldingskracht had ik in mijn lokaal posters hangen als die hierboven. Vanochtend vatte ik plan op even de kwestie van de vrije wil op te lossen. Ik moest denken aan het gedichtje op zo’n poster, waarin een steen trots verkondigde ‘kijk!’ ik kan vliegen! nadat hij door de dichter in de lucht is geworpen. Die betreffende poster en dat betreffende gedicht kan ik nergens meer vinden – er raakt zoveel verdwaald in dit leven. Ik vond wel een ander, net zo goed. Kijk, dacht ik, dat is geluk.
Dat ik juist dat ene gedicht nog eens wilde lezen kwam door de scherpe herinnering die het opriep aan een bijzonder lesmoment. In een klas zitten altijd leerlingen die poëzie maar gek vinden. Moet je er altijd zoveel achter zoeken? Wat bedoelt de dichter nou? Laat -ie dat dan gewoon zeggen! Dat zijn geen bijster intelligente vragen maar die horen wel bij de les. Zulke leerlingen moeten nog helemaal leren hun eigen gevoelens en gedachten te onderzoeken. Op die leeftijd is stille aandacht voor de binnenwereld maar vreemd. Ik vrees voor sommigen op latere leeftijd ook.
Olivier keek mij glazig aan. ‘Wat een onzin!’ Ik verdacht hem ervan bij de vakken Bedrijfskunde en Economie wel te floreren. Ook goed, vond ik, maar ook economen kunnen niet zonder verbeeldingskracht. ‘Olivier,’ herinner ik mij ernstig tegen hem gezegd te hebben, ‘jíj bent die steen en jij bent net als die steen in het bestaan geworpen. Vraag je nu eens af waar jij terecht komt. En hoe dat dan zo zou komen.’
Denkelijk werkt hij nu op een makelaarskantoor. Of anders op de Zuidas. Nu ben ik in het geheel geen aanhanger van het determinisme en ook vind ik dat makelaar een eerzaam beroep kan zijn. Maar ik vraag mij nu stilletjes af of hij nog wel eens aan dat lesmoment terugdenkt. Zoals ik nu even aan hem denk. Er gebeurde in dat lesmoment iets wezenlijks. Ja, ik verbeeld mij heel wat.
Terloops maakt ik gisteren onderscheid tussen ‘wereld’ en ‘aarde’. Omdat ik me voorgenomen heb de kwestie grondig te onderzoeken eerst maar eens een inspectie van de woorden. Ik heb altijd gedacht dat ik dat onderscheid wel bij Nescio opgedaan zou hebben: ‘Wij waren boven de wereld en de wereld was boven ons en drukte zwaar op ons’ (Titaantjes). Nescio schreef dat meer dan een eeuw geleden, ik las dat een halve eeuw geleden en dronk dat gretig in. Toen was het nog ‘en vogue’ iedereen die een pak droeg en geregeld naar de kapper ging te verachten omdat ze ’t verkloot hadden, de wereld met hun chemische industrieën, en de aarde met hun gerationaliseerde landbouw. Een IJzeren Gordijn belette verder alle uitzicht. In de Wieringermeer zag je door alle gifspuiterij nauwelijks nog buizerds of kiekendieven, als je één leeuwerik hoorde was je al opgetogen. Overal kwamen ze mee weg, die lui van het militair-industrieel complex maar ze hadden het wel voor ’t zeggen. En daarom keken we maar hoe de zon opging boven het Wad, luisterden naar de tureluurtjes. Zoiets. Ach. O ja, en verliefd waren we ook nog.
Maar nu blijkt opeens dat David van Reybrouck, de pas geïnstalleerde Denker der Nederlanden, al in zijn eerste pennenvrucht in functie precies dát onderscheid maakt: De wereld en de aarde; hoe houden we het veilig? Het essay is pas verschenen, ik heb het nog niet gelezen maar hoorde Van Reybrouck er al wel op de radio over vertellen. Of hij affiniteit met Nescio heeft weet ik niet maar toen hij over zijn jeugd vertelde, en memoreerde hoe hij in het landschap rond Brugge ronddwaalde, en hoe hij genoot van de rijen populieren die daar overal langs de wegen en de dijkjes staan, en opging in het geruis, liep ik opeens zelf weer langs de vaart van Damme naar Brugge, wat ik vaak gedaan heb. Ik hóórde in zijn stem de populieren ruisen. Populierenruis. Kijk, dacht ik, verwantschap.
Hij vertelde hoe híj aarde en wereld had leren scheiden. De globe die hij als kind voor zijn verjaardag had gekregen had een lampje. Als je dat uit liet zag je de bergen, de landschappen, de rivieren, de lage landen bij de zee waarin ook hij opgroeide. Met de lamp aan verscheen de wereld staatkundig, met landsgrenzen en door de mens bedachte indelingen. Toen bestond België opeens. Dáár ging iets mis, wist hij toen al.
Daar gaat het mis. De wereld, dat is het eindeloze gesoebat over stikstof, het gedraai en gekonkelfoes, het schaamteloos gelieg en het wegkijken, het wegredeneren, het wegdenken, het gesteggel over wetten en regels. De aarde, dat is een afgepast weiland vol Engels raaigras en koeien die niet weten of ze van vreugde zullen dansen nu ze eindelijk weer naar buiten mogen of moeten loeien van verdriet, van opstand, van wrok, omdat ze zolang opgesloten hebben gezeten en nu weer aan winstmaximalisatie moeten meewerken.
Aarde en wereld zo tegen over elkaar zetten is misschien niet het allerverstandigst, dat polariseert zo makkelijk. Cultuur en natuur tegenover elkaar zetten evenmin. Of lichaam en geest, hart en verstand. Toch snapt iedereen dat meteen. De cultuurhistoricus Van Reybrouck zal beseffen dat die populieren aan de Damse Vaart daar niet uit zichzelf zijn gaan staan.
Op de sociale media circuleert een filmpje dat mij aanvankelijk in de lach deed schieten. Een Chinese TikTokker neemt de gevolgen van de nu uitgebroken wereldwijde handelsoorlog op de hak. In 30 seconden zien we een moedeloos stemmende fabriekshal waarin nogal obese Amerikanen kledingstukken in elkaar naaien en doende zijn telefoontjes in elkaar te prutsen. De begeleidende muziek suggereert harmonieuze Chinese landschappen vol pastorale vergezichten, watervallen, eenzame pijnbomen, vogelgezang. Dat contrasteert nogal met de treurigheid die alles ademt. De bedoeling van de Chinese satiricus is duidelijk: als Trump’s opzet slaagt is dit jullie lot. Maak die kleredingen dan zelf maar allemaal. MAGA.
Of je de satire kunt waarderen is afhankelijk van wat je allemaal snapt van de wereldeconomie. Wat zijn de gevolgen van die bizarre tarieven? Nou, daar heb ik niet voor doorgeleerd. Toch vermoed ik dat deze spiegel ook aan Trump HIMSELF niet besteed is: die wil van zijn sprookjesspiegel alleen maar horen wie de geniaalste president van het land is.
Die anonieme Chinese TikTokker snapt er in alle eenvoud misschien iets meer van. Maar. Zijn alle Amerikanen obees? Zijn ze allemaal ‘laaggeschoold’, zoals dat heet? Gaat het alleen om spijkerbroeken, bh’s en smartphones? Nu ja, ’t is oorlog, zal hij gedacht hebben, en als de politiek faalt dan zet je die voort met andere middelen. TikTok als clusterbom.
Daar ergens verging mij het lachen. Kijk naar jezelf, dacht ik eerst nog, terwijl ik mij de arbeidsomstandigheden in de fabrieken van de Chinese heilstaat voor de geest probeerde te halen. Draaien ze daar soms Country-music?
Wie denkt in termen van oorlog raakt in een wapenwedloop verzeild. D’r is vast al wel een kiene Amerikaan aan het Tiktokken. Ook TikTok is kassa. Dat wordt een verdrietige veldslag, een vicieuze cirkel.
Er staat nogal wat meer op het spel dan nationale handelsbelangen. ‘t Is geen Risk of Monopoly, zegt u dat wel. Wie meegezogen wordt in de dynamiek van concurrentie, aftroeven, bluffen, besodemieteren en intimideren ontgaat gemakkelijk dat The-Winner-Takes-It-All-mentaliteit alleen maar verliezers kent. Afgezien van gekrenkte ego’s voor wie ik geen greintje medelijden opbreng, en miljarden in hun tredmolen gevangen werkslaven in stinkende fabrieken, voor wie ik dat wel doe – zien die wel eens een echte boom? – is er feitelijk maar één grote verliezer in dit duivelse wereldspel: de aarde zelf.
Ik bedoel dit in het geheel niet economisch. Maar zo laaggeschoold als ik ben op het vlak van de economie geloof ik geen barst van het heilige credo dat groei alleen maar goed is. Geen boom groeit tot in de hemel.
Echte pijnbomen weten dit. Watervallen ook. En vogels.
Bang nu ook de hazen nog beledigd te hebben – en dan nog al die andere angsten, en dan nog al die andere dieren
Bang voor enge beesten, voor slangen, voor steekbeesten, voor beesten met blikkerende tanden, voor onzichtbare beestjes in de lucht, en op de wc
Bang voor mensen met een grote bek, voor mensen die je aanstaren, voor mensen met grote handen, voor mensen met opschrijfboekjes, voor mensen met vreemde luchtjes en rare kleren, voor mensen die samenscholen
Bang voor die jochies op hun fatbikes met hun misdadigersoren, voor BMW’s die je altijd afsnijden, ’t zal eens niet
Bang om met je fiets tussen de tramrails vast te komen zitten, of tussen twee rijplaten
Bang voor mensen die allemaal ergens heen gaan terwijl je van niks weet
Bang om alleen te zijn, bang dat dat altijd al zo was, bang altijd alleen te blijven
Bang om te vallen, bang in tunnels, bang in de lift en bij de balustrade op de elfde etage
Bang voor het pijntje in de borst, net als je dacht dat het wel aardig ging
Bang dat de koffie onbetaalbaar wordt, en de tabak, en de bloemen
Bang voor de sterfelijkheid, en dat dat dan alles is
Bang voor de onsterfelijkheid, en dat dat dan eeuwig duurt
Bang voor de dood, voor de duisternis, voor wat achter het gordijn beweegt
Bang voor de vrijheid en wat je daar dan mee moet
Bang voor de Russen, als die komen met hun tanks en hun ruwe taal, of anders wel de Chinezen van wie je niks snapt
Bang dat er een complot is waar niemand het over heeft, en dat dát nu juist het complot is
Bang dat het internet eruit vliegt, of de telefonie, en niemand weet hoe dat kan, bang dat de slinger van de opwindradio het dan begeeft
Bang dat het water alles mee zal sleuren, of anders de zon alles wel zal verzengen
Ook voor de afbeelding van vorige week moet ik mij verontschuldigen. Olifanten zitten niet op bankjes als verdwaalde toeristen. Dat de foto waarschijnlijk gemanipuleerd is vormt geen enkel excuus: iemand moet gemeend hebben dat dat wel grappig is. En dat vind ik grappig? Met memes is het uitkijken geblazen en de zaak is mij veel te ernstig. Ik begaf mij op het hellende vlak van ethische roekeloosheid. Dat spijt mij oprecht, olifanten van deze aarde!
Of ik het met de afbeelding van vandaag beter doe valt nog te bezien. Daarop staat Ganesha afgebeeld, de god van kennis en wijsheid, en van hem durf ik veilig te beweren dat niemand die ooit in het echt heeft zien rondlopen. Zelfs hindoes niet. Wie op het idee kwam een godheid eerst te laten onthoofden en daarna een olifantshoofd op het levenloze lichaam te plaatsen behoort tot de diepe raadselen der godsdiensten. In dat geestelijk domein zijn nog wel buitenissiger verhalen bedacht.
Had ik het over ethische roekeloosheid? Kijk de wereld in, lees de krant, zie de nieuwsuitzendingen: wat een ellende! Voor buitenaardse wezens – zo die er zouden zijn – kan deze aarde bezwaarlijk een aanlokkelijke bestemming zijn. Wat een onherbergzaam oord! Onze planeet kwijnt en kermt, de mensen erop zijn verdwaasd. Toch zijn zij onvermoeibaar doende zelfrechtvaardiging te zoeken voor hun wandaden.
Er wordt wel beweerd dat de moraal van boven komt, de Tien Geboden enzo. Dit is onzin. Moraal is veel ouder dan de mens. Dieren hebben daar weet van. Vul bij boven een godheid naar voorkeur in en sla gade wat er gebeurt als je iemand tegenkomt die iets anders had bedacht: de hel breekt los.
Er wordt ook wel beweerd dat de huidige morele chaos het gevolg is van de secularisatie. Ook dat is onzin. Al zit er wel iets in dat mensen niets meer heilig is. Maar terug willen keren naar geloofsopvattingen en overtuigingen die juist veel van de huidige ellende hebben veroorzaakt is ronduit misdadig. Weer: de aarde onderwerpen? De vrouw onderwerpen? Andere rassen en hun volkeren onderwerpen? Alle dieren onderwerpen? Ik heb het nog maar even niet over andere geloven, gender, biologische landbouw, circulaire economie, havermout of vuurwerk. Het knettert al genoeg. Berg je maar als een machthebber beweert dat -ie door god gezonden is. Als de leperd seculier beweert dat – ie ‘de stem van het volk’ vertegenwoordigt trouwens ook. Er is geen enkele garantie dat wat veel mensen zouden willen ook het goede is.
Vergeef me, alweer, olifanten op deze aarde, als ik nu zeg dat je wel een olifantshuid moet hebben om het gekerm van de aarde en alle levende wezens daarop niet te horen. Taal is lomp en de beeldspraak gebrekkig, ik weet het. En ik weet ook hoe gevoelig jullie zijn. Hoe wonderbaarlijk goed jullie geheugen. Jullie hebben nog weet van een wereld voor er mensen waren.
Chimpansees in Burgers’ Zoo bekijken in maart 2013 Frans de Waals boek De Bonobo en de tien geboden. Foto: Luuk van der Lee/Hollandse Hoogte
Op de reeks foto’s van de afgelopen week ben ik niet trots: ik gebruik dierenplaatjes voor een menselijk doel. Lachen man! Animal Crackers! Misbruik is een beter woord. Grensoverschrijdingen.
Het onderschrift maakt het er niet beter op. Die bij de nadenkende chimpansee heb ik gewoon gejat. Mahatma Gandhi zou dat gezegd hebben toen hij in de jaren ’40 in Engeland was om de onafhankelijkheid van India te bepleiten. Nee, met de menselijke beschaving wil het nog niet erg vlotten. Niet in het algemeen en met die van mij in het bijzonder niet.
De foto hierboven laat het hart van het probleem zien. Apen kunnen niet lezen, dat dénken wij tenminste. Over denken een andere keer. Een boek over apen dat door apen niet gelezen kan worden: ha ha ha! Leedvermaak, wat zijn wij mensen toch slimme wezens.
In Zijn wij slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? (2016) laat Frans de Waal zien wat er allemaal mis is met de vooringenomenheid dat mensen superieur zijn aan alle dieren. Een bekend experiment om aan te tonen dat dieren over zelfbewustzijn beschikken is de spiegeltest. Geef een dier een spiegel en kijk of het zichzelf herkent. Honden en padden doen dat niet, apen, dolfijnen en kraaien wel. De lijst is incompleet.
De olifant ‘slaagde’ aanvankelijk ook niet. Dat was raar want juist bij olifanten zou je dat veronderstellen. Hebben die niet een legendarisch geheugen? Totdat een onderzoeker op het idee kwam dat een handspiegeltje misschien toch wat klein was voor een olifantenpoot. Met een spiegel ter grootte van De Nachtwacht lukte het wel.
Kreeg die olifant toen een diploma? Het dier zou niet weten wat ermee te doen. Met een spiegel trouwens ook niet. Het punt is dat met het bedenken van experimenten, hoe integer ook opgezet, het uitgangspunt altijd het menselijk perspectief is. Dat is een top-down-visie van mensen op dieren, antropocentrisme. Spiegels, en boeken, zijn voor dieren volstrekt onbelangrijk. Zij leven in een andere wereld, ook al delen zij dezelfde aarde en hemel met ons.
In Science rapporteerden onderzoekers afgelopen week dat de piepjes, kreetjes, roepjes, brulletjes en andere vocale uitingen van bonobo’s aanzienlijk meer betekenisvolle structuur kennen dat altijd werd gedacht. Zij blijken wel degelijk een soort grammatica te gebruiken, ‘compositionaliteit’ noemen de onderzoekers dat. Voorbeeld: F betekent iets en C betekent iets anders. Die kun je combineren: F C. Maar dat betekent echt iets anders dan C F. Hoe het zit met B en G moet nog uitgezocht worden.
In Nederland is de taalkundige Leonie Cornips al een tijdje bezig om op vergelijkbare wijze koeientaal te ontraadselen. Ook aan de liederen van walvissen wordt onderzoek gedaan. Prachtig onderzoek allemaal, zolang de conclusie tenminste maar niet neigt naar ‘maar mensentaal is beter’. Een aap is een aap, een koe nog altijd een koe en een walvis bewoont de oceaan. Als je wilt weten wat die dieren met elkaar delen moet je zelf een aap zijn, een koe of een walvis.
Bijna schreef ik ‘een koe graast in de wei’ maar voor een levend rund is dat een buitengewoon onnatuurlijke situatie. Menselijke superioriteitsgedachten en – gevoelens hebben hem daartoe veroordeeld. Wie nog nobele gedachten wil wijden aan het peil der menselijke beschaving leze overigens de krant. Menselijke taal verhoedt niet de gruwelijkheid van Gaza, van Oekraïne, van Darfur. Of de maffiose zwakzinnigheid die vanuit het White House de hele wereld op z’n kop zet. Voor wie beschaving wil zien, is het een goed idee zelf in de spiegel te kijken.