Met prevelen, met herbeginnen een overwegen en voor zich uit gefluit van tulen weefsels van geluid van webbetjes van tonen – schalen voor de schuwe stilte – weet merel mij de schemer uit het licht in te bewegen: om midden in dit merelen te komen wezen
“Immers, een vervuilde omgeving duidt op een vervuilde geest.”
Zo motiveerde ik mijn overstap van Instagram naar dit blog. ‘Vervuiling’, zeg je? Ja, dat schreef ik. Wacht,
neem een leeg vel papier. Blanco. Onbeschreven, nog maagdelijk, zogezegd. Leg het voor je. Kijk ernaar. Hou dat even vol. Zolang je het er bij kunt uithouden.
Neem dan een pen, een potlood is ook goed. En bedenk dan eens wat er op dat papier geschreven kan worden. Of opgeschreven kan worden. Of moet worden, want er zal toch iets zijn wat je te zeggen hebt.
Laten we nou es aannemen dat het woord ‘natuur’ komt opwellen. Geen idee of dat zo is maar bij mij gebeurt dat dikwijls. Ik hou namelijk erg van de natuur. Van vogels vooral, ik kan bijna niet wachten tot de merels weer hun eerste liederen beginnen te zingen.
Met het woordje ‘natuur’ begint het gedonder meteen al. Ik denk aan merelzang. ‘Een koe is puur natuur,’ meent de boer. Of kip, varken dan wel geit als het om een kippen-, varkens- of geitenboer gaat. En hij vindt de natuur maar een aanslag op zijn verdienmodel.
Daar denkt de natuurbeschermer dan weer heel anders over. Maar zet twee van die natuurbeschermers bij elkaar en je hebt een twistgesprek. Drie van die lui, en je hebt gekrakeel. Tien, en je hebt een volksoproer. Ik zal verder zwijgen over boswachters, hondenuitlaters, recreanten, verliefde stelletjes, natuurfilosofen, lyrici en andere natuurdichters. Zet er de Minister bij van Natuur, die ook nog minister is van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid en je hebt een onbestuurbaar land.
Het woordje ‘natuur’ kan hier niets aan doen. De natuur zelf ook niet. Die is gewoon. Hoor ik al een merel? En nou ben ik nog niet eens begonnen aan het vraagstuk of het mogelijk is in mensentaal iets zinnigs over het zingen van een merel te schrijven. Het ingewikkelde moet nog komen.
Ander woordje: ‘wolk’. Ik denk dan aan wat je wel eens in de lucht ziet. Die op de foto van vandaag zie ik het liefst: dat vluchtige, dat even verschijnen, en dan weer stil verdwijnen. Noem het een windveer. Mij best, ik hou van windveren. Een ander mag van regenwolken houden, van plenzen, van kringetjes in het water, van de geur van de aarde als het net geregend heeft. Allemaal wolken en heel schoon.
Maar nu de baas van Instagram. Die denkt bij ‘wolk’ aan ‘cloud’ en houdt het erop hij daar de baas van is. Hoe meer wolkjes hoe meer baas, meent hij. Dus hij aan ’t roeren in die cloud. Bliksems! Onheilspellende luchten! Onweren zal het!
Wie de gedachtesprong durft te maken snapt hoe moeilijk het is om het precies uit te leggen. Vermoedelijk net zo moeilijk als voor de baas van Instagram om te snappen dat zijn cloud niks met een echte wolk te maken heeft. Of dat de mensen die hun eigenste wolkje op hun maagdelijk papiertje hebben geschreven echte mensen van vlees en bloed zijn.
Kijk, die gedachtegang noem ik vervuild. Opschoning duurt vermoedelijk net zo lang als nodig is om er achter te komen dat centjes niks met waarde te maken hebben. Over al het andere onfatsoenlijks dat opgeruimd moet worden zal ik het vandaag maar niet hebben. Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Zoals iedere dag ook aan zijn eigen schoons genoeg kan hebben.
Hij leunt met meeuwen op de wind. Met wulpen fluit hij liederen de nachten door; tussen de wolken goochelt hij met golven licht. Lichtzinnig schept hij overvloed de hemel uit en rimpelt met het zand. Hij scharrelt met de krabbetjes en ligt bemosseld als het strand. Hij waaiert met plevieren en plooit met horizonnen; hij murmelt ebbelijnen voor en moermelt met de vissen.
Hier rust hij met de wateren en deint met het getij dat heel en al bevat.
Hier waart en wemelt hij en mijmert zomaar wat: de Alom-Onbegonnene.
De overstap van Instagram naar Zinrijk was snel gezet: liever een omgeving die schoon blijft. Immers, een vervuilde omgeving duidt op een vervuilde geest.
Ik stapel stenen, woorden. Dat is mijn spel. Soms blijft het staan, even. Of wat langer. Dan heb ik geluk.
En altijd is er dan de wind. Zijn er de golven. Zijn er de wolken. Is er regen. En de zon, die er mee speelt. Spel in spel.