
Er was een schrijden,
de populieren ruisten –
het sloeg de hoek om

Er was een schrijden,
de populieren ruisten –
het sloeg de hoek om

Riet buigt, gracieus
passeren zwanen het nest
waar zij uitkwamen

Tussen buien door
klinkt haastig nog het liedje
van de heggenmus

Aan de randen van het beschaafde Europa ligt een eilandenrijk dat vroeger nogal een hoge dunk van zichzelf had. Van dat hele British Empire is nu nog alleen het United Kingdom over. Dat heeft moeite met z’n vieren verenigd te blijven.
De afgelopen twee weken waren wij in het Noorden, in Schotland. Twee weken is niet erg lang dus waarom die Schotten nu precies niet langer bij de rest willen horen is ons nog niet helemaal duidelijk geworden. Af en toe kwamen wij glimpen van geschiedenissen tegen die niet erg fraai waren. Als de huidige koning even genoeg van zijn onderdanen heeft trekt hij zich terug op een landgoed. Zijn voorvaderen hebben die streek eerst helemaal leeg geveegd van de oorspronkelijke bewoners. Daar maak je geen vrienden mee. Maar ik wou het helemaal niet over de politiek of de geschiedenis hebben. Of over het toerisme. Toen we daar toevallig ergens in de buurt waren zijn we toch even wezen kijken maar met zoiets als koninklijke landgoed is het qua touringcars dezelfde gekkigheid als overal. En dan rijden ze nog links ook op die smalle weggetjes.
Van de imponerende Highlands of Scotland hebben ze nog niet eens zo heel lang geleden een National Park gemaakt, Cairngorms. Daar zal ik de doedelzak geen Schotse wijsjes over doen spelen. Toeristen weten het zo wel te vinden. Dat kan moeilijk anders want het is bijna honderd keer groter dan de Oostvaardersplassen, zie er dan maar eens uit te blijven.
Aan de rand van dat grote park, aan de voet van die ongenaakbare bergen logeerden wij in een allervriendelijkst hotel waar ze er aardigheid in hadden gehad de ganse inboedel in Schotse ruit uit te voeren: stoelen, beddengoed, behang. Dat had helemaal niet gehoeven, de mensen waren uit zichzelf werkelijk allerhartelijkst, ook al begrepen we weinig van hun Schots. Ze lieten ons helemaal in onze waarde, we hoefden niks en we moesten er zelf maar achter komen dat het hotel eigenlijk deel uitmaakte van een natuurgebied dat weer deel uitmaakte van die uitgestrekte Cairngorms. Dat bleek een verbluffend mooi gebied. Betoverend is het woord.
Rond een loch liep een pad door een berkenbos. Het licht kwam overal en overal hoorde je het zeldzaam zachte ruisen van de berkenblaadjes. Je liep niet, je zweefde. Er waren lelies in het rimpelend water, dat de weinige wolken weerspiegelde, waterjuffers vlogen af en aan, een lijster probeerde alle vogelliedjes uit, een koekoek begeleidde ons de hele tocht.
In het midden van het loch lag een eilandje. Een bescheiden informatiebord nodigde uit eens na te denken over hoeveel inspanning het gekost moest hebben nog voor het begin van deze jaartelling op dat eiland een versterking te bouwen. En waarom. Een artistic impression moest de verbeelding over de prehistorie verder aanjagen. De Picten zelf hadden er niks over opgeschreven.
Van later datum dateerde een manshoge, kunstig bewerkte steen. Een kruis? Was dat nou Pictisch? Of toch al Gallisch? In elk geval uit de tijd dat de Friezen nog verse herinnering hadden aan de moord op Bonifatius. Hoe was dat in deze streken gegaan? En waarom?
Pas toen we weer thuis kwamen, afgelopen vrijdag, begonnen de vragen een meer causaal karakter te krijgen. De zogeheten kerstening van West-Europa, zo leerden wij uit het nieuws, had niet de morele bodem gebracht die daar redelijkerwijs mee in verband gebracht mag worden. Daar is gedurende onze afwezigheid de bodem nog verder uit geslagen. De voorstellingen van de schertsregering hier te lande hebben wel geen grotere schade aangericht dan dat oplossingen nog verder getraineerd werden, maar een burgeroorlog is tot op heden uitgebleven. Doden zijn er niet gevallen. Dat kan niet gezegd worden van Gaza. Of Oekraïne. Of het zwakzinnige gedrag van de man in het Witte Huis die zichzelf voor een door God gezondene houdt.
Genoeg hier over. De precieze naam van die plaats daar in Schotland houd ik voor me, evenals de coördinaten. We willen er graag nog eens ongestoord heen kunnen om de gekte van deze wereld te kunnen ontvluchten.


Foto: Onno Otto
Die stille triomf
voor de duif naar beneden zweeft
bevrijd, heel even

Tumult! Uit takken,
uit veertjes komt een houtduif
getuimeld – ontzet

Roe kóe koe roe koe!
Houtduiven bij dageraad:
roe kóe koe roe koe!
Roe kóe koe roe koe!
Houtduiven in de middag:
roe kóe koe roe koe!
Roe kóe koe roe koe!
Namiddagse houtduiven:
roe kóe koe roe koe!

ik zal een boom zijn
en ik zal de vogel zijn
die in me nestelt
ik zal de grond zijn
waar de boom in wortelt
waar de vogel woont
ik zal de wind zijn
en grond en boom en vogel
eindeloos strelen
en onder de boom zal ik de mens zijn
die dit dromend zal bestaan
J. C. van Schagen, ik ga maar en ben, 1972

Dol op spelletjes
jaagt hij eigen echo na:
bos vol koekoeken!
___
De koekoek is al weer een tijdje in het land maar ik hoorde hem vorig weekend voor het eerst. Kennelijk was die net uit hartje Afrika hierheen komen vliegen en nog bezig zijn territorium te verkennen. Zijn roep schalde even over zevenen van achter de singel. Een vreemde plek. Zou het een eerstejaars zijn? Met die ene vraag begint het raadsel.
Koekoeken zijn broedparasieten, dat weet iedereen. Ze leggen hun eieren in het nest van een andere vogel, karekieten bijvoorbeeld, en die zijn nu volop met hun best bezig in de rietkragen waar de stad ophoudt en het Waterland begint. Maar hoe weet zo’n eerstejaars koekoek nou waar die moet zijn? Van wie heeft de koekoek dat geleerd?
Het raadsel begint al eerder. Als een koekoek zich uit het ei wringt weet-ie natuurlijk niet dat-ie een koekoek is. Toch werkt-ie zo snel mogelijk de andere kuikens het nest uit. Kan hij weten dat de waardouders anders nooit genoeg insecten en rupsjes kunnen aanslepen? Hoe dan?
Als een koekoek vliegvlug is, volgt hij of zij niet de echte ouders op weg naar Afrika. Die vertrekken meteen nadat het eieren leggen is gedaan, eind juni of begin juli, naar Congo of Angola. Naar hun kroost kijken zij niet om. De pasgeborenen vertrekken pas in september. Hoe vinden die nu hun weg over de Sahara en de Sahel? En waarom trotseren ze al de gevaren van die risicovolle tocht waarvan ze niet kunnen weten dat ze hun leven op het spel zetten? Weten ze dan al dat ze koekoek zijn en dat koekoeken dat nu eenmaal zo doen?
Wanneer en hoe weten die jonge koekoeken na die winter in tropisch Afrika dat het tijd is om naar het noorden te vliegen? En dat er in de periferie van een tamelijk grote stad op de 52e breedtegraad een alleraardigste rietkraag is, rustig ook, hier vlak achter ons huis, met plenty gelegenheid een partner te vinden die op mysterieuze wijze ook van dit plekje geweten moet hebben, en waar een aantal karekieten zo genereus is, of onnadenkend, of stom, hun eieren wel uit te willen broeden en hun nageslacht groot te willen brengen? Hoe weet die koekoek dat je bij de karekieten moet zijn en hoe weet dit jong dat nog nooit een ei gelegd heeft dat het ei dat zij zal leggen precies, maar dan ook pijnlijk nauwkeurig, op dat van een karekiet lijkt? Of, en nou wordt het nog wonderlijker, op dat van een heggemus, graspieper of kwikstaart, witte of gele, als de moeder dat de jaren ervoor ook al deed? Net zo precies, en net zo nauwkeurig?
Hoe die waardvogels met deze indringer omgaan is weer een ander verhaal. De eminente Britse ornitholoog Nick Davies heeft daar een prachtige studie naar gedaan (De koekoek; vals spel in de natuur, Atlas Contact, Amsterdam 2015). Uit het voorwoord: “[. . . ] koekoeken zijn stiekem, dus hebben we ook het gereedschap van de forensische wetenschap nodig, zoals DNA-technieken en satellietvolgsystemen. We zullen enkele schokkende ontdekkingen doen wanneer we kennismaken met de vernuftige en vaak meedogenloze methoden die koekoeken erop na houden om hun gastouders te misleiden en te manipuleren. Dat bedrog is niet uitsluitend voorbehouden aan volwassen koekoeken; enkele van de meest geslepen trucs zijn die waarmee koekoeksjongen pleegouders zover krijgen hen te voeren.” Dat klinkt als een spionagethriller en zo leest het ook.
Maar. De strategieën en tactieken van een koekoek kun je wel in kaart brengen, als je tenminste het geduld kunt opbrengen en er de tijd voor neemt. Misschien komt het doordat ik niet zo’n spionagethrillerlezer ben, of bij ‘wapenwedloop’ eerder aan het menselijk bedrijf denk. Of doordat ik bij ‘vals spel’ uit de ondertitel toch uitsluitend ménselijke intenties veronderstel. In weerwil van al het prachtigs wat Davies over de koekoek te vertellen heeft, begrijpen we die vogel nu echt? Dat haalt je de koekoek.