
Ochtend
Schelpjes spoelen aan, rozerood,
bespiegeling van morgenlicht,
het rimpelen, de zee
het ritme der getijden
En steeds weer roepen wulpen
van het wad – strandlopers
bruidsluieren de horizon, waaraan
de wolken waardig zeilen in de wind
Er is die aarzeling
van hier van waarde zijn
Dan zwaait de gouden poort weer open –
de dageraad, de schepping herbegint

