
Je weet niet wat je hoort: https://www.youtube.com/watch?v=HVau-JRGirg
‘Haal de parasols maar weg,’ zei mijn vrouw terwijl ze haar jas al aantrok. Nu de populieren gekapt zijn kan de zon onbekommerd de kamer in schijnen Dat we het ruisen niet meer horen vindt zij niet zó erg, van alle licht dat binnenstroomt wordt ze blij. Ze vraagt zich ook af of we het in huis zullen merken. Qua warmte, bedoelt ze dan vooral. En qua stookkosten in de winter. De zon staat al merkbaar lager nu het september geworden is, en de dagen worden merkbaar korter. Nou, de warmte stoomde mijn hemdje uit, toen ik de parasols had opgeborgen. De zon scheen inderdaad onbekommerd en om half drie werd het me te dol op het balkon. De bladzijden van het boek waarin ik bezig was schitterden mij onleesbaar in het gezicht.
Binnen had ik de preludes van Chopin opgezet. Zou ik iets te weten kunnen komen waarom Kurosawa juist de 15e had uitgekozen voor zijn vertelling over de droom van Van Gogh? Iedereen noemt die prelude ‘de regendruppelprelude’. Alsof dat het wonder verklaart. Het repetitieve element verleidt inderdaad gemakkelijk tot die associatie. Het lamentabele verhaal dat Chopin met zijn geliefde in de winter van 1838 naar Mallorca was gereisd om zijn tuberculeuze gezondheid te verlichten doet de rest. Het regende nogal die winter en zijn relatie met Georges Sand ‘was regen en drup’. Dit laatste verzin ik niet, dat doen samenstellers van muziekprogramma’s.
Chopin zelf moet Sand uitgefoeterd hebben toen zij hem haar regenassociatie toevertrouwde. ‘Muziek is wel iets anders dan een imitatie van de natuur,’ moet hij gezegd hebben. Alweer, volgens een beschrijving die ik van het voorval vond. Nu ik de preludes in zijn geheel beluisterde viel mij op dat meer van die preludes dat repetitieve hebben. Het regende toch niet heel de tijd?
De musicologische besprekingen zijn voor mij te hoog gegrepen. Ik geloof zo wel dat het pianistisch gestoei met toonladders vanaf Bach ’s Wohltemporierte Klavier componisten geboeid en uitgedaagd heeft. Maar om dat nou helemaal te doorgronden, tot Shoshtokovitsj’ Preludes aan toe? Had ik maar piano leren spelen, dacht ik, toch wel een beetje sip. Muziek komt voor de taal – maar poëzie is mijn akkoord. Dat van die herhaling begrijp ik nog net. Altijd hetzelfde, telkens even anders.
Waarom Kurosawa juist die 15e prelude uitkoos om zijn droom over Van Gogh muzikaal te omlijsten is mij niet helder geworden. Wat hij in de prelude beluisterde evenmin. ‘Sostenuto’, aanhoudend. Wat was het dat aanhield in zijn lange leven, dat hij zichzelf tussen de verfklodders in dat schilderij van Van Gogh liet verdwijnen? Wat was ‘de scheppende intuïtie’ van de meester?
Er valt een hele theorie bij elkaar te fantaseren dat Akira Kurosawa’s Dreams niet toevallig uit acht scenes bestaat. Vormen die samen niet een octaaf? En zijn die acht dromen dan niet de acht constituerende elementen uit zijn scheppende leven, geënsceneerd in telkens een andere toonsoort? De folklore van zijn land, de kitsune, en andere demonen, de nationale adoratie van de vallende kersenbloesems, de nationale adoratie van de samoerai, de grimmige kou, (“Elf ridders rijden / door een snijdende sneeuwstorm / geen wendt het hoofd af” (Shiki)), het gekloot met kernenergie en dat dan ook nog eens ná Hiroshima en Nagasaki, de verkrachting van de natuur, de transcendentale eenvoud van het leven in het dorp met de watermolens, de blijmoedige aanvaarding van de dood – de overweldigende rijkdom en veelkleurigheid, veeltónigheid van wat bedrieglijk eenvoudig lijkt.
Nou wordt-ie link, straks haal ik er de trappen van het geestelijk leven nog bij.
‘Ah fijn, je hebt de parasols opgeborgen! Hoe was jouw middag?’ informeerde mijn vrouw toen ze weer terug was. Ik wilde iets snedigs zeggen over een paraplu die nodig gerepareerd moet worden maar met het weer valt niet te spotten. Met mijn vrouw ook niet. ‘ Ik heb het droog gehouden,’ zei ik maar.











