
Kou uit het oosten –
brandganzen buitelen neer,
zelfs de wind is moe

Foto: Corné van Oosterhout / https://www.ijsvogels.nl/
In een ommezien
brengt hij zilver aan het licht:
het ijsvogeltje
_____
Opm.
Ongeduldig wachtte ik meer dan een week op een seintje van mijn boekhandelaar. Gisteren kon ik het ophalen: De IJsvogel van Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen. Ik had net misgegrepen bij het verschijnen van het boek en moest wachten op een tweede druk. Nu is Geelen wel een bekend en aanstekelijke natuurcolumnist (maar welk volk leest de Volkskrant nog?) en de Vogelreeks van Atlas/Contact niet te volprijzen maar toch, binnen een maand al een herdruk? Van een vogelboek?
Vermoedelijk geldt het voor iedere vogel die je voor het eerst écht in het vrije veld ziet maar voor de ijsvogel toch het meest: dat je je precies herinnert wanneer je die voor het eerst zag. Ik vroeg het mijn vrouw en zij wist ook nog nauwkeurig en waar en wanneer wij voor het eerst samen die schicht hadden gezien.
Het echtpaar Geelen/Van Loenen begint hun boek daar ook mee en er verder doorheen bladerend kwam ik ook ander bekends tegen. De IJsvogel is misschien de meest persoonlijke monografie uit de vogelreeks en ik voel mijn nieuwsgierigheid groeien naar hoe zij dat hebben beleefd. Dat is de paradox van een volstrekt unieke beleving waarvan je weet dat anderen die ook kennen. En die je dus op geheimzinnige wijze toch kunt delen. Het lijkt wel alsof je samen tot een of ander genootschap behoort waarover je het beste maar kunt zwijgen.
Het merkwaardige is dat als je naar een ijsvogel op zoek gaat je hem zelden vindt. Maar als je er niet op bedacht bent dan kan hij jou treffen.
p.s.
Geenen en Van Loenen vertellen ook het verhaal van de foto van die ijsvogel die in 2018 de hele wereld over ging. Voor Christoph van Ingen (13) was het ook de eerste keer, en dan meteen zoiets! Toch vermoed ik dat deze Christoph zich later vooral alle media-heisa herinnert. En Playstation 4. Want die kreeg-ie van de directeur van het Natuurhistorisch Museum, Kees Moeliker. Daar wilden ze hem graag hebben voor de tentoonstelling ‘Dode dieren met een verhaal’. Die ijsvogel hebben ze nog een jaar in bevroren toestand aan het publiek kunnen laten zien. Daarna werd het ijs te dof. Ze hebben toen die vogel nog opgezet. Je ijst ervan.

Foto: Christoph van Ingen, Oostzaan, maart 2018
p.p.s.
Ik probeerde met de haiku iets levends te vangen, al weet ik natuurlijk dat het niet kan. In een herinnering blik je terug: díe keer, die flits. Je kijkt om. Het moment zelf, dat lévende moment, kun je niet terughalen. Als dat het goud is, is de haiku zilver. Je moet het zwijgen.

Foto: Thijs Glastra | SOVON
Met kleine steekjes
doorstikken pimpelmeesjes
de bloezende wind
_____
Opm.
Van de pimpelmezeninvasie in oktober hoor je niks meer. Alleen al op Vlieland werden er op 18 oktober zo’n 50.000 geteld. Het moeten er meer dan het dubbele zijn geweest, de hele kust tot aan Zeeland kwamen ze voorbij. Waar zijn ze allemaal gebleven?


Door wind bewogen
buitelt het blad om zijn as –
om los te laten

Beeld: René Tweehuysen, Waddenzee, zilver licht
Telkens weer
vliegen wulpen even op
of het nog niet ebt

Fluitende wulpen
waaien over naar het wad –
fluiten van de wind
_____
Opm.
Afgelopen week werd bekend dat er niet meer onder de Waddenzee zal worden geboord. De verantwoordelijke minister: “Ik ben heel blij dat we nu een doorbraak hebben geforceerd, want deze kwestie voelde als een gebed zonder end”, liet ze eerder in een reactie weten aan de NOS. “Ik hoop oprecht dat dit zorgt voor rust en duidelijkheid. Met deze overeenkomst geven we gehoor aan een brede wens van de Kamer en de samenleving om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard toe te staan.”
Dit geeft te denken. Blijdschap? Een ‘geforceerde doorbraak’? ‘Kwestie’? ‘Gebed zonder end’?
De minister heeft namens ons allen ‘de kwestie afgekocht’ bij de NAM. Of er bij Shell en Exxon blijdschap heerst weet ik niet. Evenmin of ze bidden.
Maar, o, de wulpen! De wulpen en hun fluiten. Hun fluiten over het Wad.

Alle blad laat los
vasthouden gaat niet langer –
alle blad verwaait

Rotganzen boven de Westerlanderkerk, Wieringen
Troepen rotganzen
tuimelen vermoeid aan land –
vanwaar vertrokken?
_____
Opm.
Deze haiku schreef ik onheuglijke tijd geleden. Na meer dan twintig jaar elders was ik in de jaren negentig weer op Wieringen neergestreken. Van vogels wist ik toen hoegenaamd niets. Van mijzelf nog minder. De laatste regel van de haiku zal vooral daarop hebben geslagen.
Het massale binnenvallen van de rotganzen kondigde het seizoen aan dat naar de winter leidde. De langere nachten, de koudere ochtenden, de heldere luchten, het kleuren daarvan. En daarin het geluid van de rotganzen: rròòòh, rròòòh, rròòòh, rròòòh. Ik kon er naar uitkijken.
Ook uit die tijd:
W e e r z i e n
Met de eerste lentewind vertrokken
heel de zomer gewoon vergeten
in de herfst toch weer gewacht, gezwegen
en gekeken in een lege hemel
vanmorgen zijn ze neergestreken:
rotganzen in ijl winterlicht –
windveren drijven boven zee en
stiller nog, herinneringen
Op Waarneming.nl zag ik dat ze weer zijn gearriveerd. Ik ga vandaag maar eens naar Wieringen.

Trap bij het Dalimuseum, Figueres
Ergens was een trap –
met wat geluk vond je die
en kon je omhoog

Beeld: Vian Paashuis
Een wolkje kwam langs,
vertoefde even, talmde,
en trok weer verder