
De verantwoordelijke staatssecretaris mocht het dinsdag in Nieuwsuur uitleggen: wat ging zij doen aan de schrikbarende stand van het onderwijs? Tenminste, als je uitging van de resultaten van het PISA-onderzoek dat net op maandag gepubliceerd was. Dit deed de staatssecretaris. De interviewster ook, want anders had ze wel andere vragen gesteld.
De staatssecretaris ontweek eerst behendig de klippen en ravijnen die altijd opdoemen als je naar oorzaken gaat zoeken. Het was een lange weg. Het was een moeizaam gesprek. Daarna gebaarde de staatssecretaris weids met haar arm naar een punt op de horizon: ‘over drie jaar is de neerwaartse beweging tot stilstand gebracht’. Hoe? ‘Met z’n allen’. Dat ging zeker lukken. Zij voelde zich immers tot in haar hart en in haar ziel betrokken?
Je zult maar 15 zijn en dan van je ouders te horen krijgen dat je de op-een-na-slechtste van de klas was. Op die toets dan. Alleen in dat land waar ze de natuur hadden leren te bestuderen, en waar ze hadden leren filosoferen, en waar de literatuur begonnen was, en waar ze de democratie zo ongeveer hadden uitgevonden deden de kinderen het nog beroerder. Op diezelfde saaie toets dan. Boeien! Zijn de kaartjes voor Roxy Dekker nu al op?
Mijn herinnering kan mij bedriegen maar toen ik 15 was hield ik het voor mijn hoogste ambitie niet te deugen. Het leek mij niks lollig ‘naar mun werk te moeten’ en daar dan mijn levensvervulling in te zien. Ook vond ik het stom dat er in de klas niks gezegd werd over ‘de club van Rome’. Bij Staatsinrichting mocht ik niet eens meer vragen wat ‘we’ konden doen om de staat zelf eens naar onze zin in te richten. Van de boeken die ik toen las had de docent wel eens gehoord, ‘maar daar was hij nog niet aan toegekomen’.
Een vergelijking tussen toen en nu is nog schever dan de toren van Pisa. Het was niet beter en het was niet slechter. Wie vergelijkt eindigt altijd verongelijkt. Het alles verpletterende ‘meten=weten’ had ik al vroeg ingeruild voor het onmeetbare ‘wezen’. Ik ga maar en ben. Alleen het niet-deugen heb ik een beetje vol kunnen houden, soms. Maar altijd met hart en ziel.
Het vergt een academische studie (of twee) om het PISA-onderzoek ‘op zijn merites’ te kunnen beoordelen. Wat meet je? Het vergt een beetje nieuwsgierigheid, en vooruit, misschien een portie scepsis, om erachter te komen wie dat onderzoek laat verrichten: de OESO. En waarom: samen nóg beter economisch scoren. Zie de Binnenhoflezing van niet toevalligerwijs de partijgenoot van voornoemde staatssecretaris.
De natuur zieltoogt. De klimaatverandering kan niemand ontgaan. Wapengekletter lost menselijke geschillen niet op. Op het punt van ‘beschaving’ scoren sociaaleconomisch zogeheten ‘ontwikkelde’ landen beneden de waarden die aan medemenselijkheid gesteld mogen worden.
Het vergt wat durf, en vooruit, misschien wat avontuurlijke zin, om buiten de gebaande paden te treden. Wat weet je nu? En vooral, wat weet je nu niet? De vraag is wat mij betreft niet of 15-jarigen adequaat toegerust zijn om aan het wensenlijstje van de OESO te voldoen maar wat voor mensen zij zijn. En wat voor samenleving zij willen vormen. De vraag is: wie ben jij?
Plaats een reactie