Alle vogels zíen die je onderweg hóórt? nee, dan kom je nooit thuis
_____
Opm.
In het najaar ‘zit het erop’, in het voorjaar ‘moet het nog beginnen’. De voorjaarstrek verloopt ook heel anders dan de najaarstrek. Je komt ogen en oren te kort als je bij wilt houden welke vogels zijn teruggekeerd om de wereld weer met ons te delen.
De Verenigde Naties bogen zich afgelopen woensdag over de slavernij. In de resolutie die ter tafel lag, werd slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid genoemd. Ooit. Zo erg dat er ook herstelbetalingen moesten worden gedaan voor alle leed in het verleden. Zelfs als die misdaad al in de 17e eeuw is gepleegd? Ja. Onrecht moet erkend. Onmenselijkheid verjaart niet.
Het vergt hogere uitlegkunde om te begrijpen waarom niet alle landen applaudisserend instemden. Zo van, hè hè, dat was eens maar nooit weer, kom maar op met de beschaving!
Ik was niet bij de beraadslagingen. Dan ga je gissen. Zouden de Amerikanen tegen hebben gestemd omdat ze indertijd eerst alle indianen hebben uitgeroeid en daarna die zwartjes met de zweep de katoen hebben laten plukken? En dat ze nu nou nog niet wisten wat erger was? Waren de Israëli’s tegen omdat ze in Gaza, Libanon en Iran nog niet klaar zijn? Cynisch wordt je ervan.
Nederland onthield zich van stemmen, net als de rest van Europa. ‘Gemiste kans,’ zeggen mensen die het beter kunnen beoordelen dan ik. Tja, denk ik, ’t gaat natuurlijk centjes kosten. En dat met de huidige brandstofprijzen.
Deze resolutie ging alleen over misdaden tegen de menselijkheid. Hoe moet het nou als we eindelijk eens gaan inzien dat we ons ook misdadig tegenover dieren gedragen? En tegenover de natuur? Welk wonder zou er moeten gebeuren om dat iedereen te doen inzien?
Vanmorgen viel mij dit in. Het Mauritshuis presenteert op dit moment de tentoonstelling Birds. Nu is het mij even niet om die expositie te doen, al heb ik veel met vogels op. Ook weet ik hoe dat stadspaleis daar ooit, al in de 17e eeuw, is opgetrokken, zo naast het centrum van de Nederlandse macht. En als ik het niet weet dan vragen ze dat maar aan Simon Schama, die de expositie bedacht heeft. Die weet alles over het onbehagen dat aan rijkdom verkleefd is.
Maar mij zou het te doen zijn om dat niet eens zo heel groot schilderijtje van Carel Fabritius. De verf van het Mauritshuis was amper opgedroogd toen – ie het maakte. Het paleisje van Johan Maurits van Nassau-Siegen, door de Staat gevolmachtigd rover, slavenhandelaar ook, geurde nog helemaal naar metselspecie.
Of dit het ergste schilderij is hoe misdadig wij met vogels in verleden en heden zijn omgegaan weet ik niet. Maar het gaat mij om het wonder hè?
Ik zal toelopen op dat schilderijtje dat Fabritius ooit van dat distelvinkje maakte. Groter dan de a-4tjes waarop die resolutie te lezen viel zal het niet zijn. Maar wat is het groots.
En dan zou ik dit allereenzaamste vogeltje bevrijden van al zijn ketenen, het kettinkje losmaken van zijn onwaarschijnlijk tere pootje, het bevrijden van de verf, het heel voorzichtig loslaten en luisteren naar de snelle vleugelslag. Het weg zien vliegen naar een bosrand waar het kan verschuilen, een ruigte, liefst wat droog maar wel met water in de buurt, klaterend water, wat slordige struiken erlangs om een nestje te beginnen. En distels natuurlijk, kaardenbollen, een tak om een heel precies en onweerstaanbaar verleidelijk liedje te zingen.
Bijna alle vogelboeken gaan in op het uiterlijke verschil tussen de fitis en de tjiftjaf. Dat is er bijna niet. ‘Door hun zang houd je ze makkelijk uit elkaar,’ staat er dan. Maar dan moet iemand je dat wel eerst verteld hebben. Hoe deden ze dat in de tijd dat er nog geen opnameapparatuur bestond?
Thijsse omschrijft de zang van de fitis in Het vogeljaar (1903) zo: “frisch en hoopvol, teer en fijn, vergankelijk en weemoedig als deze Paaschweken. Het liedje begint met een slag, die in tempo zeer veel overeenkomst heeft met het geschetter van den vink, maar het geluid is zachter, malscher, edeler: de vink toetert op een trompet, het fitisje bespeelt de schalmei. (…) Als het fitisje aan ’t eind van zijn blij gestemde inleiding is, dan komt er opeens een verrassende wending; in een klein kort valletje breekt zijn stem – de weemoed van die enkele tonen is onbeschrijfelijk – en dan sterft het liedje uit in altijd zachter wordende, langzaam dalende toonparen”
Hoe de tjiftjaf aan zijn naam komt is duidelijk. Niemand zal ‘m ook verwarren met koekoek of kievit die toch ook tweetonig hun bestaan kenbaar maken.
Met de haiku van vanmorgen wil ik de tjiftjafboodschap niet diepzinniger doen voorkomen dan die klinkt. Maar hoe klinkt die? Probeer eens heel precies te noteren wat je een tjiftjaf hoort zingen. Nee, niet die ene uit de boekjes, maar die ene uit de tuin, op dit eigenste moment
Jheronimus Bosch: gesloten triptiek De Tuin der Lusten.
Ipse dixit et facta sunt. Ipse mandavit et creata sunt.
(Hij sprak en het was er. Hij gebood en zij waren geschapen.)
Zonder die heggenmus van gisterochtend was ik niet in De Tuin der Lusten beland. En had ik daar niet de hele middag in rond gedwaald. Hoe komt het toch, zo dacht ik, dat er over het promiscue gedrag van dit allergewoonste vogeltje altijd zo besmuikt wordt verteld?
Hoe kwam ik in die Tuin? Een (ont)spannende toegang tot de Tuin biedt de multimediale tour die Klokhuis daar ooit voor basisschoolleerlingen van maakte, die kunnen scholen zo weer gebruiken voor de Week van de Lentekriebels.
Van mijn dwaaltocht hier het startpunt. En een paar herkenningspunten:
Niets drijft de natuur zozeer als ‘de natuurlijke selectie’: wie doet het met wie en waarom? Darwin schreef daar ooit een inzichtelijk boek over.
Bijna niets in de menselijke cultuur is zo bepalend als seks. Typerend voor de menselijke cultuur is het ongemak waarmee daarover wordt gesproken. En de taboes die in sommige culturen om de menselijke seksualiteit, zoals geslacht en gender, zijn komen te hangen. Dit veroorzaakt veel narigheid in de wereld.
Frans de Waal (1948-2024) was niet alleen een van ’s werelds beroemdste primatologen, hij was ook een diep denker over de menselijke natuur. In verschillende boeken laat hij in Darwins voetspoor zien dat eigenschappen als empathie, zorgzaamheid en rechtvaardigheid ouder zijn dan de mensheid. Ook onze naaste verwanten, chimpansees en bonobo’s, kunnen liefdevol zijn. En dat zónder dat daar een religie aan te pas komt.
In De Bonobo en de tien geboden; Moraal is ouder dan de mens (Amsterdam 2013) neemt hij de lezer mee in een bespreking van Bosch’ beroemde drieluik. Dat is geen kunsthistorische interpretatie – dat zijn uitermate scherpzinnige kanttekeningen over de evolutie van empathie en, uiteindelijk, de menselijke moraal.
Waarom Jeroen Bosch? Frans de Waal groeide op in Den Bosch waar de schilder rond 1500 zijn atelier had. Niet zonder toeval noemde hij een van de chimpansees met wie hij veel onderzoek deed Yeroen.
De humanist Erasmus (1466(?)-1517) was een tijdgenoot van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1517); zij delen eenzelfde satirische kijk op kerk en wereld in diezelfde 16e eeuw die toch vooral de tijd van godsdiensttwisten was. Gingen die niet over moraal, en waar die vandaan komt? Gelet op uitspraken en beleid van hedendaagse wereldleiders duurt de 16e eeuw in sommige streken voort tot op de dag van heden.
Van Jheronimus Bosch weten we nauwelijks iets: jammer, jammer! Jammer vooral als het gaat om zijn mensbeeld en zijn binnenwereld: zijn gedachten en gevoelens.
Aan de gevestigde iconografie, bijvoorbeeld Panofsky, heb je hoegenaamd niks als je die figuurtjes van Bosch bestudeert. Nou ja, het helpt wel als je er iets van weet. Bosch schildert veel vogels, voor zijn tijd heel erg natuurgetrouw. Ze zijn herkenbaar als hop, specht, putter, lepelaar, enz. Zinspelingen op geslachtsgemeenschap vanwege het ‘vogelen’? Hmmm. De afgebeelde mensen ogen vooral argeloos. Dat is heel iets anders dan schuldbewust. Of ‘zondig’.
Bosch werd al in zijn tijd den duvelmakere genoemd. Maar vergeleken met de vogels waren die duivels en demonen natuurlijk een koud kunstje: die had niemand ooit gezien. Dan wordt het dus een kwestie van geloven: geloof je wat je ziet of zie je wat je gelooft?
Het gaat mis als de ene mens de andere mens moreel de maat neemt. ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet . . .’
Laat de zondeval maar over aan lieden die daar uit professie financieel of anderszins garen bij spinnen.
De hemel: die is er als mensen worden aangeraakt door de liefde. De hel: als dat niet gebeurt.
Jheronimus Bosch (ca. 1450-1517), De Tuin der Lusten (niet de echte titel), ca. 1498
De week van de lentekriebels? Vreemd, voorgaande jaren leidde dat lesprogramma op de basisschool tot grote commotie en maatschappelijke beroering. Hebben de ouders het lesje geleerd?
Jammer genoeg zijn er nog steeds andere landen waar je als lhbtqia-er tot een verborgen leven bent veroordeeld. Maar in Amerika, bijvoorbeeld, zijn er ook nog wel andere onderwerpen voor de basisschool.
Intussen heeft in de vrije natuur alles z’n open en blote beloop, zonder oordeel. Het is verbluffend hoeveel daar mogelijk is.
Gistermiddag zagen we ze wel, kemphanen bij de Kinsel, even ten noorden van Durgerdam. Op waarneming.nl werden er wel honderd gerapporteerd, wij ontdekten er tien. Honderd of tien, het was groot geluk, één enkele kemphaan zou dat al zijn. Eéntje maar? Ja, we leven in deze tijd wat de natuur betreft op een bizar karig rantsoen.
Dat het geen eigen foto kan zijn zie je meteen: deze twee mannen zijn al duidelijk in broed/baltskleed, het moet hier mei zijn. Tot broeden komt het overigens bijna nooit meer in Nederland en baltsen doen ze op steeds minder plekken. Wie dat wil zien moet naar Scandinavië of het noorden van Rusland, onze weilanden zijn slechts een tussenstop. Dat heeft in het geval van de kemphaan niet rechtstreeks met de klimaatverandering te maken maar bijna alles met de landbouw. Met hoger gehouden waterstanden en een verlaat maaiprogramma zouden ze hier vermoedelijk wel blijven. Minder verkeersherrie zou ook een boel schelen. Voor heel veel meer weide- of boerenlandvogels zou dat trouwens gunstig zijn. En dat weten we allemaal al lang.
Sinds 2020 bestaat er een Aanvalsplan Grutto. Die term voorspelde indertijd al weinig goeds, en we weten hoe het meestal afloopt met militaire operaties. Verdrietig. Als je de moeite neemt het plan nog eens door te nemen snap je meteen waarom dat maar niet lukt. Er is te veel ‘escape’ mogelijk.
Vogelbescherming Nederland becijferde dat er zo’n € 35 miljoen benodigd was. ‘Dat is minder dan 2 euro per Nederlander,’ rekende ze geheel volgens Bartjens uit. Ik begin er vanmorgen niet eens aan op te sommen waarom voor veel mensen die twee euro te veel is. Nou vooruit, eentje dan: de brandstofprijzen vandaag aan de pomp. Hoe zou dat nu komen?
De waarde van iets uitdrukken in geld levert zelden iets op. Een vergelijking trekken met militair jargon roept onvermijdelijk verlies en verliezers op. En politici of staatshoofden die beginnen over een win-winsituatie wantrouw ik als de pest. Dat het om een mentaliteitskwestie gaat, een zaak van intenties, dat er – kortom – bewustzijn mee gemoeid is, weten we allang. Dat er al heel erg lang een rekening loopt die ooit zal moeten worden betaald ook.
Dit bericht de NOS vanmorgen: “Het klimaat op aarde is meer uit balans dan ooit is waargenomen, stelt de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) in een jaarlijks rapport. Wetenschappers meten hoeveel warmte de aarde opneemt én weer afgeeft. Nog niet eerder zagen zij dat de aarde zoveel warmte vasthield als in 2025. Sommige van de negatieve gevolgen daarvan, bijvoorbeeld op oceanen, zullen nog honderden jaren – potentieel zelfs duizenden – merkbaar zijn.”
Op de oude Zuiderzeedijk, de Uitdammerdijk, keken we naar al die duizenden en duizenden steltlopers: grutto’s, kieviten, tureluurs, kluten, watersnippen, scholeksters. Kemphanen. Het was een drukte van belang.
Alle vogels hebben hun specifieke behoeften en ze kunnen nemen wat ze nodig hebben. Voor elke vogel is er genoeg. Alle kennen hun specifieke plek in die ontzagwekkende ecosystemen die geen mens precies kan overzien. Praat me niet over armoe.
Elwin van der Kolk, Wildlife Art, Laag Holland, Lente
De plaat hierboven past uitstekend in de traditie van de schoolplaten van eertijds, in die van Jetses en Koekkoek. De hedendaagse maker, Elwin van der Kolk, is zowat de huisschilder van Vogelbescherming en omdat de vogels goed herkenbaar in beeld zijn gebracht hoef ik zijn verdiensten niet verder onder de aandacht te brengen. Van der Kolks afbeeldingen sieren ook de vogelportretten op de website van Vogelbescherming én die van de onovertroffen vogelserie van Atlas/Contact. De plaat hierboven lijkt geschilderd in Het Twiske, dat hier achter huis zo ongeveer begint. Maar zo veel verschillende weidevogels tegelijk op één plaatje, dat kan natuurlijk niet. Daarvoor is de plaat ook helemaal niet bedoeld.
Bestaan er nog schoolplaten? Of heeft Van der Kolk last van vals sentiment? En ik van oubol? Nou nee, maar om het ecobewustzijn te bevorderen zouden die platen in de klas moeten hangen, in deze vorm of in een andere. Over smaak ga ik niet. Hangen ze tegenwoordig niet de lokalen vol met foto’s van de nieuwste boyband of girlband om de kinderen op hun volwassenheid voor te bereiden? Als ik minister van Onderwijs zou zijn zou ik dat Ministerie om zo te zeggen met Noord-Koreaanse hand bestieren. Geen onbereikbaar sterrendom maar gewone vogels van het seizoen om de hemel naar af te speuren. Die hemel blijft namelijk steeds leger.
Ik begrijp ook wel dat er altijd mensen zullen zijn die geen grutto van een kievit kunnen onderscheiden. En het is zo eenvoudig: kie – vit, kie – vit, grwut – to, grwut- to. Ook lijkt er mij toch een aanmerkelijk verschil in belang of je dit wel kunt, dan wel of je accentloos de Koreaanse namen van de samenstellende leden van BTS weet af te raffelen.
Ik bedoel dit: volgend jaar is de samenstelling daarvan weer anders. Een kievit blijft een kievit en een grutto een grutto. Het zijn er alleen ieder jaar minder.
‘Je weet niet wat je mist’ is een schrijnende vaststelling als het bijvoorbeeld gaat om de kemphaan. Die broedt hier al lang niet meer en is ook steeds moeilijker in het wild waar te nemen. Al is het niet helemaal onmogelijk, en al kan het nog wel. Zoiets als een schoolplaat zou kunnen helpen: hé, wat is dat voor merkwaardige vogel daar vooraan? Bestaat die echt? Waarom heb ik die dan nog nooit gezien?
Het eerlijke maar pijnlijke antwoord (‘omdat jullie ouders en grootouders de hele natuur verkwanseld hebben’) mag geen reden zijn kinderen een vogelloze weide als normaal te presenteren.
Het Vogeljaar, jg 8 nr 2, mei 1960; de omslag is van Henk Slijper
I
In de wereld van vogelaars kent iedereen vermoedelijk de naam van Henk Slijper (1922-2007). Zijn werk pronkte meer dan dertig keer als omslag voor Het vogeljaar (1953-2022) en dat vogeltijdschrift is vermoedelijk ook veel vogelaars ook niet onbekend. De titel van het blad zal in elk geval die van Jac. P. Thijsse’s Het vogeljaar (1903) oproepen, het eerste boek over vogels in Nederland voor een groot publiek.
Maar mij gaat het nu even om de kemphaan. Het zou me niks verbazen als mensen die niet anders kennen dan uit de uitdrukking ze vochten als kemphanen. En de herkomst daarvan zegt hen dan vermoedelijk net zoveel als iemand een loer draaien.
Het zijn, vermoedelijk, niet alleen de toegenomen mogelijkheden in de fotografie maar ook de veranderde eisen van ’t publiek dat we nu iets anders van vogelkiekjes verwachten. Dit bijvoorbeeld:
Kemphaan (♂) | foto Natuurmonumenten
II
Ik heb een beeld: in mijn vroege jeugd mocht ik met mijn vader de polder in als hij zijn klanten bezocht, ik zie mijzelf weer voorin het DAF-je zitten. We hebben het over de tijd van de tekening van Slijper. Ik vermoed dat mijn vaders kennis van de natuur voor die tijd heel gemiddeld was. Wat hij wist vertelde hij mij en wees hij aan in het veld. Van hem moet ik over kemphanen gehoord hebben. Hoe wist ik anders nog vóór ik naar de lagere school ging dat die vogels op een ‘lek’ samenkomen om hun ‘toernooien’ te houden? Dat er ‘satelietmannetjes’ bestonden?
Ik kan mij niet herinneren ooit in de polder kemphanen hebben zien samenkomen. Bedriegt mijn herinnering mij? Hoe werd die kennis dan overgedragen?
III
In de net verschenen monografie over de kemphaan zet Marc van Houten alle kennis over die wonderlijke vogel op een rij (Marc van Houten, De kemphaan. Atlas/Contact (vogelserie), Amsterdam 2026). Ik heb het uit. Prachtig boek.
Simultaan herlezen: Marc Argeloo, Natuuramnesie, Amsterdam 2022. Over wat we allemaal vergeten zijn. En hoe dat komt.
IV
Afgelopen donderdag hebben we geen kemphaan gezien. Die zijn wel degelijk in Nederland, kijk maar op waarneming.nl, alleen kennelijk toevallig even niet in het Waterland of op Marken. Of we keken gewoon verkeerd, ik heb ook al geen telescoopkijker. In elk geval broeden kemphanen niet meer in Nederland. Dat heeft oorzaken. Om die te begrijpen heb je tijd nodig. En geduld. Ik heb het nog niet eens over het wegnemen van die oorzaken.
V
Van natuur- en vogelfotografie verwachten we spectaculaire beelden. Deze bijvoorbeeld:
De maker van de foto kon ik niet achterhalen maar het zou me helemaal niks verbazen als-ie A.I. heet. Dit is een portret. Misschien gelijkt het goed maar veel zegt het niet over de vogel.
Het is niet moeilijk hier een tekst bij te verzinnen die over bijvoorbeeld de heer D.J. Trump gaat. Maar dan gaat het natuurlijk om die tekst en niet langer om de vogel.
VI
Ik verlang heus niet terug naar de tijd dat je het met een tekening moest doen om een idee te krijgen van hoe een vogel er uit ziet (1960). Of naar de tijd dat de kemphaan de meest voorkomende weidevogel was (1900).
Ik verlang naar een tijd dat de terugkomst van de vogels belangwekkender is dan de grillen van politici.
Plas-dras; vogelkijkhut richting het Paard van Marken
Voor weidevogels is plasdras het mooiste wat er is. In het hele Waterland vind je dat wel – en zo vind je dan ook de weidevogels waarom het ons te doen was.
De terugkomst van de grutto hadden we al eerder gevierd, twee weken geleden op het landje van Geijsel. Het bijzondere van dat weerzien, dat weer hóren vooral, was dus al niet meer zo bijzonder. Nu waren de oren dus vooral gespitst op de tureluur. Tluu – tluu – tluu – tluu – tluu – tluu, probeer dat maar eens op te schrijven, dat lukt je nooit. En dan die melancholie nog.
Je zou dan trouwens ook de rest van het landschap in die notatie moeten zien te krijgen: het lichtende blauw van het vroege voorjaar, de windveren erin, de weerspiegeling in het water, het rimpelend water zelf, de geluiden van alle andere vogels tegelijkertijd, de verandering van geur na de winter, heel het heerlijke van zo fietsen door deze prille wereld.
Op het hobbelige paadje dat helemaal rond Marken gaat stonden we te kijken, en te luisteren. Er moeten wel vijftig grutto’s hebben gezeten, overal weerklonk hun opgewonden gejodel. En dwars daardoorheen klonk een aanhoudend tluu – tluu – tluu – tluu – tluu. Toen ik op zoek ging naar hun rode pootjes zág ik ze ook, de tureluurtjes.
Terwijl ik probeerde te achterhalen welk tureluurtje bij welk tluu – tluu – tluu ’tje hoorde merkte ik pas de schuilhut op die zich aan de rand van de plas-dras ophield, onopvallend en daarom bij nadere inspectie uiterst verdacht. Met de kijker ontwaarde ik op verschillende hoogten gecamoufleerde gaten waaruit ik telelenzen verwachtte. Maar ik zag er geen. Vandaag geen vogelaars of natuurfotografen.
Eén gat bevond zich juist boven de waterspiegel en terwijl ik mij het ongerief van de fotograaf voorstelde, viel mij de foto in die ik gisteren bij mijn haiku had gevonden op Deeldenatuur.nl. ‘Maar die foto moet precies van daaruit gemaakt zijn!’ wees ik mijn vrouw, toch wel verbouwereerd dat we zonder te zoeken precies op de plek van die foto waren beland. ‘Zo,’ zei die alleen maar, ‘betrapt?’
Over de klinkertjes verder hobbelend schampten mijn gedachten langs het bekende vraagstuk of iets bestaat als het niet opgemerkt wordt. Maar van de filosofie kun je flink van het padje geraken en ik had al moeite het klinkerpaadje te volgen. Overal op Marken zijn ze met de dijk bezig, ’t zal vast heel mooi worden als het klaar is en toekomstbestendig. Maar voorlopig moesten we het oude pad nog maar zien te vinden want dat was overal ondergestoven. Onze voorwielen gleden er steeds op weg, pas na het Paard ging het iets gemakkelijker.
Weer thuis zocht ik op waarneming.nl of de grutto’s en tureluurtjes ook door anderen waren opgemerkt. Het waren er zo veel. Hetgeen niet. Maar ze waren er, gistermiddag, en niet alleen in ons hoofd. Wij waren er in. En wij waren ook temidden van al die honderden brandganzen, waarvoor we bijna moesten bukken toen ze opeens opvlogen. Al die smienten die we bij duizenden op de Gouwzee hadden zien dobberen.
Alleen kemphanen zagen we niet, noch in het Waterland, noch op Marken. Daarvoor zijn ook heel andere redenen en oorzaken. Niet slechts de geest.
Tureluurtjes bij Marken, 4 maart 2024 | foto Loes Belovics
Die tureluurtjes,
zo ver ze te horen zijn:
tot het uiterste
_____
Opm.
Nog niet alle stemmen van de gemeenteraadsverkiezingen van gisteren zijn geteld. Toch roept iedere partij zichzelf bij acclamatie tot winnaar uit. Ja ja, en de heer Trump te W. (U.S.A.) is een groot veldheer.
Omdat het zulk fraai lenteweer is fietsen we vandaag het Waterland in: grutto, kievit, wulp, watersnip, scholekster, kluut zijn allemaal weer in het land. De tureluurtjes weer horen. En misschien, héél misschien zien we nog een echte kemphaan.