
Eire
Het lag vergeten
in de rommel van de dag –
steeds opnieuw ontdekt

Eire
Het lag vergeten
in de rommel van de dag –
steeds opnieuw ontdekt

Voor het middaguur
neemt het spreeuwtje nog even
de partituur door
_____
Opm.
Je hoeft geen Mozart te zijn om je te laten bekoren door de virtuositeit van de spreeuw. De nachtegaal kan er wat van, zeker, de merel ook natuurlijk. En de roodborst, de zwartkop. Maar ook de spreeuw is een meester.
Hoe benoem je nou in eenvoudige mensentaal die glissando’s die een spreeuw van een dakgoot naar beneden kan laten afglijden? Het ritmische geklepper van zijn snavel? De citaten van andere vogels die hij op een van zijn reizen gehoord heeft en die hij zich in zijn geïmproviseerde liedjes herinnert? De alleenspraak, de murmuraties? De herhalingen?
De spreeuw preutelt. En fluit. En kwettert. Neuzelt. Zingt liedjes van jewelste. Hoe prachtig Mozart ook componeerde, vergeleken bij de spreeuw blijft hij toch een prutser. Daarom ook moest hij steeds opnieuw beginnen.

Bosanemoontjes | foto Marc Baert
Zo hoog gebogen
boven zoiets nederigs –
bosanemoontjes
_____
Opm.
Ik wilde vanmorgen iets zinnigs opmerken over de toestand in de wereld. Dat de huidige president van de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, het wegvagen van een millennia-oude beschaving ziet als een onstuitbaar natuurverschijnsel. En dat hij daar zeer verkeerd aan doet. Maar ja, Donald Trump is niet zo’n natuurliefhebber. En in zijn omgang met het weer, en ook met het klimaat, en andere zaken, mensen vooral, vertoont zijn kennis van de natuur spectaculaire hiaten.
Anderen hebben daar meningen over. Het is tenslotte nogal wat dat zo iemand over het lot van zoveel mensen lijkt te kunnen beslissen. Zouden ze die very stable genius niet eens het bos in kunnen sturen? Wat mij betreft volstaat één verzoekje: maak jij nou – es zo’n bosanemoon. Eentje maar.

Uit niets klinkt het lied
van een verscholen zwartkop –
luidkeels gezongen

Kauwtjes in hun boom –
zacht krassend kronen zij elk
de ander koning

Kauwen | foto Peter van den Bos / Deeldenatuur
Als je niets meer ziet
vallen ook de kauwtjes stil –
geen moment eerder
_____
Opm.
Iedere avond komt er voor het slapen gaan een groep kauwtjes langs, wel honderd. Ze lijken wel door héél Noord te zwerven voor ze hun slaapboom weer opzoeken. Als enige kraaiachtige is de kauw een holenbroeder – eerdaags zullen de kauwenpaartjes die weer betrekken. Dan is het even afgelopen met die grote groepsvluchten. En hun gerumoer in de bomen voor het huis. Er is veel te bespreken.
‘Ik heb nog een paar eeuwen nodig om kauwen te begrijpen,’ schrijft Achilles Cools in De kauw (Vogelserie Atlas/Contact, Amsterdam 2014). Cools is dan zijn hele kunstenaarsleven al bezig geweest met de vogels die hij vanuit zijn atelier kan gadeslaan. Maar ja, zijn Kauwenhuis staat in Geel. En naar men zegt is er een steekje los bij wie van Geel komt, of er naar toe moet. Maar de mensen zeggen zo veel. Ik luister liever naar de kauwtjes.

Roodborst | foto Sip Liewes / Deeldenatuur.nl
Lentelicht gloort al –
een roodborst graveert er vlug
nog wat trillers in
_____
Opm.
Ook roodborsten zijn trekvogels. De vogels die je nu nog hoort trekken eerdaags met gunstige wind weer naar het noordoosten. Als je heel goed luisterde kon je horen dat ze de hele winter stiekem Fins hebben gezongen. Of hadden sommige toch een Zweeds accent? Pools? Russisch?
‘De onzen’ komen uit Zuid-Frankrijk of Spanje om hun broedplaatsen in het park weer te bezetten. De andere zangvogels zullen ook gauw weer hier zijn, heel ongemerkt, als de bomen weer blad hebben. De iepen bloeien al bijna.

Plevieren | foto Herman Boer / Zoom.nl
Pal op de vloedlijn
passeren strandpleviertjes
hun korte pootjes

Blauwborst | foto Adri de Groot
Alle vogels zíen
die je onderweg hóórt? nee,
dan kom je nooit thuis
_____
Opm.
In het najaar ‘zit het erop’, in het voorjaar ‘moet het nog beginnen’. De voorjaarstrek verloopt ook heel anders dan de najaarstrek. Je komt ogen en oren te kort als je bij wilt houden welke vogels zijn teruggekeerd om de wereld weer met ons te delen.

Tjiftjaf | foto Edwin Bax / vogelwerkgroep Meijendel
Tjif tjaf tjif tjaf tjif
Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf tjif
tjaf tjif tjaf tjif tjaf
_____
Opm.
Bijna alle vogelboeken gaan in op het uiterlijke verschil tussen de fitis en de tjiftjaf. Dat is er bijna niet. ‘Door hun zang houd je ze makkelijk uit elkaar,’ staat er dan. Maar dan moet iemand je dat wel eerst verteld hebben. Hoe deden ze dat in de tijd dat er nog geen opnameapparatuur bestond?
Thijsse omschrijft de zang van de fitis in Het vogeljaar (1903) zo: “frisch en hoopvol, teer en fijn, vergankelijk en weemoedig als deze Paaschweken.
Het liedje begint met een slag, die in tempo zeer veel overeenkomst heeft met het geschetter van den vink, maar het geluid is zachter, malscher, edeler: de vink toetert op een trompet, het fitisje bespeelt de schalmei. (…)
Als het fitisje aan ’t eind van zijn blij gestemde inleiding is, dan komt er opeens een verrassende wending; in een klein kort valletje breekt zijn stem – de weemoed van die enkele tonen is onbeschrijfelijk – en dan sterft het liedje uit in altijd zachter wordende, langzaam dalende toonparen”
Hoe de tjiftjaf aan zijn naam komt is duidelijk. Niemand zal ‘m ook verwarren met koekoek of kievit die toch ook tweetonig hun bestaan kenbaar maken.
Met de haiku van vanmorgen wil ik de tjiftjafboodschap niet diepzinniger doen voorkomen dan die klinkt. Maar hoe klinkt die? Probeer eens heel precies te noteren wat je een tjiftjaf hoort zingen. Nee, niet die ene uit de boekjes, maar die ene uit de tuin, op dit eigenste moment
tjaf tjif tjaf tjif tjaf
tjaf tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf
tjif tjaf tjif tjaf tjif