
Slechtvalk belaagt strandlopers boven het Wad | foto Jan van de Kam
Uitéénwaaierend
zwenkt een vlucht strandlopertjes –
door luchtig heden
_____
Oei, da’s niet best: een slechtvalk! Je ziet z’n silhouet in het midden van de foto, ter hoogte van de bovenste vogels in de zwerm. Nou zijn slechtvogels voortreffelijke jagers, dat wordt dus prijsschieten. Een makkie.
Om welke strandlopers het hier gaat kan ik niet zien. Ik weet niet in welk jaargetijde deze foto is genomen. Het zou in de zomer kunnen zijn, het diepe blauw van de lucht duidt daarop. Dan zijn het geen kanoeten want die zijn eind mei al verder getrokken naar Siberië. Je zou dan trouwens ook meer rood moeten zien, hun zomerkleed.
Misschien gaat het om bonte strandlopers, die zijn het talrijkst en komen vooral in het Waddengebied voor. De bovenkant van die bontjes is donkerder dan de onderkant. Als ze zwenken lijkt het wel om twee soorten te gaan. Maar dat is dus niet zo.
Strandlopers hebben hun manier om met die dreiging om te gaan: ze vormen een dichte zwerm. ‘Daar raakt die slechtvalk dan van in de war’ is wat kort door de bocht. ‘Keuzestress’ nog korter. Misschien dat die snelle wisseling van licht naar donker een rol speelt. Maar eigenlijk weten we het niet. Wel dit: het is helemaal geen makkie, zelfs niet voor de snelste vogel op aarde.
Die ene slechtvalk is ook niet de grootste bedreiging voor de soort. Dat is de mens. Niet die éne mens. Een horde is al behoorlijk vervelender. Maar ja, dan kunnen strandlopers verder het Wad op, waar mensen niet kunnen komen, naar de Richel of op Griend bijvoorbeeld, of Engelsmanplaat.
Maar de grootste bedreiging vormt wat je niet meteen op de foto kunt zien: de opwarming van de aarde. Als het water in de Waddenzee almaar stijgt kunnen de vogels niet meer bij de schelpdiertjes en garnalen waar ze van leven. Ook zijn er geen hoogwatervluchtplaatsen meer. Een nog grotere bedreiging is al helemaal niet op de foto te krijgen: de arctische gebieden waar de vogels broeden warmen ontstellend snel op. Gevolg: de sneeuw smelt eerder. Daardoor komen insecten eerder uit de bodem. strandlopers moeten dus eerder in hun broedgebieden bij de poolcirkel aankomen. Ze kunnen namelijk niet verder naar het noorden. Niet omdat je dan van de kaart valt, maar omdat daar helemaal niks meer te eten is.
Eén individuele vogel heeft hier allicht geen weet van. Een zwerm ook niet. ‘De soort’ bestaat helemaal niet, dat is een concept van mensen. Er bestaan een heleboel individuele strandlopers die verrekte veel op elkaar lijken en die veel gemeen hebben. Maar dit is mij duidelijk: als één zo’n paartje strandlopers te laat in het broedgebied aankomt, wordt het niks met het nageslacht. Als dat voor die hele zwerm geldt, komen er in het najaar ook geen jonge strandlopertjes meer mee naar het Wad.
Hoeveel jaar zou het duren voor je daar vergeefs staat te wachten met je fototoestel in de aanslag?








