
De pij die Franciscus van Assisi (1181-1226) verondersteld wordt gedragen te hebben
We bezochten gistermiddag de Duomo di San Martini, de kathedraal van Lucca. Daar bevindt zich de zogenoemde Volto Santo (Heilig Gezicht) van Jezus. Enfin, een heel verhaal dat net zo ernstig tot nadenken stemt als de lijkwade van Turijn, die we aan het begin van onze reis ook getracht hebben te bezichtigen. In Italië kun je maar beter katholiek met de katholieken zijn, laat ik het daar maar op houden.
Toch heb ik wel degelijk eens een diepe ontroering gevoeld bij het zien van een religieus relikwie. Dat was bij de pij die Franciscus van Assisi bij leven gedragen zou hebben en die nog versteld zou zijn geworden door zijn (geestelijke) vriendin Clara van Assisi (1193-1253). Of misschien was het niet eens zozeer dat eeuwenoud stuk getormenteerd textiel, maar het verhaal erachter. Of misschien was het niet eens zozeer het verhaal erachter, want er bestaan vele verhalen over Franciscus. En vele pijen. Il poverello etaleerde zijn armoede wel. Of was het de kerk die dat uitventte?
Toen ik meer dan vijfentwintig jaar geleden dat monnikskleed in de basiliek van Assisi te zien kreeg, kende ik het Zonnelied van Franciscus al. Ten naaste bij zelfs uit mijn hoofd, wat zelfs voor een ongelovige helemaal niet zo moeilijk is omdat de tekst ‘van boven naar beneden’ gaat: eerst de zon, en de maan en de sterren, daarna de wind en de wolken, dan het water. Broeders en zusters. En helemaal op het eind pas de schepselen. En ook de dood, die Franciscus al in het gelaat keek toen hij zijn Zonnelied schreef.
Daar kan geen dogma tegen op.
Altissimu onnipotente bon signore,
tue so le laude, la gloria e l’honore et onne benedictione.
Ad te solo, altissimo, se konfano,
et nullu homo ene dignu te mentovare.
Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,
spetialmente messor lo frate sole,
lo qual’è iorno, et allumini noi per loi.
Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,
de te, altissimo, porta significatione.
Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,
in celu l’ài formate clarite et pretiose et belle.
Laudato si, mi signore, per frate vento,
et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,
per lo quale a le tue creature dai sustentamento.
Laudato si, mi signore, per sor aqua,
la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.
Laudato si, mi signore, per frate focu,
per lo quale enn’allumini la nocte,
ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.
Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,
la quale ne sustenta et governa,
et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.
Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano
per lo tuo amore,
et sostengo infirmitate et tribulatione.
Beati quelli ke ’l sosterrano in pace,
ka da te, altissimo, sirano incoronati.
Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,
da la quale nullu homo vivente pò skappare.
Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:
beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,
ka la morte secunda nol farrà male.
Laudate et benedicete mi signore,
et rengratiate et serviateli cun grande humilitate.
Vertaling:
G.P. Freeman en anderen, Franciscus van Assisi – De Geschriften. Haarlem: Gottmer, 2006 (2e druk)
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig uw naam te noemen.
Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,
vooral door mijnheer broeder zon,
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.
Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde
vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven;
gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn Heer,
en dank en dien Hem in grote nederigheid.
Geef een reactie