
Beeld Ida Gerhardt (1905-1997): Herma Schellingerhoudt | sinds 2018 op de IJsselkade in Zutphen
’t Werd toch weer bladeren in die meer dan zevenhonderd Verzamelde Gedichten, neuzen, verder lezen, terugbladeren, en af en toe geráákt worden als ik een gedicht beter las. Toen ik de biografie van Mieke Koenen erbij in de kast opzocht zat het prijsje er nog op. Nee, de helft van de prijs dus die moet ik in de ramsj hebben gekocht. Het was een duur boek. Wat is de waarde van de gedichten van Ida Gerhardt in deze tijd?
Het voelde ook aan als ongelezen, ofschoon mij veel vertrouwd voorkwam. Vertrouwd, en dat is toch weer heel iets anders dan bekend. Dat ze classicus was, en jarenlang voor de klas stond, dat ze nog les had gehad van Leopold, dat ze een liefdesrelatie met een vrouw had, een levenlang dezelfde vrouw en dat die ook heel geleerd was, iets met Hadewijch, iets met Psalmen, dat de verhouding tot haar moeder nogal ernstig verstoord was, dit doordien die moeder zelf niet vrij van stoornissen was, dat er een geheimzinnig verband was tussen al deze dingen die ze zelf ook niet begreep, dat ze bijna nooit interviews gaf en ‘verholen’ leefde maar dat Cherry Duyns toch eens een heel bijzonder portret van haar heeft gefilmd, De wording (1988). Ik heb die indertijd gezien maar mijn herinnering is wazig en welk gedicht er toen geboren moest worden weet ik niet meer.
Hoe kan iemand zo nabij komen met ‘achter het hart / der luiken luistert het’ (Zomeravond, in De Hovenier, 1961) en anderzijds zoveel afstand houden met ‘Hadden wij nimmer nog zwanen gezien, / zòuden wij hen op het water ontwaren, / o, wij zouden van vreugde vervaren – / lachen en schreien misschien.’ (De profundis, in Het sterreschip, 1979. En op het gemaaltje bij Monnickendam)?
De IJssel heeft twee oevers. Allicht, iedere rivier heeft twee oevers anders is het geen rivier maar een watervlakte. Ik kan de IJssel de mooiste en levendste rivier van Nederland vinden maar daar kan een ander het geheel oneens mee zijn. Ik heb nu geen zin om uit te leggen waarvoor dit allemaal een beeld kan zijn. En al zou die metafoor in een oogopslag het leven Gerhardt en het mijne, haar levensopvatting en de mijne, haar idee van poëzie en de mijne, haar kennis van de klassieken en mijn kennis van mijn klassieken, enzoverder enzovoorts – ik wou maar zeggen, ik heb veel herkend en veel was mij vertrouwd – al zou die metafoor in een oogwenk dat alles verduidelijken, dan nog zou je om de rivier te zien naar Zutphen moeten. Of naar Deventer want daar stroomt – ie ook. Of terug naar Lobith. Of de Alpen
Wateren rusten
in oneindige luchten –
zwanen gaan er voort









