
Rotganzen boven de Westerlanderkerk, Wieringen
Troepen rotganzen
tuimelen vermoeid aan land –
vanwaar vertrokken?
_____
Opm.
Deze haiku schreef ik onheuglijke tijd geleden. Na meer dan twintig jaar elders was ik in de jaren negentig weer op Wieringen neergestreken. Van vogels wist ik toen hoegenaamd niets. Van mijzelf nog minder. De laatste regel van de haiku zal vooral daarop hebben geslagen.
Het massale binnenvallen van de rotganzen kondigde het seizoen aan dat naar de winter leidde. De langere nachten, de koudere ochtenden, de heldere luchten, het kleuren daarvan. En daarin het geluid van de rotganzen: rròòòh, rròòòh, rròòòh, rròòòh. Ik kon er naar uitkijken.
Ook uit die tijd:
W e e r z i e n
Met de eerste lentewind vertrokken
heel de zomer gewoon vergeten
in de herfst toch weer gewacht, gezwegen
en gekeken in een lege hemel
vanmorgen zijn ze neergestreken:
rotganzen in ijl winterlicht –
windveren drijven boven zee en
stiller nog, herinneringen
Op Waarneming.nl zag ik dat ze weer zijn gearriveerd. Ik ga vandaag maar eens naar Wieringen.
Plaats een reactie