
Beeld: Maarten Baas, Real Times, te zien in lounge 2 op Schiphol
Het kan met de vorderende leeftijd te maken hebben dat er gisteren weer een oude herinnering kwam bovendrijven. Twee in één week? Over hoeveel ijdelheid moet een mens beschikken om eigen ervaring voor wijsheid door te laten gaan? Hmm, nee heus, ik weet nog welke dag het vandaag is en ik kan ook nog een klok tekenen.
Ik ben geboren en getogen in de Wieringermeer. Dit moest zo zijn. Op leeftijd gerakend zie ik duidelijk in wat dit met mij gedaan heeft. Het tekende mij. Mijn rechtlijnigheid spruit voort uit het kiemplan van de minuscule bietenzaadjes die, op regels gezet, door mij als scholier met de schoffel ‘gedund’ moesten worden. Mijn Sturm und Drang uit de afwezigheid van culturele afleiding van enige betekenis. Mijn getormenteerdheid komt voort uit de complementariteit van die twee eigenschappen. We schrijven ergens rond 1970 en DDT was nog niet verboden. Zelfs vogels floten daar niet. De bietenakkers waren lang.
Naar school kwam iedereen met de fiets. Ik had een opa-fiets, zo een met een hoog stuur. Ooit had er een carbidlamp op gezeten. Die fiets was werkelijk van mijn opa geweest: ik had ‘m geërfd nadat hij bij ons thuis overleed. Met die fiets ging ik dus naar school.
Nu wilde het andere geval dat alle klasgenoten bij het bereiken der zestienjarige leeftijd een brommer wilden. Ik niet, ik had mijn fiets. Joost was de eerste. Ik noem hem Joost maar hij heette heel anders. Hij woont nog steeds op het bedrijf dat hij van zijn vader overnam toen ik ging studeren. Ik kom daar nog wel eens en zou niet graag met een van zijn vervaarlijke landbouwmachines in aanraking komen. Als ik ‘m Joost noem is dat voorzichtigheidshalve, niet vanwege mijn stuurkunst.
Op zijn verjaardag kwam Joost dus met zijn brommer naar school. Het merk weet ik niet. Dat deed er erg toe, dát wist ik wel, maar ik vond gewoon alle brommers ondingen. Bovendien had Joost het ding opgevoerd. Zijn vader had aardigheid in techniek en vooruitgang en die laste en sleutelde zelf nieuwe machines in elkaar. Nog voor hij er de openbare weg mee op mocht had Joost het kreng al helemaal naar zijn zin afgericht. Het knetterde als een oordeel en rookte alsof dat het laatste was.
Nu de herinnering.
Joost staat breed arm gebarend tegen het fietsenhok. De brommer staat glimmend naast dat hok. Joost z’n armen zijn lang en zijn gebaren zijn groot, z’n stem ook. Veel te zeggen heeft hij niet maar het is hard. Alle jongens kijken naar zijn brommer. ‘Veel groter!’ klinkt het nu luid en zeer verstaanbaar in mijn innerlijk oor. ‘Veel groter!’ En dan kijkt mij opeens aan met zijn donkerbruine ogen. ‘Maar daar begrijp jij niks van.’ De herinnering is lucide. En geen droom.
’t Was waar. Woord voor woord. Ik begreep er niets van. Door de jaren heen breidde zijn bedrijf zich uit. Dat kon ik zien aan de met naam bedrukte kisten die overal in die hoek van de polder opdoken. En aan de vrachtwagens die ook op andere erven zijn product op kwamen halen. Het was maar één product, het waren geen bieten, en wat waren er veel vrachtwagens voor nodig. Colonnes.
Mijn moeite met de huidige plannen van de minister van Landbouw en andere Lobby’s lijkt dus al in mijn jeugd te zijn aangekondigd. Zo dit zo is dan weerspreekt dit het volkse inzicht dat wijsheid met de jaren komt.

Beeld:: Links: Maarten Baas, Real Time Grandfather Clock – The Father, 2019
Rechts: Maarten Baas, Real Time Grandfather Clock – The Son, 2022
Foto’s: Courtesy of Carpenters Workshop Gallery











