Wohin? Dorthin!


Foto: Marlena Waldthausen / de Volkskrant (zomerserie Onderweg)

Vijf bromfietsers rijden uitwaaierend op een landelijk weggetje dat naar een onzichtbare horizon achter een bomenrij leidt. Het graan is pas geoogst, ’t zal in augustus zijn. Een frisse dag, de jassen moeten aan. Gevaar is er niet zo breeduit te rijden want hier blijven de wegen uitgestorven. Hier is niks te doen. Wolken pakken samen, het zwerk slaat dicht. Wohin? Dorthin!

Nu er zoveel te doen is om de verkiezingswinst van de AfD bij onze oosterburen, en ook bij verwante partijen in Frankrijk, en Italië, en al die die andere landen die zeer gekend zijn om hun toeristische verlokkingen, volg ik met belangstelling de analyses van de enorme aanwas van aanhangers van ideeën die verrassend lijken op die uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Dat liep indertijd niet goed af. Ik vat de teneur van die analyses maar even samen: het loopt nu ook niet goed af. ‘Uitermate verontrustend’, dat is het.

De fotografe had heel iets anders op het oog. Zij portretteerde gewoon jongelui, toevallig in voormalig Oost-Duitsland, die, toevallig of niet, allemaal over zo’n Simson beschikten. Kennelijk hadden ze allemaal een opa die zo’n ding nog in het schuurtje had staan, onder de duivenpoep. Met politiek had het niks van doen. Ze hadden gewoon geen geld voor iets anders. En er was hier inderdaad niks te doen. Was macht man dann? Je gaat naar die ene supermarkt, 15 kilometer verderop. Niet eens voor het bier misschien, maar om lekker bezig te zijn. Wedstrijdje misschien. Lekker knallen. Om te ouwehoeren.

De fotoreportage stond deze week in de Volkskrant. Nee, niet bij zo’n zwaar lullende analyse van hoe slecht het wel niet in de wereld gaat met al die bruine hemden. Het gaat ook erg slecht in de wereld, met al die fascistoïde  ideeën enzo. Daarvoor hoef je trouwens helemaal niet naar het buitenland, ga maar eens turven hoe vaak je in de media uitspraken tegenkomt die in Mein Kampf niet zouden opvallen, nee niet alleen op het Malieveld of bij AZC’s in Kesteren, Loenen of godmagweten waar in Nederland maar ook in de vergaderzaal der Tweede Kamer. Of in de vergaderzaal der Verenigde Naties. Als je ’t tenminste uithoudt bij het verontrustende gesnater van de man die opmerkelijk meer gemeen heeft met Donald Duck dan alleen zijn voornaam. (Met mijn oprechtste excuses aan alle eendachtigen).

De AfD speelt gewiekst in op onderbuikgevoelens die we voor het gemak  maar met ‘Ostalgie’ aanduiden. Geloof het of niet, dat woord rijmt op ‘Noaberschap’. Maar in die hoek willen deze jonge Mopedfahrer (m/v) helemaal niet gezet worden. Die willen vrij zijn, en onafhankelijk.

Ik heb niks met brommers, of die dingen. Toen ik 15 was spaarde iedereen van mijn leeftijd voor een brommer. Mijn grootvader overleed in die tijd en ik mocht zijn fiets hebben. Die wilde ik graag. De koplamp wierp een krachtige, eenpuntige straal op de weg. Járen heb ik er op gereden. Die fiets, eigenlijk was het een rijwiel, met zo’n stuur als een gewei, was niet beter dan de bromfiets van mijn buurjongen. Maar ik kwam waar ik wilde zijn. Of misschien was het andersom en wilde ik zijn waar ik kwam.

En ik denk aan die jongens, áárdige jongens, die aan het begin van de vorige eeuw bij ‘t hek van het Oosterpark leunden en ‘honderd uit te boomen. Een heel kamerameubelement zou je daaraan hebben kunnen verdienen, als je dat allemaal had kunnen onthouden. Er wordt toch zooveel geschreven tegenwoordig.’ (Nescio, Titaantjes (1915)).

Als het zwerk dichtslaat moeten we ons allemaal afvragen waar toch die industriële wolken vandaan komen. En waar we naar toe willen. En waarom.

Plaats een reactie