Vergiet

,

Foto: ESA

Op de radio hoorde ik gisterochtend Govert Schilling nog eens uitleggen hoe je veilig naar de op handen zijnde gedeeltelijke zonsverduistering kon kijken. Met een eclipsbril natuurlijk! Daar zal dan wel weer handel in zitten maar ik heb niet zo’n ding. Met een fotonegatief kan het ook, wist ik, maar waar waren die gebleven? Bij de laatste suggestie veerde ik op: het kon ook met een vergiet. Schilling legde de presentatoren enthousiast uit hoe dat kon maar ik zocht al in het keukenkastje. Dat ik dat vergeten was. Ik weet niet wat mij nu het meest verbaast: dat de voorspelling op milliseconden nauwkeurig klopte dat het spektakel van zon en maan om exact 13.04 uur afgelopen zou zijn of dat ik de truc met het vergiet helemaal vergeten was.

Het eerste boezemt mij ontzag in voor de natuurkunde: wat een knappe koppen! Maar tegelijk ook wel een beetje vrees: wat hebben wij in vredesnaam op Mars te zoeken als de mensheid er hier op aarde nog zo’n zootje van maakt?

Die kwestie valt in het niet bij die andere. Hoe kon ik dat vergiet vergeten zijn? Er schoot mij een gedicht te binnen dat ik ooit eens maakte. In de stofmap NOG NAAR KIJKEN vond ik het:

S t e r r e n h e m e l

De nacht is diep – ik ben erin

onder een zelfde zoldering

als ooit als kind beluister

ik het zoeken van de wind

‘Die sterren, mam, de hemel daar:

hangt daar dan soms een groot vergiet

waardoor Gods licht heen schijnt?’

‘Vraag dat maar aan je vader, kind.’

Ik zocht waarom mijn god waarheen

ging ik. De kern van alles zocht ik.

Nu weet ik weer wat ik al wist

Er is een wonderlijk vergiet.

En soms bestaat ook dat zelfs niet.

’t Zal in de winter geweest zijn en ik nog geen vier. Nog vóór 1960 dus, ik schrik ervan als ik dit jaartal opschrijf. Ik liep naast mijn moeder. Hield zij mijn hand vast? De wandeling voerde naar opa die aan de andere kant van dorp woonde, het waarom weet ik niet meer. Het gebeurde op de hoek bij de Maaier; het dorp was helemaal donker. Straatverlichting was toen nog spaarzaam. De straat was stil. Ik keek omhoog. Die sterrenhemel. Die fonkeling, hoe dat kon. Waar dat licht van vandaan kwam. De onbevattelijke uitgestrektheid van het heelal. Mijn ontzag. Mijn verbijstering.

Mijn verwondering nu. Voor mijn kinderlijke uitleg van wat ik toen zag en  onderging hoef ik mij niet te schamen. In Het mysterie van de tijd (2018) van de natuurkundige Carlo Rovelli worden meer absurditeiten besproken, die het alledaags verstand tarten. De tijd is geen rechte lijn, met het verleden ‘achter’ ons en de toekomst ‘voor’ ons.  Zelfs het ‘nu’ is een illusie. Ik kocht het indertijd omdat de pers Rovelli zo roemde om zijn poëtische kwaliteiten. Nu, dát meende ik wel te begrijpen maar voor de theoretische natuurkunde moet ik het boek toch nog maar eens lezen.

Wonderlijk genoeg zijn Schilling, Rovelli en ik in hetzelfde jaar geboren. Wat een overeenkomst, wat een verschillen! Mijn grootvader is al lang dood en begraven, mijn moeder inmiddels ook al een tijdje. Of ook ik sterfelijk ben moet nog bewezen worden. Over ‘God’ valt helemaal niks te zeggen –  dat is gewoon een handig woordje als je ’t niet weet.

Ik kijk naar de ouderdomsvlekjes die op mijn handen lijken te verschijnen. Waarom vond ik op middelbare leeftijd de gebeurtenis bijzonder genoeg om in een gedichtje te prutsen? Waar is het kind dat ik ooit was? Hoe kan ik mij dit nog zo scherp herinneren? Wat is toch dit bewustzijn dat zich deze vragen stelt?

Eén reactie op “Vergiet”

  1. mortallydeerd80ab36fec Avatar
    mortallydeerd80ab36fec

    ‘Wat is toch dit bewustzijn dat zich deze vragen stelt? Heel mooi ‘stukje’!

    Deel je bewust zijn, voor oud zijn toeslaat: vergiet, vergoot, vergeten …

    Like

Geef een reactie op mortallydeerd80ab36fec Reactie annuleren