
ZOALS
Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor,
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,
zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was,
dat je soms een pakje ergens heen brengt
en, bij het weggaan, steeds weer denkt, schrikt,
dat je te licht bent, zoals je je, wachtend,
minutenlang hevig verlieft in elk nieuw mens
maar toch het meest wachtend bent,
zoals je weet: ik ken het hier, maar niet waarom het ging
en je een geur te binnen schiet bij wijze van
herinnering, zoals je weet bij wie je op alert
en bij wie niet, bij wie je kan gaan liggen,
zo, denk ik, denken dieren, kennen dieren de weg.
Judith Herzberg, Zoals (1992)
__________________
Opm.
Denken dieren? We hebben geen flauw benul. Duiven kunnen rekenen, kraaien lossen ingewikkelde vraagstukken op. Apen hebben besef van tijd, hebben een notie van rechtvaardigheid, kunnen rouwen, net als olifanten. Honden kennen schuldgevoelens. Walvissen zingen hun liederen in complexe structuren. Is dat denken?
De vraag stellen komt voort uit verwondering. Antwoorden zijn meestal te haastig, en als het om de wetenschap gaat uiterst voorlopig. Je komt er niet met begrippen als instinct, natuur, bewustzijn, theory of mind: die verleggen het probleem alleen maar.
Denken mensen? Dat zouden we wel willen. Maar als ik (bijvoorbeeld) ’s avonds in mijn bedje de dag overdenk, lukt het maar zelden mijzelf op ‘een gedachte’ te betrappen die ik het meedelen de moeite waard acht. Kronkels. Brij. Chaos. Watten. Wat? Ja, zo is het. Over de politiek laat ik mij vanochtend maar helemaal niet uit, noch de nationale, noch de geopolitiek
Kan een dier dit mensengedachtelijk gedicht begrijpen? Vermoedelijk niet zoals ik dit doe. En ik heb er al moeite mee, al weet ik perfect waar dit gedicht over gaat. Een dier zou, denk ik, op Herzberg afkomen. Behoedzaam snuffelend misschien, nog een beetje op de hoede. Maar dan bij haar gaan liggen: Herzberg kun je vertrouwen. Die denkt met haar hart.








