
Marken, met het litteken van het Goudriaankanaal
Als je goed kijkt is op de foto nog net Het Paard van Marken te zien, de vuurtoren, het witte stipje net rechts van het noordelijkste puntje van het eiland. Daar zou het Goudriaankanaal tweehonderd jaar geleden verbinding met de Zuiderzee hebben moeten maken. Wat we moeten denken van de belangrijkheid van de eerste koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, Willem I, de kanalenkoning en bedenker van deze gedroomde waterweg, moeten historici maar uitzoeken. Of fiscalisten, want alleen al het woord ‘Amortisatiesyndicaat’ waarmee de koning dit project dacht te bekostigen jaagt mij huiver aan. Wat mij interesseert is dat het megalomane plan van de kanalenkoning niet gerealiseerd werd. De littekens zijn nog steeds in het Waterland te zien. We kennen het gebied goed: hier de straat uit en dan onder de A10 door, weg van alle malligheid. Als het maart wordt lopen of fietsen we daar het eerst naar toe om de grutto’s te begroeten. Ander jaargetijden ook, maar dan zijn er geen grutto’s.
De titel van de muziektheatervoorstelling, Grutto’s, Guerrilla en het Goudriaankanaal wekte allicht meteen belangstelling. Vanwege de grutto’s natuurlijk, maar van het Goudriaankanaal had ik toch ook wel eens gehoord. Dat zou vanaf IJdoorn bij Durgerdam dwars door het Waterland tot aan het voornoemde Paard de verzandende haven van Amsterdam weer een toegangsweg moeten geven. ’t Liep allemaal anders.
De bedenkers kondigden hun stuk aan als een theatrale wandeltour door de weilanden. Daar ik meesttijds geen aandrang voel voor theater te applaudisseren zal ik de inhoud niet bespreken. Iedereen deed erg z’n best, dat zag en hoorde ik wel. Van de teksten ontging mij veel en ook het verhaalverloop bleek moeilijk te volgen maar de af en toe weemoedige klanken van de Waterlandse Harmonie vermochten mijn hart te vermurwen. De ondergaande zon die de Waterlandse wereld in het paars zette en de zachtjes roepende ganzen die richting Marken overtrokken droegen daar vermoedelijk in niet geringe mate toe bij. Daar heb ik dan wel weer een zeker talent voor.
Ook van die guerrilla is mij het fijne niet duidelijk geworden. Nou ja, dat allitereert natuurlijk lekker. Of moest het zijn dat de gehele mensheid in de gespeelde rechtszaak werd aangeklaagd voor de schanddaden jegens de natuur? Tja, in een tijd waarin recht zo kneedbaar is als water en de uitspraken van rechtbanken door sommigen gemodereerd worden als Volksfeindlich of Andere linkse hobby’s is dit inderdaad een speldenprikje, hit and run. De natuur juridisch spreekrecht verschaffen? Dan moet er nog veel meer gekunstoffiseerd water door de oceanen stromen.
‘Hebben we onszelf weer mooi zand in de ogen lopen strooien?’ dacht ik terwijl wij uit de Zunderdorper weilanden weer terug naar huis liepen. ‘En onszelf net als de rest van ’t publiek hartelijk gefeliciteerd met de correcte standpunten? Terwijl dat geen millimeter verandert in het klimaat- of stikstofbeleid?’ Mijn vrouw zweeg, zij kent mijn buien als ik mij weer eens geen meester over mijn neerslachtige gedachten weet. Om mij op te beuren wees ze naar de maan die al bijna vol aan de zuidelijke hemel boven de hoofdstad van dit koninkrijk stond te schijnen. Ik dacht aan de koning. En aan de grutto, die ze aan de andere kant van het IJsselmeer koning van de weide noemen. Ik had er geen gehoord tijdens de voorstelling. Het hele jaar nog niet, trouwens. ’t Lijkt me geen lolletje, koning zijn. Maar dat kanaal is er niet gekomen. Gelukkig maar.








