
De haiku van gisteren was niet van mij. En toch ook wel. Gisteren zijn we het laatste stuk langs de Rijn naar huis gereden en in de auto overdacht ik de ongrijpbaarheid van tijd. Dit werd ook ingegeven door het ingaan van de wintertijd, ook in Duitsland waar wij de nacht hadden verbleven. Opeens was er in de nacht een uur geweest dat nergens ingeboekt stond. Dát uur, bedacht ik, dat was het beste moment om de werking van de tijd observeren, en te ondergaan. Maar toen was het al voorbij.
Het moment ‘nu’ is niet te betrappen: als je het maar uitspreekt, eventjes, is het al weer voorbij. Maar dat ‘even’ duurt wel een eeuwigheid.
Ook voor de ‘grote tijd’ gaat die waarneming op. Zo kijk ik terug op mijn leven, verbaasd dat ik afgelopen zaterdag zeventig geworden ben, en nog even dwaas als toen ik zeven was. Af en toe is er dat besef van een langgerekt heden. Waar is die tijd gebleven?
En zo viel mij de haiku van Van Schagen in, die al vanaf dat ik poëzie lees een metgezel is. Maar de precieze tekst wist ik niet meer. Dan maar zo, dacht ik, en van het inzicht prutste ik de haiku.
Wat dit allemaal te maken heeft met ‘de geschiedenis herhaalt zich’? Of ‘leef in het nu’? Helemaal niets. De geschiedenis herhaalt zich helemaal niet, rijmt zelfs nauwelijks, en alleen maar leven in ‘het nu’ vermogen zelfs de dieren niet te doen.
Tijd is een groot raadsel. Het is maar zeer de vraag of je dat moet willen oplossen. Zéér.
Geef een reactie