
Beeld: Vincent Munier
Kraanvogels volgen
in het spiegelend water
volgen kraanvogels
_____
Slechts een rimpeling
in het spiegelend water
als de vogel vliegt

Beeld: Vincent Munier
Kraanvogels volgen
in het spiegelend water
volgen kraanvogels
_____
Slechts een rimpeling
in het spiegelend water
als de vogel vliegt

Herfstsuite in haiku
Wat fluistert er toch,
bewogen door de herfstwind,
en woordenloos licht?
‘Wat wil je nu toch
met die wolk aan de hemel,
vastspijkeren soms?’
‘Wat wil je nu toch
met die populierengeur,
in je zak stoppen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat getik van regen,
je klok aanleren?’
‘Wat wil je nu toch
met dat herfstlicht overal,
in een fles vangen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat ritselend blad,
je kussen vullen?’
‘Wat wil je nu toch
met dat almaar dwarrelen,
almaar vasthouden?’
‘Alles komt en keert
alle blaadjes, hun geuren –
niets gaat verloren’
Wie fluistert er toch,
bewogen door de herfstwind,
en woordenloos licht?

Still uit de documentaire De lepelaar in een roerige wereld, Hilco Jansma, 2025
Héél zachtjes klinkt het
wat lepelaars mee-delen:
oek, oek, oek. En: oek
_____
Opm.
Lang gold de lepelaar als de zwijgzaamste van alle vogels. Ik had die prachtige vogel wel al vaak gezien op Wieringen waar ze vaak rondscharrelen in het natuurgebiedje bij Vatrop. En op het wad als het ebt. Maar ik had ze inderdaad nog nooit iets horen zeggen.
Een terloopse opmerking van de trekvogelprofessor Theunis Piersma in één van zijn boeken trof mij: ze zeggen ‘oek’, maar zó zachtjes dat bijna niemand het hoort. Ik aan het luisteren, maar misschien kwam ik niet dichtbij genoeg.
Piersma kwam ook even in beeld in de documentaire die de bioloog en filmmaker Hilco Jansma over de lepelaar maakte. Daar keken wij gisteravond naar.
Over de documentaire geen kwaad woord. Maar die muziek. Ooit langs het Wad gezworven met een compleet symfonieorkest op de achtergrond? Nou dan. We hebben ‘m maar uitgezet.
Oek.

Meeuwen kantelen,
jagen spoorloos op de wind
hun roep achterna

Voor het blaasconcert
onder de boom veegt iemand
blad weg – bladmuziek

Zomerse loomheid –
nooit moeë mantelmeeuwen
leunen op de wind

Koeien bij Best | foto Lou van der Aa
Door de stofwolken
sjokken de koeien stalwaarts –
zelfs musjes hijgen

Wind onder veren –
een mantelmeeuw tornt voorbij
veren op de wind

Paartje eiders | beeld Birdphoto
Onder de wolken
boven zee: eidereenden
op weg naar elders
_____
Opm.
Toen er in januari op Texel zomaar een zeldzame brileider opdook kwamen er horden mensen op af. Die hoorde thuis in Oost-Siberië, of Alaska. Dat was me dus wat. De horden zijn vertrokken. Wat het lot is van die ene eider weet ik niet.
Voor eidereenden moet je naar de Waddeneilanden. Als je weet hoe die eruit ziet herken je hem meteen. Als je weet hoe hij klinkt ook. Zijn baltsroep houdt het midden tussen een houtduif in vervoering en het ge-oehoe van een bosuil in verwondering. Of een mens die dat nadoet. Maar dan moet het april zijn, de jongen zijn nu al vliegvlug. De Wadden vormen hun zuidelijkste broedgebied.
Om hem te zien heb je wel een kijker nodig: ze foerageren op de mosselbanken die onder water staan. Krabbetjes eten ze ook. En ze hebben een pest aan verstoring.
Na het verbod op de kokkelvisserij leek het wat beter te gaan met hun aantallen. Maar die lopen nu toch weer terug. Wordt het hen hier te warm?
Eiders protesteren niet. Ze vertrekken, stilletjes. Het Wad zal nog stiller worden zonder hen.
Wat moet je, eidereend zijnde, allemaal uit de kast halen om op te vallen? Wanneer word je gemist?