En na de oorlog?

,

Leo Vroman (1915-2014), zelfportret

Vrede

Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten,
dat we eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillend in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door het huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwige stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes
opheft.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman, De Gids, 1954

_____

Opm.

Dit vaak geciteerde Vrede van ‘de vlakbijste dichter’ van Nederland (Kees Fens) kent net zoveel interpretaties als er lezers zijn. ‘Vlakbij’: wie herkent niet dat een trauma levenslang meegedragen wordt? En dat je daar zelfs in de liefde alleen mee bent? Kennelijk legt het gedicht de vinger op zo’n niet te helen wond. Iedereen begrijpt ook onmiddellijk: je kunt een kind wel uit de oorlog halen maar de oorlog niet uit een kind.

De oorlog, intussen, ‘verdwijnt’ niet zomaar: een olijftakje in het snaveltje van een duifje is niet genoeg. Zie Gaza, Israël, Iran, Oekraïne, Rusland, Darfur. Al die andere plaatsen.

Wenen helpt ook niet. Het zit nog dieper dan vlakbij.

Eén reactie op “En na de oorlog?”

  1. ymarleen Avatar
    ymarleen

    Kon die mens schrijven … nog altijd realiteit

    Like

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren