
Het aardige van symbolen is dat ze de wetten van de logica ontstijgen. Ze verwijzen naar iets dat groter is dan je als mens bij elkaar kan redeneren. De dichter is dol op symbolen. Ik spreek uit ervaring en mag er dienaangaande dus best een mening op nahouden.
Als ik bijvoorbeeld in een versje vermeld dat de scholeksters op leven en dood roepen dan bedoel ik dat hun kreten je door merg en been gaan *. Probeer maar eens te doen of je hen niet hoort: die redden nog maar net het vege lijf! Er staat wat er staat, letterlijk.
De uitdrukking op ‘leven en dood’ zet evenwel de poort open naar het dichterlijk domein waar geheimzinniger wetten gelden. Wie de sprong waagt naar die overdrachtelijke betekenis realiseert zich misschien dat het in de natuur nooit zo maar een spelletje is: het is eten of gegeten worden. Nou ja, dat is ook maar een opvatting. Vanuit het perspectief van wederzijdse afhankelijkheid, interdependency, is een heel andere opvatting mogelijk. Geheimzinnig inderdaad, maar ik wou even het niveau ontstijgen van to be or not to be. Laat staan dat ik mijn haiku in het licht durf te stellen van het werk van de schrijver van die regel. Of dat ik mij verhovaardig dat mijn versje leidt tot plotselinge verlichting. Ik bedoel, verlichting is mooi maar je kunt ook gewoon de lamp aan doen. Als je hierover gaat bakkeleien in termen van de alledaagse logica, maar ook in de termen van de formele logica, is het eind zoek. De kracht van een symbolische duiding is dat die figuurlijke duiding kan. De zwakte van een symbolische duiding is dat het niet hoeft. Er staat niet wat er niet staat. Ik bedoel: als je je geliefde een gouden ring omdoet, bedoel je ook niet het equivalent van de actuele goudprijs te schenken. Dit alles is erg verwarrend, kijk maar naar het aantal echtscheidingen. En nou moet ik het nog over de Nederlandse vlag hebben.
Als onderscheidingsteken heeft zo’n gekleurde doek een aanmerkelijk voordeel. Dan weet ik bijvoorbeeld dat ik mij van de taal kan bedienen die ik als kind geleerd heb en die ik nu ook al aardig spreek. Helemaal zeker is overigens dat niet en een andere taal vind ik ook spannend.
Nu zijn er mensen die nog een hele ris andere voordelen aan het rood-wit-blauw verbinden, identiteit bijvoorbeeld, en dan wordt het problematisch. Ik vind bijvoorbeeld niet dat ik dan ook privileges geniet die mensen die onder een andere vlag een andere taal geleerd hebben niet genieten. Ik kom dan in het domein van de interdependency en daar liggen de zaken nu eenmaal anders. Je gaat het pas zien als je door hebt, zoiets.
De vlag omkeren is Verwarring 2.0. Het is echt niet zo dat ik mij iedere morgen vertwijfeld afvraag hoe het met mijn identiteit gesteld is maar stellige uitspraken daaromtrent ondermijn ik even enthousiast. Op één en dezelfde morgen kan ik beweren dat ik een geweldig dichter ben en te zelfder ure nog dat ik een onverbeterlijke ouwehoer ben.
Mijn verwarring begint als ik dat rood-wit-blauw gepresenteerd zie als blauw-wit-rood, zoals de laatste dagen weer allerwegen vaak te zien is.
Sommige boeren doen dit. Niet allemaal maar toch, als de driekleur wordt omgekeerd kun je er zeker van zijn dat er ook boerenzakdoeken in de wind wapperen. Een symbool wordt omgekeerd in een ander symbool. Ik begrijp dat dat een boodschap heeft. Maar welke? Dat het hele land omgekeerd moet worden?
Dit is natuurlijk ongelofelijke flauw. Straks belanden we op het niveau dat ze daar zelf mee begonnen zijn en dat ze zelf alle omgeploegde land maar weer keurig moeten terugleggen, voor na voor, en er voor zorgen dat de beken en de andere watertjes weer lekker kronkelen, en de wormen weer terug zijn, en alle insecten, en de vogels. Dat soort gekmakende logica waaraan in deze tijden van polarisatie toch waarlijk geen gebrek is.
Maar wat nou, bedacht ik vanmorgen in een flits van verstandsverduistering, als ik met de vulpen waarmee ik mijn gedichten pleeg te schrijven, die met een massief 18 K gouden punt want anders gaat ‘t niet, fier omhoog geheven langs ’s heren wegen al demonstrerend en profeterend naar ’s Gravenhage toog om aldaar de huidige bestuurderen satori af te dwingen, daarbij enige haiku gevaarlijk dicht voor hun bestuurdersgezicht wapperend, alsmede de punt van mijn vulpen, dat zou toch wel zot zijn, is het niet?
_____
*
Zéér dringend is het
waarvan scholeksters reppen –
op leven en dood
Plaats een reactie