
Of ik wel wist dat het de week van het verboden boek is, vroeg mijn vrouw terwijl ze de aardappeltjes voor vanavond alvast aan het schillen was. Ik hou er niet van als zij twee dingen tegelijk doet. Maar goed. Eerst de spruitjes, zei ik toen maar, en daarna subiet de sudderlapjes opzetten want we moeten vanmiddag nog naar de Bingo. Maar ze had mij toch wel op een idee gebracht. Van boeken heb ik namelijk verstand. Zij niet. Laat dat verbieden dus maar aan de Heer des Huizes over. Komt-ie.
Als een boek niet over de natuur gaat ken het weg. Ik vind namelijk persoonlijk dat de natuur er maar bekaaid af komt. Dat is gewoon zo en ik ben niet enigste. Dus alles waar ronkende auto’s in voorkomen, of rokende fabrieken, hup op de brandstapel. De fik erin! Versnipperen is ook goed, als het maar weg is. En dan ken je er nog papier-maché van maken.
Ten tweede. Als een boek gaat over mensen die niet net zoals ik het goede met de natuur voor hebben, en die bijvoorbeeld denken dat de lucht alleen gemaakt is voor vliegmachines, of de aarde om er gokpaleizen op te bouwen: hup, de vlammen in! De weg van het vernietigend vuur. Dat ruimt op.
Nu ik er serieus over nadenk moeten misschien alle boeken met mensen erin wel weg. Ken ik mij een boek herinneren met een mens die wel het goede met de natuur voor had, zoals ik? Nee. Nou dan. Of toch eentje, De kleine Johannes, maar dat is een pokke-oud boek en toen had je niet eens auto’s, da’s mij te makkelijk. Oue boeken moeten trouwens sowieso weg, want die meuren naar pislucht. We zijn hier wel in de 21e eeuw.
Dan alle boeken waar dieren in voorkomen. Speelgoeddieren mag, bijvoorbeeld in De avonden, als Frits zijn knuffelkonijn toespreekt. Maar dat is ook weer zo’n rufterig oud boek. Weg ermee dus, dat hoeft niemand meer te zien. Die hele Frits heeft trouwens niks met de natuur. En maar ouwehoeren op niks af.
Dan heb je van die boeken waarin dieren opeens kunnen praten. Nou, als dieren iets niet kennen dan is het wel een beetje fatsoenlijk met twee woorden spreken, zoals ik, van A tot Z, bijvoorbeeld ‘Achterlijke Zooi’. Niels Holgersonnetjes. Winnie de Poetjes. Wacht effen, dat zijn geeneens Nederlandse boeken, dus die komen sowieso op de lijst. Laat eerst die buitenlanders maar eens Nederlands leren. Daarna praten we verder over de inhoud. En dan niet dat zijige gedoe van zo’n Toon Tellegen. Wijsneus. De Verzamelde Werken kunnen zo het gehenna in, de afgrond met dat vuur dat alles verzengt. Laat die vent zelf maar eens zien dat-ie kan vliegen.
De Fabeltjeskrant viel al in de rubriek Sprekende Dieren. Die Dus Niet Kunnen. Maar er zijn veel meer van die boeken die de kinderziel meer schaden dan louteren. Zeg ik dat niet fraai? Voorbeeld? Rupsje Nooitgenoeg! Dat van die rups die een vlinder wordt, alla, maar een boek met een gat erin kan natuurlijk niet. Een boek moet je met eerbied bejegenen, zeg ik altijd. Boeken met ezelsoren zijn ook een gruwel. Misschien kan er ook een Corps Politie Nette Boeken worden opgericht die hierop toeziet, doet die CPNB ook wat nuttigs. Die dan bij mensen in de kast kijkt of de boeken die wel kunnen met genoeg respect behandeld worden. Nou ja, dat is van later zorg, ik ga eerst die lijst eens uittypen.
Wacht effe, je doet toch wel die eigenheimers hè, en niet die vastkokers? En ook niet van die waterige jus zoals laatst.
Plaats een reactie