
Foto: Vian Paashuis
Een wolkje kwam langs,
vertoefde even, talmde,
en trok weer verder

Foto: Vian Paashuis
Een wolkje kwam langs,
vertoefde even, talmde,
en trok weer verder

Naar alle kanten
open gaan – en verwaaien
hazelt de hazelaar

Foto zwarte specht: Natuurmonumenten
Spaanders in het rond
als de specht uit z’n dak gaat:
wat een timmerman!
_____
Opm.
Al een week of twee zijn twee grote bonte spechten alle bomen hier aan de parkrand aan het afstropen: bijna de hele dag hoor je ze ergens roffelen, hameren of hakken. Af en toe zie je er een voorbij schichten met die kenmerkende spechtenvlucht. Al die geluiden hebben een specifieke betekenis. Vogels kijken is vooral vogels luisteren. Het hameren duidt op het toenemende aantal insecten – de temperatuur stijgt richting lentewaarden. De zangvogels zullen nu ook wel spoedig terugkeren. Alles is in beweging in de natuur.
Op de foto een zwarte specht. Die heeft voorkeur voor oud, hoogopgaand hout en die zie je hier dus niet vlak bij huis. De foto kan zo maar in de Kaapse Bossen bij Doorn gemaakt zijn. We zijn daar vorig jaar een hele dag naar die geheimzinnige, schuwe specht wezen zoeken. Je hoorde hem overal maar telkens zat hij net aan de andere kant van de boom. Zijn aanwezigheid bleek niet alleen uit die luide roffel en zijn spechtenlach. Overal in de bomen zaten gaatjes waar precies een eikel of hazelnoot in paste. Voorraad. Maar ze maken ook ieder jaar een nieuw onderkomen. Dit is de tijd.
Over de haiku nog dit. Die berust wel op een voor de hand liggende vergelijking maar is zelf geen metafoor voor iets anders, laten we zeggen de politiek. Dan kun je wel aan de gang blijven met al dat overmoedige vooruitgangsdenken. Zo werkt de natuur helemaal niet en mensen die op zo’n manier in de spiegel kijken zien vaak alleen wat ze zelf willen zien. Die spechten doen wat spechten nou eenmaal goed kunnen en als je daar aandachtig acht op slaat zie je dat heel veel andere dieren daarvan profiteren: boommarters, bosuilen, boomklevers. Geen uitgehakt hol blijft onbenut, geen eikeltje vergeten. Het weefsel van de natuur is veeldradig, veerkrachtig en uitermate precies

Foto: Belterman / BNNVara Vroege Vogels
Wie fluit toch het sein
onder al die smientjes
om op te breken?
_____
Opm.
Een smient snatert niet maar hij fluit. Ook dát is een reden om ‘m een bijzondere eend te vinden. Ze zijn hier alleen in de winter: overal waar open water is met veel vluchtmogelijkheid dobberen ze dan in grote aantallen rond, in de Gouwzee bij Monnickendam bijvoorbeeld, of op de Ouwerkerkerplas. Langs het hele kustgebied. Broeden doen ze in Scandinavië.
De winter is de tijd om ganzen en eenden in de lucht te horen. Hun roepen maakt het verder zo zangloze seizoen spannend. Dat doen ze niet om een territorium af te bakenen of om te baltsen, wel om te waarschuwen als er onheil nadert. Een vos! Een mens! In één beweging is dan een hele groep op de wieken, soms met tienduizend tegelijk.
Zo ergens eind februari, begin maart vertrekken de smienten weer naar het noorden. Opeens ontdek je dan dat ze weg zijn. Niemand weet hoe die smienten nou weten dat ze in hun arctische broedgebieden weer welkom zijn. Die smientjes wel. Alles lijkt vanzelf te gaan. Hoe?
De geluiden van de winter zijn al aan het versterven. De weidevogels zullen de luchten weer gaan bevolken. Alles lijkt vanzelf te gaan. Hoe gaat alles vanzelf?

Kraanvogels volgen
in het spiegelend water
volgen kraanvogels

In breekbaar licht
zingt een heggenmusje
nóg breekbaarder licht