Terzo


Palazzo Datini in Prato

Thuis had ik mij in de weken voorafgaand aan onze reis geprobeerd te verdiepen in het beroemde boek van Iris Origo over een koopman in Prato (De koopman van Prato: Francesco di Marco Datini , 1335-1410 (1957)). Dat werd geen succes. Voor de handel heb ik nooit enige aanleg gehad. Maar we zouden nu toch eens in Prato kunnen gaan kijken, stelde ik mijn vrouw voor, als we weer naar het noorden trekken. Daar waren we nog nooit geweest.  En het lokte ons helemaal niet om weer voor de beroemde musea in Florence of Siena in de rij te gaan staan.

Iedereen moet zelf maar weten wat – ie in Prato te zoeken heeft. Waren al die tienduizenden Chinezen hier nou voor het geluk gekomen? We waren helemaal naar de Chinese wijk voorbij de Porta Pistoiese gelopen en veel geluk hadden wij daar niet op straat aangetroffen. Wel opwaaiend zwerfvuil op ongerepareerde trottoirs, schreeuwerige reclames, verpauperende huizen, en zich te pletter vervelende jonge Chinezen. Prato is wat een morsige stad, ongepolijst. Wie een idyllischer beeld van Toscane wil koesteren kan toch maar beter in de rij voor het Uffuzi gaan staan. Ofschoon, daar hoor je off-season dan weer uitsluitend Duits praten. Nou ja, mijn reisadviezen vormen zelden een aanbeveling.

Op het pleintje waar Francesco di Marco Datini zich een heus stadspaleis had laten inrichten waarin hij als rijkste koopman van zijn tijd de belangrijkste mensen uit zijn tijd ontving, een vroegkapitalist mag je wel zeggen, kwamen we oog in oog te staan met de man die naar men zegt aan het einde van veertiende eeuw zoveel voor de stad had betekend en die naast dit pand nog zo’n 400 onroerende goederen in de wijde omgeving bezat. Althans, we keken naar een later standbeeld van hem. En we moesten daarbij nogal omhoog blikken want hij stond hoog op de sokkel. Ook keek hij niet naar ons maar naar wat hij wilde tonen. Zijn rechterhand leek te gebaren dat hij niet anders kon.

Wat hield hij nou toch in zijn linkerhand? Was het wat hij de stad testamentair naliet, een weeshuis voor verlaten kinderen? Of waren het nog te vorderen schuldbekentenissen?

Het museum was dicht want zondagmiddag. We konden het daar dus niet vragen. De reisgids hinkelde tussen hebzucht en liefdadigheid.

Als we weer thuis zijn wil ik toch dat boek van Origo zien uit te krijgen. Zou die Datini nou een beetje gelukkig leven hebben gehad? Of is zijn levensgeschiedenis een der eerste gedocumenteerde gevallen van hoe het afloopt als je meent dat voor geld alles te koop is: een sukkel op een sokkel?

En, vreemd, ik dacht aan Trump.

Geef een reactie