
Abelen langs de bosrand (níet bij ons huis)
Er popelt al iets
vol ongeduld door de bomen –
populierenruis
_____
Opm.
Toen de drie monumentale populieren voor ons huis werden gekapt – naar men zei om zwaarwegende veiligheidsoverwegingen – waren de kraaien hun uitzichtspunt, hun plenaire vergaderruimte en nestgelegenheid kwijt. Ze zochten een ander en vonden die een paar honderd meter verderop. Toen de dagen gingen lengen, zag ik hen druk doende een nieuw bestaan in te richten.
Inmiddels heeft die populier zijn babyzachte blaadjes al in een majestueuze bladerkroon doen veranderen, niet van de ene dag op de andere maar als je goed keek zág je hem groeien. En als je nu goed luistert hóór je hem al ruisen. Populierenruis.
Het gerumoer van de kraaien is allengs verstomd. De nesten zijn gereed, zeven in totaal, een nieuwe orde heeft zich gevestigd. Vermoedelijk worden nu de eerste eieren gelegd, nu het bladerdek zich sluit en de nesten onzichtbaar maakt. Alles verloopt met een bijna niet waarneembare afstemming, met een verbijsterende precisie. Probeer dan maar eens niet in de lach te schieten als je het onhandig menselijk bedrijf beziet: het gekwetter, het gekonkel, het gechicaneer, de draaikonterij.
(Maar het állermooiste, als de zon dit alles beschijnt, en wolken overzeilen, en de wind door de takken speelt: het ruisen van die populier. De populierenruis.)
Plaats een reactie