Dispereert (niet)


‘Demonstratie’ Malieveld 19 september 2026 | Foto: Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Terwijl ik gistermiddag in mijn kluis tussen mijn paperassen rommelde, op zoek naar de aantekeningen die ik toch ooit maakte over het enige toneelstuk dat Slauerhoff ooit schreef (Jan Pietersz. Coen. Drama in elf tafereelen (1931) – een draak van een stuk, daar niet van, maar wel terzake doende als het ging om ook huiselijk despotisme, en als het standbeeld van Coen in Hoorn daar indertijd lucht van had gekregen was -ie flux van zijn sokkel gesprongen om manmoedig met zijn degen op de smoelen van het bekrompen gepeupel in te hakken dat hem zijn heldendom betwistte, zodat die sukkels daar in het gemeentebestuur van zijn geboortestad wel zouden sidderen en huiveren, zoals die bestuurderen nog steeds sidderen en huiveren, een onbeduidend provinciestadje wil kunnen bogen op een groots verleden, nietwaar, en ’t is allicht goed voor het toerisme, en had Coen niet zelf gezegd dat in tijden van handel men de oorlog niet moet schuwen, of was het nou andersom? – toen mij twee berichten uit de buitenwereld bereikten. Zelfs een kluizenaar ontkomt daar niet aan.

Eerstens. Op het Malieveld in de hofstad was een veldslag gaande tussen de rechtsextremisten van Wij Zijn Het Volk en de ME.

Tweedens. Op een steenworp afstand, nou ja, als je goed kunt gooien, op het IJ in elk geval, werd het VOC-schip Batavia door twee slepertjes tussen de veerponten door naar een droogdok gemanoeuvreerd. Niet het ‘echte’ schip natuurlijk maar een replica. Het leek sprekend, zeiden ze. Met het spiegelretourschip uit 1628 was niet best afgelopen († 1629), met de replica uit 1995 liep het ook ten einde.

Derdens. Welke literaire bijdrage had Slauerhoff geleverd om deze roofstaat aan de zee, tussen Oost-friesland en de Schelde te ontmantelen?

Vierdens. Het leesonderwijs. Hiermede is het droevig gesteld.

Vijfdens, tot in het zevende geslacht. Het zevenenzeventigste.

Naar het IJ ben ik niet gegaan, ofschoon de aanblik van zo’n zeilschip op de golven mij misschien wat rust in het hoofd had gebracht. Mijmeringen in elk geval. Ach, de zeilvaart, Het boegbeeld: de ziel. En in zo’n notendopje voeren ze helemaal naar Zuidoost-Azië? Nou ja, van Lelystad naar Amsterdam?

Naar de hofstad ben ik ook niet afgereisd om eens te zien hoe de ME die hooligans op hun smoel timmerde. Ik ga ook nooit naar voetbalrellen, trouwens niet naar voetbalwedstrijden in het algemeen, en ik geloofde zo wel dat ’t ‘walgelijk’ en ‘weerzinwekkend’ was, zoals onze Hoogmogendheden zonder verwijlen het publiek lieten weten.

Onderwijl begonnen beelden van de veldslag op het Malieveld op mijn scherm op te flitsen.  Die waren akelig om te zien. ’t Was oorlog, het leek waarachtig de Tachtigjarige wel.

Eén foto trof mij in het bijzonder. Een tamelijk klein uitgevallen demonstrant, een jongen eigenlijk nog, en in genen dele tot gewelddadige ongehoorzaamheid toegerust, houdt ferm een stuk pvc-buis vast, waaraan bevestigd een pas uit het cellofaan gehaalde Prinsenvlag die maar niet tot wapperen wil komen. Een moedige jongen? Kan zo’n jongen eigenlijk al behoorlijk lezen? vroeg ik mij argeloos af. ‘Dispereert niet’?

Maar ik voelde hoe wanhoop mijn keel toeschroefde toen het besef neerdaalde welk mijnenveld begrijpend lezen scheidt van diep lezen. Wat hebben wij onze kinderen in vredesnaam geleerd? Die Batavieren, Batavia, en dat schip de Batavia, dat was toch ook een en al leugenarij?

Plaats een reactie