
Giotto (1266-1337): De prediking tot de vogels door Franciscus (1181-1226)
In het mystieke Zonnelied dat Franciscus van Assisi niet lang voor zijn dood schreef komt een strofe voor die mij erg verwonderde toen ik die voor het eerst las.
Wees geloofd, mijn heer, door broeder wind
en door de lucht en de wolken,
door het heldere en elk ander weer:
door hen houdt gij uw schepselen in stand
(Vertaling Eloi Leclerc, Symbolen van de godservaring; Een analyse van het ‘Zonnelied’ van Franciscus. Haarlem 1970).
Ik ben niet katholiek opgegroeid maar de wind ervaren als je broer begreep ik onmiddellijk. De zon, maan en sterren, het water en het vuur, de aarde als broers en zussen zien: in dat gezin zat ik graag aan tafel.
Mijn verwondering betrof de regel ‘het heldere en elk ander weer’. Zoveel wist ik er dan wel van dat Franciscus aandrong op wereldse armoede en grote nederigheid en dat de monniken van de orde die hij stichtte maar bedelend aan de kost moesten zien te komen. Dat zal bij regen en ontij tot nog wel een beetje meer nederigheid moeten hebben gestemd, dacht ik. Je hebt het niet altijd voor het zeggen, zoiets. En ik stelde me voor hoe Franciscus in een koud en vochtig klooster afwachtte wat mi signore met hem voor had. Naar verluidt waren toen aan zijn beide handen, voeten en in zijn zij vreemde tekenen verschenen, de zogenaamde stigmata. Maar er worden wel meer vreemde dingen over Franciscus verteld, dat hij tot de vogels preekte bijvoorbeeld. De fresco die Giotto daar in de kerk van Assisi van maakte kan onmogelijk op eigen waarneming berusten. Zo’n picturaal beeld gaat z’n eigen leven leiden, al acht eeuwen lang.
In het vroeg Italiaans van zijn tijd (1225) staat er ‘et per aere et nubilo et sereno et onne tempo’. Hoe vertaal je onne tempo / omne tempo? Wat bedoelde Franciscus?
Nu eens schijnt de zon, dan weer is er regen. De seizoenen komen en gaan, het leven vliedt, een rimpeling tussen geboortekreet en stervenszucht. Cum grande humilitate roept Franciscus op alle leven te eren. Maak je niet druk om een beetje regen.
Een schriftgeleerde uitleg laat ik graag aan de schriftgeleerden die hun schriftgeleerd gelijk willen halen. Ook over hen regent de regen. Mijn venster uitkijkend zie ik de regen loodrecht naar beneden komen. Het regent kringen in het water langs het huis. Die vormen weer grotere kringen. Het water stroomt onder de wilgen, die lankmoedig hun takken eroverheen strekken, langs het riet, naar het IJ toe. Naar de grachten waar vandaag de Canal Parade zal worden gehouden. Over alles en allen zal de regen regenen. En het is een lied.












