Spelletje

,

Koekoek | foto Daniele Occhiato

Uit Oost komend fietsten we er gisteren even een omweg voor om de koekoek weer te horen roepen. ’t Was aan het begin van de avond, in het Diemerpark zat – ie, waar we hem eerder ook altijd hoorden toen we nog op IJburg woonden. Koe – koek! Koe – koek! Koe – koek!

Ik telde het aantal keren dat hij riep. Als dat dertien keer was, zou alles in orde zijn. Sommige pijn kun je niet wegnemen. Alles? Zelfs de verontrustende gevolgen van dat clowneske gedrag van die malloot in Het Witte Huis? Nou ja, ik zou in elk geval weer wat kunnen glimlachen om de waanzin van deze wereld.

Dat ‘dertien keer’ had iets te maken met ‘voorbij de grenzen van het begrip’. Nee, niks neurotisch, er kwam een leven lang zoeken naar kennis bij kijken, schade en schande. ’t Is iets van lang geleden. Nescio, Insula Dei.

Van nog veel langer geleden is het kinderliedje dat ik als kleuter geleerd moet hebben: Groen is gras / groen is gras / onder mijne voeten / ‘k Heb verloren mijn beste vriend / ‘k Zal hem zoeken moeten / Hé daar, plaatsgemaakt voor de jonge dame / en de koekoek op het dak / zingt een lied op zijn gemak / o, mijn lieve Augustijn / deze dame zal het zijn.

Dat je een meisje uit moest zoeken gaf te denken. Hoe dee je zoiets? En hoe zat dat met die vriend? De Augustijn in het liedje was mij volslagen onbekend, wat een rare naam, maar vooral omdat ik nog nooit een koekoek op het dak had gezien besloot ik als vijfjarige dat de hele tekst wel aangelegenheden betrof waarover volwassenen in het openbaar niks zouden prijsgeven. In vertrouwelijkheid ook niet, vermoedde ik. Ze gingen voorbij de grenzen van mijn begrip.

De kringdans droeg bij aan mijn beleving van magie. Ik zeg nu magie maar wat ik toen ervoer? Hoe lang geleden ook, ik herinner mij haarscherp een gevoel van ‘een andere orde’ als je de kring moest oversteken, van een ‘andere tijd’, een ‘uit de werkelijkheid stappen’. Of in een andere. Insula Dei.

Het vergt minstens achttien diepgravende studies om broedparasitisme, het voorkomen van de karekiet, wapenwedloop, wapenstilstand, de klank van de hobo, Nescio ’s Insula Dei, het samen fietsen door het Diemerpark, ons beider levensloop, tot hier aan toe, te laten culmineren in het roepen van die koekoek. Dertien keer riep hij.

Dol op spelletjes

jaagt hij eigen echo na:

bos vol koekoeken!

Plaats een reactie