
Ready Made, twee kleuters
Jij was de goeie en ik was de slechte.
Ik wil liever de slechte zijn.
Nee, ik ben de slechte. Jij bent de goeie.
Waarom moet ik altijd de goeie zijn?
Waarom wil jij niet de goeie zijn?
Twee goeien is niet spannend.
Mag ik dan straks de slechte zijn?
Straks. Maar nu ben jij de goeie.
Joke van Leeuwen, Wuif de mussen uit, 2006
_____
Het gedichtje van Joke van Leeuwen behoeft geen uitleg. Of toch wel? Want waar komt ons moreel besef vandaan?
Kom mij nu niet aan met ‘Het staat geschreven’. Want waarom schreef die kleuter die net had leren lezen en schrijven nou precies dát op? De geschiedenis van de religies leert dat er dan een andere kleuter opstaat die het net weer even anders ziet. De treurige geschiedenis van de mensheid leert dat dat bonje wordt.
Vandaag precies een jaar geleden overleed de primatoloog Frans de Waal (1948-2024). Het belang van zijn inzichten kan moeilijk overschat worden, de reikwijdte ervan evenmin. Als je zijn studies leest laat je het wel uit je hoofd om de stenen zetels van de huidige machthebbers te vergelijken met een apenrots. Of de bezetters van deszelven met chimpansees of gorilla’s. Dat is namelijk een ernstige belediging van die chimpansees en gorilla’s.
Voor de bewijsvoering ervan verwijs ik hier maar naar zijn boeken – het is tenslotte Boekenweek! – maar één fundamenteel inzicht moet in verband met het gedicht benoemd: ook bij apen is een notie van rechtvaardigheid aan te tonen. Zie bijvoorbeeld Van nature goed; over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren (1996). Altruïsme en empathie, en in het verlengde daarvan vertrouwen, wederzijdsheid, opoffering, solidariteit en bereidheid samen te werken, zijn eigenschappen die niet alleen aan de mens zijn voorbehouden. En allerminst een van bovenaf opgelegde moraal. Als de ene aap in een bepaald experiment ontdekt dat een andere aap voor eenzelfde taakje een veel lekkerder beloning krijgt wordt-ie kwaad. En wil-ie niet langer aan het experiment deelnemen. Bonje dus.
De Waal heeft vooral een andere kijkwijze richting de natuur gewezen, naar onze dichtst bijstaande verwanten, de primaten, in het bijzonder. Hij trekt daar ook lessen uit met betrekking tot onze menselijkheid. Die stemmen nederig. In Een tijd voor empathie; wat de natuur ons leert over een betere samenleving (2009) besluit hij zijn observaties met: “Een samenleving die louter op egoïstische motieven en de krachten van de markt stoelt, kan misschien rijkdom voortbrengen, maar niet de eenheid en het wederzijds vertrouwen die het leven de moeite waard maakt.”
Het helpt (een heel klein beetje) het huidige politieke gechicaneer, de ruilhandel in zogenaamde waarden, het gestoethaspel, de regelrechte maffiapraktijken, het nogal onbeholpen zero-sum denken en het al even onontwikkelde transactionalisme als een spel op te vatten. Homo Ludens. Dat is wel een buitengewoon wreed spel. Maar kennelijk moet het geleerd door het te spelen.
Het gaat overigens niet aan alleen de hoofdrolspelers een leertraject voor te schrijven. Want hoe komen ze toch aan die macht?
Terug naar het gedicht. Wie bepaalt wat straks is?








