
Beeld: Wim Uyttenbroeck
HEMEL
Hiermee had ik moeten beginnen: de hemel.
Een raam zonder vensterbank, kozijn of ruiten.
Een opening en niets daarbuiten,
maar wijd open.
Ik hoef niet te wachten op een heldere nacht,
noch mijn hoofd in de nek leggen
om de hemel te aanschouwen.
Hij is achter de rug, bij de hand en op de oogleden.
De hemel omwindt me strak
en tilt me van onderen op.
Zelfs de hoogste bergen
zijn niet dichter bij de hemel
dan de diepste dalen.
Op geen enkele plaats is meer hemel
dan op enige andere.
De hemel drukt even absoluut
op een wolk als op een graf.
De mol kan zich even hemels voelen
als de uil die zijn vleugels wiegt.
Een ding dat uit de afgrond valt
valt van hemel in hemel.
Korrelige en rotsachtige,
vloeibare, vlammende en vluchtige
lappen hemel, kruimels hemel,
vlagen hemel, stapels.
De hemel is alomtegenwoordig
zelfs in het onderhuidse duister.
Ik neem hemel op, scheid hemel af.
Ik ben een val in een val,
een bewoonde bewoner
een omhelsde omhelzing,
een vraag in antwoord op een vraag.
De scheiding in aarde en hemel
is geen geschikte manier
om aan dit geheel te denken.
Ik kan er alleen mee overleven
op een preciezer adres
dat sneller is te vinden,
mocht ik worden gezocht.
Mijn bijzondere kenmerken zijn
geestdrift en vertwijfeling.
(Wisława Szymborska, Einde en begin (1993) / Vert. Gerard Rasch
_____
Opm.
Wisława Szymborska (1923-2012) werd in 1996 verrast met de Nobelprijs voor de Literatuur. De zelfverklaarde letterheren en letterdames keken daar van op: ‘huisvrouwenpoëzie’, meenden ze. Vermoedelijk hadden die zich niet zo in de geschiedenis van Polen verdiept. Of waren ze ongevoelig voor de subtiele ironie, waarvoor je trouwens ook weet van die verdrietige geschiedenis moet hebben. Meer dan om wat gezegd wordt gaat het toch altijd om wat niet gezegd kan worden, het verzwegene?
Laat ik nou maar niet beginnen over de deskundigheid van de jury. Straks verzeil ik nog in gebakkelei over de literaire kwaliteiten van de versjes van Bob Dylan. Die kreeg die prijs ook en daar keek ik nogal van op. Over de uitslag van het Songfestival houd ik ook op voorhand ferm mijn mond.
Mijn moeder was van precies dezelfde generatie als Szymborska. Zij was huisvrouw en ook nog zakenvrouw. Zij heeft veel van de wereld gezien en wat niet al. Maar gedichten schreef zij niet. In Polen is zij nooit geweest.
Gisteravond werd bekend wie er een belangrijke literaire prijs in Nederland heeft gewonnen. In een vorig leven had ik mij daarover beroepshalve al lang een oordeel over gevormd, ten einde daar leerlingen van te verwittigen. Maar ik heb geen beroep meer, goddank.
’t Is winderig, er waaien wolken over. Zeilwolken. Statig trekken zij als een vloot naar ’t zuidoosten. Misschien regenen ze ergens uit. Misschien keren ze ook om, eens ze daar gearriveerd zijn.
Plaats een reactie