
Tuin van Louis Le Roy (1924-2012), Mildam
Het is al meer dan twintig jaar geleden. ‘Kennen jullie eigenlijk de stenentuin van Le Roy?’ vroeg mijn zwager toen we afscheid namen. Die kenden we niet. Maar bij de naam Le Roy zag ik iets in de ogen van mijn vrouw gebeuren. ‘Die tekenleraar?’ Die was het. En toen we erheen reden, ’t was vlak bij, vertelde ze hoe zij ooit tekenles van ene Le Roy had gehad. Het was een kort verhaal.
Aan het begin van de les kregen ze een velletje tekenpapier aangereikt, altijd A3-formaat. ‘Teken een boterham.’ Een andere les: ‘Teken je gympies.’ Of: ‘Teken een lantarenpaal.’ Er volgde nooit uitleg. Het commentaar was summier. Of eigenlijk was het alleen een vraag: ‘Vind je het gelukt?’ Het ging er om goed te leren kijken. Niet iedereen snapte dat.
Toen we de tuin in Mildam gevonden hadden waren we alleen met de stenen. ’t Was in de winter en waterig koud. Af en toe zagen we een man die doende was stenen van de ene kant van het terrein naar de andere kant te zeulen. Hij ging op in zijn bezigheid en leek ons niet op te merken, groette niet. Was dat Le Roy? Mijn vrouw herkende hem niet. Dat ze tekenles had gehad was toen ook al meer dan twintig jaar geleden. Nee, meer dan dertig. En wat de tijd doet met een mens.
We liepen langs de stapels stenen. Klinkers. Tegels. Stoepranden. Puin. Zomaar op elkaar gestapeld, zonder cement. En toch donderde het niet om als je er tegenaan leunde of op ging zitten. Gemeentewerken leverden dat allemaal, wist mijn vrouw. Met wat ze niet meer gebruiken konden mocht hij aan de gang. Ze herinnerde zich het experiment in Heerenveen waar zij altijd langs kwam toen zij daar school ging. Le Roy’s inrichting van een stuk gemeenteplantsoen week nogal af van een strak gemaaide binnenberm. Of een gemillimeterd gazonnetje. Niet iedereen snapte dat.
De stapels stenen werden muurtjes. Muurtjes werden bouwwerken. Er ontstonden gangetjes, gewelven, koepels, torens. We dwaalden langs half afgebouwde huizen, stenencirkels, tempels, onvoltooide kathedralen, verlaten kastelen, vestingwerken. Onze verbeelding kreeg pret in wat we ontdekten. ‘Kijk eens hoe het licht hier langs strijkt, nee hier moet je staan en dan naar dat trappetje kijken, het is precies die Etruskische necropolis, weet je nog?’ Hier en daar raakten die stenen overwoekerd. De natuur nam het weer over. Hier werden nieuwe ruïnes geschapen. Ruïnes van beschavingen die er nooit waren geweest maar die louter door onze verbeelding gestalte kregen.
Een dag of tien geleden las ik dat die tuin Rijksmonument is geworden. De tuin heet inmiddels ‘ecokathedraal’, pff, en de vrijwilligers die alles onderhouden doen hun best om de ideeën van Louis Le Roy levend te houden. Hun website (https://www.stichtingtijd.nl/stichting-tijd/complexiteit) legt uit dat het om meer gaat dan stenen stapelen: Tien gouden regels voor het acteren in complexe vraagstukken. Als dat maar geen geboden worden.
Omdat het er gisteren niet van kon komen, bepeins ik vanmorgen welk monument ik vandaag in het kader van de Open Monumentendag 2025 in Amsterdam zou kunnen gaan bezoeken. Maar ik weet er geen die mij het vraagstuk van de beschaving zou kunnen verhelderen. Misschien dat ik daarom aan die februari-ochtend in de tuin van Le Roy moest denken. Je snapt het niet, wat tijd met je doet.











