
Beeld: Vian Paashuis
Een wolkje kwam langs,
vertoefde even, talmde,
en trok weer verder

In een ommezien
brengt hij zilver aan het licht:
het ijsvogeltje
_____
Opm.
Deze haiku werd mede mogelijk gemaakt door te talrijke personen en instanties om hier allemaal recht te doen. Om althans een begin te maken mijn schatplichtigheid te erkennen noem ik: boekverkoper Hans die mij aan zijn stalletje op de Grote Markt in Groningen in de jaren ’70 opmerkzaam maakte op de bundel Haiku – een jonge maan van J. van Tooren (‘misschien zocht je dit’), Hans dus, van wie ik de achternaam nooit te weten ben gekomen, en alle andere boekverkopers sedertdien, en uitbaters van antiquariaten, alle bibliothecarissen, uitgevers van tijdschriften, alle instanties die mij mijn studie van haiku en andere zaken mogelijk maakten, alle schrijvers en schrijveressen van haiku of andere verzen of versjes, in alle talen die ik lezen kon, allen die mij lankmoedig aanhoorden als ik mijn geestdrift onder woorden bedolf (‘kan het korter?’), allen die mijn eenzaamheid verdroegen als ik die verkoos boven hun gezelschap (‘zeg nou es iets!’), mijn vader en mijn moeder, zonder wie ik er natuurlijk niet zou zijn, en hún vaders en moeders, tot aan het eerste mensenpaar, de geliefden in mijn leven zonder wie ik reddeloos verloren was geweest op mijn levenspad, de ganse wonderlijke loop van de geschiedenis waaraan natuurlijk niemand in het bijzonder bijdroeg maar waarvoor toch de hele mensheid verantwoordelijk gehouden mag worden: dank alles en allen! Ik wil maar zeggen, het komt allemaal niet uit de lucht vallen.
Maar mijn allergrootste dank gaat uit naar dat ijsvogeltje.

Geen toevlucht over,
de kraaien heengevlogen –
slechts wind, en wind, wind
_____
Opm.
De populieren die vorige week zijn geveld liggen nog steeds voor het huis. Af en toe wijzen mensen naar waar ze stonden. Kijk, zó hoog waren ze. Gistermiddag zag ik een vrouw van haar fiets stappen. Ze brak wat takken af, ontdeed die zorgvuldig van de al verdorde blaadjes en borg de bundel toen in haar fietstas. Wat zou daar mee gebeuren?
Een dezer dagen zal de stapel wel opgehaald worden. Dat is dan weer jammer voor de egeltjes die er rondscharrelen.
De kraaien laten zich niet meer zien. Horen doe ik ze nog wel, verderop in het park waar nog een hoge populier in z’n eentje staat te wuiven. Hij staat te ver weg om die te horen ruisen. Ook die moet weg, weet de onderbuurman. De kraaien vinden wel weer een ander onderkomen. De egeltjes ook.
Waartoe neem ik mijn toevlucht?

Beeld: Vincent Munier
Kraanvogels volgen
in het spiegelend water
volgen kraanvogels
_____
Slechts een rimpeling
in het spiegelend water
als de vogel vliegt

Herfstsuite in haiku
Wat fluistert er toch,
bewogen door de herfstwind,
en woordenloos licht?
‘Wat wil je nu toch
met die wolk aan de hemel,
vastspijkeren soms?’
‘Wat wil je nu toch
met die populierengeur,
in je zak stoppen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat getik van regen,
je klok aanleren?’
‘Wat wil je nu toch
met dat herfstlicht overal,
in een fles vangen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat ritselend blad,
je kussen vullen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat almaar dwarrelen,
almaar vasthouden?’
‘Alles komt en keert
alle blaadjes, hun geuren –
niets gaat verloren’
Wie fluistert er toch,
bewogen door de herfstwind,
en woordenloos licht?

Still uit de documentaire De lepelaar in een roerige wereld, Hilco Jansma, 2025
Héél zachtjes klinkt het
wat lepelaars mee-delen:
oek, oek, oek. En: oek
_____
Opm.
Lang gold de lepelaar als de zwijgzaamste van alle vogels. Ik had die prachtige vogel wel al vaak gezien op Wieringen waar ze vaak rondscharrelen in het natuurgebiedje bij Vatrop. En op het wad als het ebt. Maar ik had ze inderdaad nog nooit iets horen zeggen.
Een terloopse opmerking van de trekvogelprofessor Theunis Piersma in één van zijn boeken trof mij: ze zeggen ‘oek’, maar zó zachtjes dat bijna niemand het hoort. Ik aan het luisteren, maar misschien kwam ik niet dichtbij genoeg.
Piersma kwam ook even in beeld in de documentaire die de bioloog en filmmaker Hilco Jansma over de lepelaar maakte. Daar keken wij gisteravond naar.
Over de documentaire geen kwaad woord. Maar die muziek. Ooit langs het Wad gezworven met een compleet symfonieorkest op de achtergrond? Nou dan. We hebben ‘m maar uitgezet.
Oek.

Meeuwen kantelen,
jagen spoorloos op de wind
hun roep achterna

Voor het blaasconcert
onder de boom veegt iemand
blad weg – bladmuziek

Zomerse loomheid –
nooit moeë mantelmeeuwen
leunen op de wind