
Jan Steen, Een schoolklas met een slapende schoolmeester, 1672
‘Wat deed jij nou met zo’n jongen als Geertje in de klas?’ wilde mijn vrouw weten toen ze mij midden op de dag op bed aantrof en terstond aanving de aard van mijn bedlegerigheid te diagnosticeren. ‘Ai, regressieve schoolziekte, niet zo best’ en ze zette subiet de televisie uit. ‘Of Thierry, of hoe ze ook heetten. Zo’n meid als Lidewij?’ ’t Was duidelijk dat ze geen onderscheid naar geslacht wilde maken. Of sociaaleconomische achtergrond. Ze kwam nog net niet aan de 150 met het opsommen van namen die haar moeiteloos te binnen schoten. Sommige leerlingen blijven je bij. Bij regressieve schoolziekte hoeft er maar iets kleins, zoals de Algemene Beschouwingen van de Tweede Kamer der Staten Generaal voor te vallen, of je zakt weer weg in de herbeleving. Traumatisch word je ervan.
- ‘Nou ja, onvoldoende voor Debatteren natuurlijk!’
- ‘En toen?’
- ‘Kreeg ik eerst de ouders over me heen. Het kind lulde hen altijd omver. Dit kon dus niet waar zijn. Ik verdiende een onvoldoende’
- ‘En toen?’
- ‘Dan wees ik er op dat hun oogappeltje het hoofdstuk Drogredenen verkeerd om had begrepen. En dat ik streng moest zijn.’
- ‘En toen?’
- ‘Kreeg ik dit te horen: “Maar niet rechtvaardig. Had de school maar eerder duidelijk moeten maken dat dit niet zijn niveau was. En het was toch zeker goed Nederlands?”
- ‘En toen?’
- ‘Wees ik er fijntjes op dat de inspanningen voor het vak Literatuur ook suboptimaal waren geweest en dat de minimale score voor dat onderdeel maximaal was geweest daar ik de kwalificatie ‘wat een kutboek’ onvoldoende beargumenteerd vond.’
- ‘En toen?’
- ‘Toen zeiden ze dat het natuurlijk ook een kutboek was, zo’n links kutboek. Net als die linkse kutexamenteksten. En dat ik natuurlijk een vooringenomen linkse lul was.’
- ‘En toen?’
- ‘Verwees ik maar naar het examenreglement. En naar de directeur.’
- ‘En toen?’
- ‘Kwam die hogepotend mijn lokaal binnen stampen, ‘Mij bereiken klachten over jou.’ Nou ja, de krant, de naam van de school, de inspectie, enzoverder enzovoort . . .’
- ‘En toen?’
- ‘En toen, en toen, en toen! Weet je dan niet meer dat we hartstikke opgelucht waren dat die autonoom denkende leerling eindelijk van school was?’
Zo was het. Met Geertje, met Lidewij. . . Maar ook met al die andere leerlingen die we niet vermochten bij te brengen hoe je in een debat vuil spel moest pareren.
We filosofeerden hoe het anders had gekund maar nadat we het hele onderwijssysteem tentatief en virtueel hadden geïnnoveerd bleef er een hypothetisch model over waar ze in laten we zeggen de heilstaat Noord Korea hun vingers nog bij zouden aflikken. We waren beduusd.
‘Ging het eigenlijk nog over het onderwijs bij die Kamerdebatten?’ wilde mijn vrouw nog weten. Nee, somberde ik. En zelfs op het vlak van de Polarisatie konden ze het niet eens worden. Radeloosheid, reddeloosheid en redeloosheid is het wat de politieke klok slaat. Maar het ergste van deze drie is de redeloosheid.
‘Maar je wou toch zeker niet tot 29 oktober in je bed blijven liggen?’








