
Lepelaars (Platalea leucorodia) | foto: horneman69 / Vroege Vogels
Héél zachtjes klinkt het
wat lepelaars mee-delen:
oek, oek, oek. En: oek
_____
Opm.
Aan het begin van de vorige eeuw kwam de lepelaar alleen in het Naardermeer voor. De gemeente Amsterdam wenste dat meer te gebruiken als vuilstort. Maar ja, die lepelaars dan? En de purperreigers? Jac. P. Thijsse en Eli Heimans luidden in 1905 de noodklok en met de stichting van Natuurmonumenten kreeg de natuurbescherming in Nederland precies een eeuw geleden een (maatschappelijke) stem. Klinkt die luid genoeg?
In de eerste vogeldetermineergids Zien is kennen (Binsbergen en Mooij, 1937) staat bij de lepelaar: Zwijgzame vogel. Thijsse vermeldt in zijn Vogelzang (1938/1965) dat hij van de lepelaar nooit iets anders dan heel zelden een geluid (hoorde), dat lag tussen brommen en zuchten. De nieuwste editie van de Vogelgids van Europa (Svensson, Vogelbescherming / ANWB, 2025): Zwijgzaam. Mede dankzij alle vrijwilligersinspanningen van bijvoorbeeld de werkgroep Lepelaar zijn we meer te weten gekomen over de lepelaar: we moeten gewoon beter luisteren. Lepelaars zeggen ‘oek’.
In het Naardermeer broedt de lepelaar al een tijdje niet meer. Toch lijkt het goed te gaan met de lepelaars als soort: ze hebben de Waddeneilanden ontdekt. Ook elders langs de kust en in het binnenland zijn ze succesvol tot broeden gekomen, tot zo’n bijna 4000 paar. Dat is niet echt veel. De webcam die door Vogelbescherming afgelopen broedseizoen bij een kolonie heeft gehangen bracht deze bijzondere vogel in heel veel huiskamers. Al is dat geen garantie voor beter begrip. Laat staan beter beleid.
Net als de kraanvogel kun je hun trektocht volgen: https://www.globalflywaynetwork.org/tracks/species/platalea-leucorodia.
Wie zich daarin gaat verdiepen beseft dat het niet om die ene vogel gaat, of om dat ene stukje natuur. Wat betekent ‘oek’ voor ons?
Plaats een reactie