Mijn achterban kwam met vragen over mijn blogbericht van gisteren. Dit brengt mij in verlegenheid. Weet ik het zoveel beter? In volgorde van binnenkomst (dus niet de slimmere eerst en de langzaam denkende laatst):
Ja, dit geldt ook buiten Rotterdam
De buren is goed, hoor.
Geen idee. Ik moet vaak om ‘m (glim)lachen.
Nee, dit is in Venlo, bij het station. Ja. Echt. Venlo.
Hoezo als kerstgedachte? Is het dan al weer Kerst?
Gewoon met Google-translate: Окружающаясредачеловека–этоегоближний.
Gewoon met Google-translate: The environment of man is his fellow man.
Nou zelf doen hoor!
De Omgevingswet? Nee joh, Deelder was toen al vijf jaar dood.
Groot als je een mier bent, klein als je vanaf de maan kijkt.
Antiquarisch misschien nog? (Boekwinkeltjes.nl).
Morgen ook nog. En daarna.
Nee, juist niet politiek bedoeld.
Je bent mens of je bent geen mens – ‘onmens’ vind ik een onwoord.
Wat nou filosofie, je tante zul je bedoelen!
De bekendste dichters worden het slechtst gelezen.
‘Voor in het noodpakket’, da’s een goeie!
In Nunspeet hing de tekst er ook al vóór de lichtjesparade. Bij mijn weten erna nog steeds.
Inderdaad, ‘mededier’ is misschien nog wel mooier.
Een gedicht hoeft toch niet te rijmen? (Dat zijn rijmpjes).
Vervelend joh, die allergie, afstand houden dan maar.
Dus ook op gebedshuizen. En overheidsgebouwen. Succes!
Zevende druk (1972) van Het vogeljaar (1903), toen Thijsse al dr. h.c.. was
Ik sla Thijsse’s Het Vogeljaar nog wel eens op. Om te zien wat hij zag, nog maar een eeuw geleden. Om wat verdwenen is. Hoe gewoon een bonte wei toen was. Iedere keer weer valt mij op hoe dicht Thijsse het bij huis zocht. En hoe goed hij keek. Meteen in het eerste hoofdstuk over de hofmakerij van de musjes:
De man kan zich mal genoeg aanstellen, als hij zo met hangende vlerkjes rondhuppelt, doch ’t wijfje doet net zo gek. Zij loopt theatraal struikelpasjes, laat ook haar vlerken slepen, zet flauwe ogen, door uit de hoeken het zogenaamde wenkvlies erover te trekken, en ziet soms scheel, doordat slechts één oog gesluierd wordt en ’t ander listig bruin om een hoekje kijkt. Dan spert ze de bek open, gedraagt zich geheel als een hulpeloos , hongerig jong, en ’t mannetje is zo geestig, om daar op in te gaan en geeft haar wat te eten.
Thijsse hoedt zich wel voor het gevaar menschelijke drijfveren en overleg aan deze vogels toe te schrijven. Hij vindt dat de daden van een dier eigenlijk niet door een mensch begrepen kunnen worden. Daarin is hij zijn tijd ver vooruit. In zijn respect ook.
In Vogelzang, dat in 1938 al persklaar was maar pas in 1965 ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Thijsse alsnog als dank en huldeblijk door de Koninklijke Verkade Fabrieken N.V. werd uitgegeven (ook niet vrij van commercieel belang, lijkt mij), begint ook al zo ogenschijnlijk eenvoudig: ‘Waarom zingen de vogels? Ik weet het niet, maar dit weet ik wel: ze kunnen het niet laten.’ Thijsse was alleen al daarom zo’n goede leraar omdat hij het antwoord echt niet wist en ook niet wilde doen alsof. Hij laat je met die vraag zitten. Ik stel ‘m iedere keer als ik een vogel hoor.
In 1975 is de hele reeks Lente (1906), Zomer (1907), Herfst (1908), Winter (1909) nog eens facsimile door de koekenbakkers herdrukt, compleet met inlegvellen met de uit te knippen en in te plakken plaatjes. Dat was goed voor de nostalgie maar niet voor de natuur. Nee, Thijsse had de firma geen windeieren gelegd. Maar Thijsse’s belang overtreft vele malen die van de koekjesfabriek. En dit is geen kwestie van smaak.
In de laatste Andere Tijden – aflevering wordt Thijsse ten behoeve van het jeugdig publiek met Freek Vonk vergeleken. Nu geloof ik best wel dat Vonk iets bij kinderen kan doen overspringen, ik zie dat bij onze kleindochters. Maar Thijsse hield het bij wat hijzelf onbekommerd echt kon zien als hij de straat uit liep of fietste, eerst in Amsterdam, later in Bloemendaal. Vogels die hij niet zelf had gezien beschreef hij niet eens. ‘Ik heb den Renvogel en den Scharrelaar ook nooit in ’t wild gezien en ben er niet eens zoo heel benieuwd naar.’ Voor wat Freek Vonk allemaal bij elkaar holy molyt moet je eerst het vliegtuig in en daarna een terreinwagen of duikboot.
Ik heb niks tegen koekjes maar het geloof dat vliegtoerisme goed is voor het menselijk welzijn zal ik niet uitdragen. Kijk eerst maar eens om je heen. Dat daar niet genoeg te zien zou zijn is onzin. Of ’t moest komen doordat we natuur en landschap sinds de tijd van Thijsse ernstig verkloot hebben.
Ofschoon iets jonger dan Thijsse deelde Nescio dezelfde wereld van laten we zeggen vóór de komst van de automobiel. En die zou over het verkloten kunnen hebben opgemerkt: ‘God zegene de verantwoordelijke authoriteiten. Als ’t kan een beetje hardhandig.’
Still uit de allerlaatste aflevering Andere Tijden, 23 oktober 2025, Jac. P. Thijsse, de Freek Vonk van de vorige eeuw
In de pas verschenen biografie Meester in het paradijs; Jac. P. Thijsse en het landschap (Dik van der Meulen, Amsterdam 2025) kwam ik het volgende citaat tegen. Thijsse (1865-1945) blikt in een brief terug op alle feestelijkheden en huldigingen die hem in op 25 juli 1935 ten deel waren gevallen toen hij 70 werd:
“Het feest heeft mij de heerlijke overtuiging geschonken dat de waardeering voor ons natuurschoon en ook de belangstelling in onze flora en fauna toch wel veel grooter is dan men oppervlakkig gezien zou vermoeden. Ik heb wel eens in kleinere kring beweerd dat het Nederlandsche volk niet waard is, zoo’n mooi en interessant deel van de wereld te bewonen, maar ik zal me in ’t vervolg voorzichtiger uitdrukken.”
Zou de natuurbescherming in Nederland zonder Thijsse niet op gang zijn gekomen? Natuurlijk wel. Ook nog wel zonder al die Verkade-koekjes, al kon dat laatste wel eens minder zeker zijn. Maar toch, iedere Nederlander behoort te weten dat de Nederlandse natuurbescherming begint met het Naardermeer. En dat Thijsse aan de wieg stond van de Vereniging Natuurmonumenten, die het meer in 1905 uit de klauwen van een onnadenkende gemeenteraad van de stad Amsterdam heeft gered. Thijsse is een natuurmonument.
Er wordt zoveel vergeten tegenwoordig. Gistermiddag werd ik nog door Natuurmonumenten gebeld. Of ik lid wilde worden. ‘Maar ik ben al lid, dat weet u toch?’ ‘Alleen uw naam staat onder die petitie voor schoner water. En niet of u lid bent. Om privacy-redenen, begrijpt u? Maar eh, is uw vrouw dan al lid?’
Om de ministers te imponeren willen ze bij Natuurmonumenten nu een miljoen leden hebben. Vandaar de actie. Ze hadden al een paar keer gebeld. Dat had ik wel gezien maar mijn hoofd staat er niet iedere dag naar actie te voeren. Ook is mijn bivakmuts wel eens in de was. En overigens heb ik er zeer weinig vertrouwen in dat de huidige dubbeldemissionaire ministers zich laten imponeren door iets dat het belang van hun achterbannen ook maar een ziertje zou kunnen schaden. Dat lukt zelfs de Raad van State niet.
Over Thijsse hoef ik toch de loftrompet niet meer te steken. Of toch wel? Thijsse heeft bij leven veel publieke blijken van waardering mogen ontvangen maar dat zegt natuurlijk niets over hoe hij die heeft ervaren. In het citaat hierboven schemert iets door van zijn diepe bekommerdheid met de natuur. Dat is heel erg zeldzaam in zijn boeken. Hoe klein was die kring waarin hij vrijmoedig durfde te stellen dat de staat Nederland, wij dus, de natuur eigenlijk niet waard was? Dat de natuur een andere staat verdiende?
De allerlaatste aflevering van het geschiedenisprogramma Andere Tijden was gewijd aan Thijsse. Dat dat geen volledig beeld opleverde is niet erg. Dat het programma op de NPO geen gelegenheid meer krijgt dat beeld aan te vullen, dat is erg. De dichter Bloem verzuchtte in De Dapperstraat al dat er maar weinig natuur meer in dit land was (Quiet though sad, 1946). Als de cultuur er ook niet meer is om dat vast te stellen is het echt armoe.
Daar ik onder de zeespiegel geboren ben moet ik wel een zeemeerman zijn. Ik had het eerder kunnen weten: op het gemeentewapen van de Wieringermeer werd het schuingevierendeelde schild getorst door twee zeemeerminnen. Dat men mij hiervan tot nu toe onkundig hield was geen kwade opzet. Die ik voor mijn ouders hield waren bovenstebeste mensen, misschien wisten ook zij niet beter, op elke mouw werd maar wat gespeld, de burgemeester niet uitgezonderd. Misschien ook was het gêne, al schamen mensen zich tegenwoordig nergens meer voor. Zoiets van: ‘hij moet er zelf maar achter komen’? Ik ben een fabeldier.
Het huis waarin men zei dat ik geboren was bestaat niet meer. Het huis waarin ik opgegroeide zoekt men tevergeefs. Het gebouw waar ik schoolging wordt gesloopt, de zaal waarin ik gymmen leren moest, en over de kast springen, en vogelnestjes maken, bestaat al jaren niet meer. De gemeente is opgeheven en opgegaan ‘in een groter verband.’ Allerwegen heeft men sporen van mijn verblijf gewist. Het landschap van mijn jeugd bestaat alleen nog in mijn hoofd. Traag weven daar de wieren van mijn herinneringen verhaaltjes aan elkaar. Zij wenken. ’s Nachts blaas ik liederen op mijn kinkhoorn. Alleen walvissen verstaan deze.
https://windparkwieringermeer.nl/ ; het ‘park’ werd in 2020 geopend | Foto: Hendrik-Jan Hofs; De opgewekte elektriciteit gaat voornamelijk naar Agriport: glastuinbouw en datacentra
[ . . .]
Toeval of geen toeval, ik bevind mij ter hoogte van Cultuurweg 8 alwaar Sicco Mansholt boerde aleer hij na die andere oorlog geroepen werd tot het ambt van minister van Landbouw en niet veel later dat van Europees commissaris, belast met Landbouw. Aan de overzijde van de A7 glimmen de kassen van Agriport en voorbij de bocht duister en hoog omhekt de koeltorens van het gebouwencomplex van Microsoft als ware het een militair terrein. Overal draaien de wieken van windmolens. Het lijken wel propellers waarmee de aarde door dit heelal wordt gestuwd.
Daarvan moet ik een tik hebben gekregen, want opeens breekt er een maalstroom van verwensingen in mij los terwijl mijn water zich klaterstraalt bij dat van de sloot. Dat ze toch van-hier-en-van-daar niet moeten denken dat ik het als een Don Quijotte tegen hen opneem en dat ik van-zus-en-van-zo een broertje dood heb aan die idealisten met hun onwrikbare gelijk ja ze wrikken wel maar aan de verkeerde hekken en dat ik van-haver-tot-gort geen brood kan bakken van al die gesubsidieerde tarwe en dat die pa-pa-pa-paprika’s en snoepto-to-to-to-tomaatjes nergens naar smaken in elk geval niet naar echte wind en echte zon en echte regen en dat de onwaarschijnlijke hoeveelheden melk gequoteerd of ongequoteerd rechtstreeks verwerkt worden tot melkpoeder ten behoeve van Chinese zuigelingen waarvan er heel veel zijn, miljoenen en miljoenen wat een markt! wat een oppertjoennuttie! terwijl in de supermarkt een uiterst waterig drankje onder de uiterst dubieuze naam ‘weidemelk’ wordt verkocht, nee aangesmeerd alsof het leven van de consument tot dan toe ongezond en moreel hoogst bedenkelijk was en dat lege schilderijlijsten langs de weg met daaronder de tekst Dit landschap wordt u aangeboden door de moderne land- en tuinbouw, is getekend LTO, niet appelleren aan mijn gevoelens van schoonheid maar getuigen van een barbaars cynisme dat wedijvert met dat van Arbeit macht frei ik bedoel, dat in elk geval recht evenredig is met de hoogte van Nederlandse subsidies, of Europese subsidies, heel veel centen in elk geval, die boeren opstrijken als ze een gruttonest laten staan – laat ze die lijsten ergens in steken waar de zon niet schijnt- en dat het mij geen hol interesseert dat ganzen hun weilanden leeg grazen, hadden ze de tafel voor die dieren maar niet moeten dekken met hun Engels raaigras, helemaal uit Rusland komen die dieren gevlogen! en dat het mij ook geen bliksem kan schelen dat die dappere vogels het vliegverkeer van Schiphol hinderen want dat ik geen boodschap heb aan de ondoorgrondelijke argumentatie dat de onbelemmerde groei van onze nationale luchthaven hoogst noodzakelijk is ‘in ons nationaal belang’ en dat daarvoor ‘offers’ gebracht moeten worden en dat diepgravende wetenschappelijke studies van prof. dr. ir. Poëpjes en prof. dr. ir. Windvaantje onomstotelijk aantonen dat aan alle gestelde eisen wordt voldaan – sinds wanneer worden er van overheidswege onderzoeken gedaan waarvan de conclusies van te voren niet al ingefluisterd zijn? – , dat uit het debacle van de Haarlemmermeer niet de bizarre conclusie getrokken moet worden dat Lelystad (!) de oplossing zal bieden voor een probleem dat wij zelf scheppen want we moeten gewoon ophouden ons land te willen ontvluchten omdat we het hier zelf verpest hebben, en dat zolang dit land geregeerd wordt door mensen die het onderscheid niet weten te maken tussen geld en waarde die grutto’s nooit zullen terugkeren, nationale vogel of geen nationale vogel, en dat zolang dat allemaal ‘normaal’ gevonden wordt, ‘normaal’ maar wat is Cultuur nog in dit land? ‘normaal’ door de managers van de b.v. Nederland er geen leeuwerik boven de velden meer zal opstijgen om zijn hemelse lied te zingen en dat ik ‘s nachts gewoon de echte sterren wil kunnen zien in plaats van die heloranje gloed van die kassen en niet de door Windows mogelijk gemaakte schijnwereld van nepsterren, dat dat venster op de wereld van algoritmes mij benauwt en dat ik duchtig zin heb iedereen die mij voorhoudt dit ‘normaal’ te vinden hartgrondig te vervloeken. Boerenbedrog! “Vervloekt zij hij bij dag en vervloekt bij nacht, vervloekt bij zijn liggen en vervloekt bij zijn opstaan, vervloekt bij zijn uitgaan en vervloekt bij zijn ingaan.”
Een politieauto met een zinledig knipperend display STOP houdt stil voor mijn auto en rijdt dan gierend terug tot tegen mijn voorbumper, alsof mij het wegvluchten onmogelijk gemaakt moet worden. Wat is het probleem, mijnheer? In mijn nood improviseer ik dat ik op de Afsluitdijk al last had van die enorme aantallen IJsselmeermuggen maar dat de ruitenwisservloeistof nu op was. Maar ik heb die gelukkig altijd bij mij, in de Wieringermeer komt dat altijd van pas nietwaar? en het is nu weer in orde, agent. De agent ziet aan mijn jasje ook wel dat ik een keurige heer ben. En in het geheel niet dronken. Nog een goede voortzetting van de reis dan. Kijkt u uit bij invoegen?
Agriport, naar het noordoosten gezien | Foto Olaf Kraak/ANP
Tweede datacenter Microsoft langs de A7, naar het noordwesten gezien | Foto Olaf Kraak/ANP
Het paste lang niet allemaal op de foto, d’r is nog veel meer datacenter van Microsoft en van Google. Ga maar kijken, A7 richting Afsluitdijk, Friesland.
Ook moeilijk op de foto te krijgen: alles wat je ziet ligt zo’n vijf meter onder NAP. Hier moet een Hoogspanningsstation komen en omdat die nog gebouwd moet worden kon Olaf Kraak die natuurlijk niet fotograferen. Ja, hij had Microsoft of Google kunnen vragen daar met AI eens een leuke impressie van te maken. Dat kunnen ze daar heus wel hoor! Lévensecht, alsof dat ding er al eeuwen staat. Je denkt dan net dat dát de echte werkelijkheid is. Had hij niet uit die kouwe helikopter hoeven hangen om plaatjes te schieten die geen enkele mens interesseren.
Ook niet op de foto, ik ga nu maar even door:
De beteuterde bevolking van de Wieringermeer die zich door gladde praatjes van Amerikaanse techbedrijven heeft laten voorspiegelen dat het goed was voor de werkgelegenheid als die centra dáár kwamen
De goedgelovige plaatselijke politici die zich voor dat karretje lieten spannen
De kwaadgelovige plaatselijke politici die een kans zagen er zelf beter van te worden
De actieclub Red de Wieringermeer die daar heel anders over dacht
Jan Meijles
Nou moet ik maar stoppen want ik ken Jan Meijles, ik heb met hem schoolgegaan. Of nee, dat was zijn broer Johan. Het wordt nu dus persoonlijk en dan heb je het debat eigenlijk al verloren.
O, zaten we in een debat? Nou ja, ’t moet er op lijken. Er worden procedures gevolgd. Belanghebbenden mogen ‘inspreken’. En telkens als er een stapje gezet is in het hele proces stijgt de hoogte van de besluitvorming. Op die manier kom je vanzelf boven NAP en dan is alle gevaar geweken.
Vandaag belandt het zogenaamde ‘regioadvies’ van de provincie Noord-Holland op het bureau of in de tas van de minister die over Klimaat en Groene Groei gaat. Heeft die ook wat te doen de komende kerstdagen. Ik zie haar nu al na de vakantie heel ernstig in de camera’s kijken, bekommerd is het woord, en uitleggen hoe moeilijk de besluitvorming was. ‘Het kan niet anders, ziet u?’ En: ‘In het landsbelang is er besloten . . .’
Nee, het was heus niet alleen haar collega-minister van Landbouw die moeite had de kerstkransjes weg te slikken. Maar goed, dan wordt het persoonlijk en dat is geenszins de bedoeling als je zo’n hoog ambt bekleedt. Alles moet zorgvuldig worden gewikt en gewogen. Bijna betraand zal zij haar besluit meedelen. En dat zal verrassend nauwkeurig lijken op het partijbelang, dat de economische groei van haar leden voor hetzelfde houdt als gezond voor iedereen. Leve de democratie. Hoezee voor de vrijheid.
Nee, ’t wordt niks vandaag. Ik word maar sikkeneurig en cynisch. Dat mag best van mezelf maar dat kan ik maar beter in m’n eentje doen. Zal ik vanmorgen Jan eens bellen?
Het woord van het jaar is: hallucineren. Zegt Van Dale. Nou ja, zegt de redactie van Van Dale. Nou ja, toont een filmpje dat in opdracht van de redactie door AI gemaakt is. ‘Deze beelden en audio zijn gegenereerd met AI,’ staat er onder in beeld. ‘Het woord dat 2025 weerspiegelt,’ zegt de voice-over. Die stem boezemt het vertrouwen in van een journalist die weet waarover hij het heeft, laten we zeggen Bram Vermeulen. In beeld verschijnt ook de online woorduitleg van Van Dale op een schermpje: (gezegd van taalmodellen: “informatie verstrekken die niet op (betrouwbare) data gebaseerd is en die daarom onnauwkeurig of volstrekt onjuist is.”). Dit alles bij elkaar roept een paradox op die al een tijdje bekend is: AI-beweringen hallucineren altijd.
Over AI wordt veel beweerd. De mogelijke zegenrijkheid van deze technologie zal ik niet betwisten maar over het vraagstuk of AI de menselijke geest voorbij zal streven overvalt mij deze vrees: niet AI wordt slimmer, maar AI maakt de mens dommer.
Ik dacht niet ogenblikkelijk aan Epimenides. Ik dacht meteen aan Donald J. Trump: ‘I am the greatest president ever.’ Het gaat er niet om of je dit soort uitspraken uit het fonkelende spiegelpaleis formeel logisch kunt ontrafelen en de spreker kunt ontmaskeren als een malloot. Maar je moet er wel iets mee.
Terug naar mijn wereld. Het boek over de ijsvogel heb ik jammer genoeg uit en voorlopig zal ik er maar over op houden. Dit wil nog wel gezegd zijn: het is mij indertijd ontgaan dat Jean-Pierre Geelen in 2015 nog ferme pleidooien heeft gehouden voor de ijsvogel bij de verkiezing van nationale vogel van Nederland. Ik had toen denkelijk heel andere dingen aan mijn hoofd en het zat mij wel goed dat het de grutto geworden is. Nu heb ik andere inzichten.
Dat Geelen in zijn pleitrede Willem van Oranje als argument naar voren schuift leunt naar mijn gevoelen te zeer op valse nationalistische sentimenten. Ook het argument dat de ijsvogel jarenlang een bankbiljet heeft gesierd, het blauwe tienguldenbiljet, vind ik nogal oneigenlijk. Een ijsvogel kost geen tien guldens. Ook geen euro’s of dollars, de waarde van die dingen is volatiel als de beurs. Geef mij maar een vliegende vogel. En verder, door de stijgende temperaturen zal de ijsvogel als soort zeker voortbestaan. Gelet op het criterium we moeten die vogel de winter door helpen komt het ook heus wel goed.
Met de grutto ligt dat anders. Die heeft niet meteen last van het klimaat maar wel van een minister die de boeren maar naar willekeur aan laat rotzooien met het waterpeil. En met nog veel meer. Dáárdoor verkommeren de gruttokuikens en dáárdoor wordt de grutto als soort wel bedreigd. Het Aanvalsplan Grutto was vanaf de start kansloos.
Nog weer een andere vraag is of dat erg is. Natuurlijk is dat erg maar eerlijk is eerlijk, het succes van de grutto vanaf de jaren ’70 was vooral te danken aan een landbouwbeleid dat toen toevallig ingezet werd.
Ik kom er niet uit. Zouden ze daar op Landgoed De Zwaluwenberg (!) bij het haardvuur ook het spelletje gedaan hebben wat hun bijzonderste vogel is? En zouden zij er ook niet uit gekomen zijn? En toen maar besloten hebben dat alle vogels bijzonder zijn? Of zit ik nu te hallucineren?