Er was helemaal niks spectaculairs aan de klimaatmars van gisteren in Den Haag. Toen we op het Malieveld aankwamen was er niemand die raar opkeek dat wij er ook waren. We vielen niet op tussen die tienduizenden, het waren allemaal heel gewone mensen en niemand deed gek.
De toespraakjes waren ook heel gewoon, niks opruiends of zo. Ze hadden wel wat beter mogen oefenen, zei ik tegen mijn vrouw, want het was wel erg gewoontjes. Nou ja, inhoudelijk viel er geen onvertogen woord en misschien verwacht je dan toch te veel.
Aan het einde zeien ze nog dat we niet op het Malieveld terug zouden komen. We konden dus zo weer op de trein. Wel alle eigen troep opruimen. Maar we hadden geen troep gemaakt. En we hadden ook geen bord om te demonstreren, met een opvallende tekst of zo. Dan hadden we die natuurlijk meegenomen tijdens de letterlijke mars. We stonden er gewoon voor onszelf. Nou ja, vóór het klimaat. Of nee, tégen de klimaatverandering. Of eigenlijk, we stonden er om iedereen duidelijk te maken dat het klimaat een groot probleem is. Of nee, dat we immense problemen krijgen als de temperaturen maar blijven stijgen en de zeespiegel ook nog -es. Leg het maar eens uit. Daarom hadden we dus ook geen bord, we hoorden nergens bij. Of nee, ook al niet goed, we hoorden bij iedereen.
Al die mensen om ons heen wisten het ook, al hadden ze allemaal hun eigen redenen om er bij te zijn. Dat zag je zo. Aan hun borden natuurlijk, als ze die wel hadden. Of aan hun kinderen. Die politieke partijen die we zagen wisten het ook. Daar hoefden we dus ook niet voor te demonstreren. Die er niet waren, die moesten we zien te overtuigen. Maar ja, die waren er niet. Die laten zoiets zeker links liggen.
Toen we weer in de trein naar huis zaten lieten we alles een beetje bezinken. Wat had nou de meeste indruk gemaakt? Er waren geen relletjes geweest, maar ja, er waren ook geen hooligans. Alle klinkers en stoeptegels waren blijven liggen. Geen ruit was gesneuveld. We hadden zelfs geen beveiligers gezien toen we een Zeer Bekend Politicus hadden herkend. Die liep gewoon los, net als wij. We hadden ’s middags ook gewoon door een herfstbos kunnen gaan wandelen.
En de toespraken dan? Ook al gewoon. Saai bijna, want we weten het nou wel. Nou ja, die ene vrouw uit Amsterdam-Noord herkenden we niet, nooit gezien bij de supermarkt, maar haar verhaal kenden we wel. Ze woont tenslotte vlakbij maar misschien gaat ze naar een andere supermarkt. Wij kennen de buurten van Noord en we hebben onze oren en ogen tenslotte ook niet in onze achterzak zitten. Maar voor haar verhaal hadden we natuurlijk niet helemaal naar Den Haag hoeven reizen.
Het zal blijven regenen, in elk geval de ochtend. Ik ga maar eens foto’s van gisteren bekijken. Kijken of ik iemand herken. Misschien staan wij er wel op.
Een vis die zich afvraagt wat water is, is niet goed bij z’n hoofd. Een vogel die wil weten wat lucht is, is van het padje. En een mens die zich afvraagt wat het klimaat is?
Dit mag dan waar zijn, maar met het inzicht dat alles voorbijgaat valt in de politiek slecht te scoren. Het bestaansrecht van de politicus is namelijk dat hij een ‘Probleem’ benoemt. Dat probleem is ‘Urgent’, zal hij beweren. Gelukkig heeft hij de ‘Oplossing’. Daarna volgt: ‘Vertrouw mij nu de macht maar toe en dan regel ik het wel.’ Iedereen gelukkig!
‘Nee!’ beweert dan een andere politicus, ‘er is helemaal geen probleem!’ Of: ‘die oplossing werkt niet!’ Of: ‘dat is niet uitvoerbaar!’ Of: ‘dat kunnen we niet betalen!’
Over het gebakkelei dat daarna volgt gaat de cursus Zindelijk Redeneren. Probeer het voor de aardigheid maar eens uit met Stikstof. Migratie kan ook. Of Wonen, Voedselzekerheid, Veiligheid, Zorg.
De cursus wordt Links en Rechts aangeboden in het kader van het Programma ‘Een Leven Lang Leren’. Daar ben je dus wel even mee zoet.
Een shortcut is evenwel voor iedereen voorhanden, gratis en voor niks, zonder enige koopverplichting of lidmaatschap.
Hoe gewichtig is het morgen allemaal? Volgende week? Volgend jaar? Over vijf jaar? Tien? Over . . . * Geformuleerd in een Wenk voor de Stem Wijzer:
V. Hoe groot is het probleem en waarom is dat zo?
_____
Disclaimer:
*Het leven stelt een mens iedere dag voor problemen. De kunst van het relativeren vermindert niet de intensiteit van de beleving en problemen gaan ook niet vanzelf over. Maar het stellen van die vraag geeft wel veerkracht
Als je tegenwoordig politici het woord ‘democratie’ in de mond hoort nemen, is het oppassen geblazen. Dan bedoelen ze waarschijnlijk dat de wederstrevende partij niet democratisch is en / maar zij zelf wel. Alsof ‘democratisch’ trouwens een keurmerk is voor ‘goed’. Wat een kleuterachtige eigenwaan! Niet alleen was in de Oudheid representatieve vertegenwoordiging al een probleem (vrouwen, slaven en kinderen telden niet mee, bij sommige politieke partijen trouwens nog steeds niet) maar als je naar de zieltogende staat van deze planeet kijkt is het zonneklaar dat je het bestuur ervan maar beter niet aan mensen, demos, het volk, over kan laten.
Met grote belangstelling volg ik de ontwikkeling om de natuur ‘een stem’ te geven. Laat ik me voorzichtig uitdrukken: ik heb zo nog mijn reserves. De juridisering van de samenleving is weinig hoopgevend. Klemmender nog is het volgende bezwaar: wie geef je dan het mandaat om namens de natuur te spreken? De weinig verheffende soap bijvoorbeeld rond de Partij voor de Dieren leert dat die club geen Partij van de Dieren is. Nou ja, de mens is ook een dier maar aan die wetenschap hebben de andere dieren vaak zo beroerd weinig.
In zijn laatste boek Leeft een rivier? gaat de Britse natuurschrijver Robert Macfarlane op zoek naar de stem van de rivier (Robert Macfarlane, Is a river alive? 2025). Aan het eind van zijn zoektocht lijkt hij te kunnen horen wat de rivier hem mee te delen heeft. Ik ga dat niet citeren of samenvatten – Macfarlane zelf vindt het trouwens ook ondoenlijk om weer te geven wat het water hem te zeggen heeft. Maar, oppert hij:
‘. . . er komt mogelijk een grote uitbreiding van het verstand en de verbeelding bij kijken . . .’
Zo is ’t maar net: net als je denkt er grip op te krijgen, ontglipt het je weer. Het lijkt wel mystiek. Die mysterieuze eigenaardigheid deelt het begrip natuur met begrippen als ziel of god. Hopen op een grote uitbreiding van het verstand of de verbeelding lijkt mij een slechte strategie als het erom gaat een politieke koers uit te zetten.
_____
[. . . ] en in alle gewesten wordt de stem van het water met zijn eeuwige rampen gevreesd en gehoord [. . .]
dichtte Marsman in het iconische Herinnering aan Holland (1936). Hij verwoordde daarmee niet de stem die ik bedoel – daar heb je ’t gedonder al weer, want hoe weet ik dat zo zeker?! – maar veeleer de vrees die de natuur inderdaad mensen terecht kan aanjagen. En na tromgeroffel klinkt daarna natuurlijk de triomfkreet dat ‘wij’ die hebben ‘overwonnen’. Pfff, het water als vijand, de waterwolf. . .
Wie over de natuur nadenkt in termen van schadelijk of profijtelijk komt in een kamp terecht waarin ook heel gemakkelijk gezegd wordt dat je de natuur soms iets ‘terug moet geven’. In zo’n transactionele opvatting van de verhouding tussen mens en natuur kan het moeilijk lang goed gaan, want alweer: wie bepaalt dat dan?
Wie zich evenwel realiseert dat onze rivierdelta in deze lage landen door de geografische ligging (en nog een aantal factoren zoals de toevallige golfstroom en andere zaken die wij niet in de hand hebben) zoveel mensen en dieren kan herbergen, en al zo lang, is iets op het spoor dat veel verder gaat dan alleen eigenbelangelijkheid. Die wordt zich namelijk ook bewust van de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt dit unieke gebied te onderhouden. Dat vraagt inderdaad een luisterende houding. Die kun je pas aannemen als je de natuur, alle levende wezens, serieus neemt. Vandaar mijn vierde wenk: ondervraag politieke partijen op hoe ze de verhouding tussen mens en natuur zien.
Die eerste twee wenken waren niet zo moeilijk: die beschrijven gewoon wat Nederland niet is. Filosofen en theologen van alle eeuwen bedienen zich al van het trucje van de via negativa, dus een beetje flauw is het wel. Het agrarische vraagstuk heeft dat ook niet opgelost en we zitten nog steeds in de shit.
Wat Nederland dan wel is wordt een stuk ingewikkelder. Mensen die “Wij zijn Nederland!” roepen, doen keihard of zij het wel weten. Er zijn politieke partijen die dat dan geloven – of is het juist omgekeerd? – maar hoe weten ze dat allemaal zo zeker?
Roodkapje zong: “‘k Ben niet bang voor de wilde dieren, ‘k ben niet bang, ‘k ben niet bang. ‘k Ben niet bang voor de wilde dieren, ‘k ben niet bang.” Let op de herhaling. Sla ook acht op de behendigheid waarmee Roodkapje zich achter de boom verschuilt als het erop aan komt moed te laten zien.
Is dit niet een wat kinderlijke weerlegging van ronkende nationalistische op-de-borst-klopperij? Kom kom zeg, wie begon? Laten die lieden eerst maar eens wat geschiedenisboeken lezen over de VOC, bijvoorbeeld, en het geldelijk gewin dat de slavenhandel bracht. En daarna een begin maken met de cursus Ken uzelve. Daarna kunnen we praten.
De vraag is natuurlijk: welke studies dan? Politici wassen elkaar voortdurend de oren als het gaat om de stand van zaken in de natuur en het klimaat. Om over bestaanszekerheid, veiligheid, wonen en migratie nog maar even te zwijgen. Er lijken evenveel parallelle Nederlanden als politieke partijen te bestaan. Het politieke bedrijf verwordt dan tot de onthutsend primitieve belangen- en stammenstrijd waarvan we de afgelopen tijd getuige waren. Het algemeen belang werd in elk geval niet gediend.
Mijn derde wenk is daarom: bevraag partijen op hun zekerheden.
III. De waarheid over de werkelijkheid is een proces, geen product.
Nog acht dagen te gaan voordat we met het stempotlood mogen uitmaken wie dit lage land bij de zee mag gaan besturen. En hoe dat dan moet. Ik moet haasten.
De eerste wenk was kennelijk zonneklaar, daarom vandaag meteen door naar de tweede:
Ik had mij met dit blog voorgenomen over de natuur en deze wonderlijke planeet aarde te schrijven maar steeds wringt de mens zich daar met zijn dramatische eigenaardigheden tussen. Het gaat allerbelabberdst met deze planeet. Punt. Op het Nederlands, op het Europees en zelfs op het wereldtoneel plechtig afgesproken klimaatdoelen zullen deze eeuw niet gehaald worden. Punt. Maar telkens verschijnt er een handenwringende mens op de planken om de aandacht te trekken voor een of andere raar verhaal dat-ie dacht in een ander stuk te spelen, of in een ander theater, of met deze of gene kulsmoes waarom hij of zij z’n of d’r rol niet geleerd heeft. Uiteindelijk valt het doek vanzelf.
Nu had ik heus niet gedacht dat na drie weken uitlandigheid alles opgelost zou zijn, het stikstofprobleem in het bijzonder niet. De verhaalontwikkeling die de verantwoordelijke ministers evenwel de afgelopen vrijdag in scene hebben gezet had geen regisseur kunnen verzinnen. Dit was de claus: “Aan het einde van deze politieke voorstelling staan wij ons mannetje!” Herstel: “Aan het einde van deze politieke voorstelling staan wij in principe ons mannetje!” Herstel: “Aan het einde van deze politieke voorstelling staan wij in principe ons mannetje als we dan nog mee mogen doen met dit stuk!” Of zoiets. Aan het kostuum van een kabinet met zoveel verstelplekken zie je zomaar wat lapjes en draadjes over het hoofd. Maar van het stikstofslot is dit land niet.
Er resten nog negen dagen om helder te krijgen waar het in dit land om zou moeten gaan. Ik ga geen politiek programma schrijven en doe niet aan kiezersbeïnvloeding of dwingende adviezen. Maar wat aanwijzingen kunnen geen kwaad. Daar ga ik:
Dit land is van iedereen. Of van niemand (wat hetzelfde is).
(Oeps! En nou moet ik dat zeker nog gaan beargumenteren? Met een of ander zwaar filosofisch opgezet lulwerkje zeker, of theologisch, nog erger, of een of ander juridisch gezwam dat alleen juristen onder elkaar begrijpen? Kijk naar de zon en bedenk van wie die is. Kijk dan naar de aarde en bedenk wat daar van geworden zou zijn zonder zon. En stel dan nog eens die eigendommelijke vraag. Als je durft.)