
Veenreukgras (Hierochloe odorata) | Foto Krzysztof Ziarnek
Zonder erg moet ik er honderden malen langs zijn gelopen, of zelfs op hebben gestaan met achteloze voeten: veenreukgras. Rook ik dan niks? Het is te vinden langs vochtige weiden en aan waterkanten, hier dus in het veenweidegebied van Westelijk Nederland, in het Waterland. Nu ik mij er in verdiep vanwege mijn lezen in Een vlecht van heilig gras; Hoe de natuur, wetenschap en traditionele kennis ons leren respectvol met de aarde om te gaan (Robin Wall Kimmerer, 2013/2020) kringelt er een weer een herinnering aan die geur langs mijn neusvleugels. We fietsten naar Marken, het was in het late voorjaar, de zon scheen al behaaglijk en het vest kon al uit. We hoorden weer grutto’s, goddank, zagen kemphanen in de plassen, en overal scharrelden ganzen. En we roken de geur van pasgemaaid gras dat hooi aan het worden was. Díe geur. Het was de geur van geluk. Van iets van lang geleden en wat toch heel vertrouwd was. Het was geluk.
Het boek van Wall Kimmerer lag al een tijdje te wachten op de stapel Ongelezen en toen ik daar dan eindelijk mee begon duurde het nog weer een hele tijd voordat ik ’t uit had. En nu ligt het al een flink poosje op mijn schrijftafel te wachten op wat ’t lezen met mij deed. Á la recherche du temps perdu, zoiets. De ongrijpbaarheid van een geur. De ongrijpbaarheid van geluk.
Ergens halverwege het boek kwam ik pas op het idee om eens precies uit te vissen over welke grassoort Wall Kimmerer het nou eigenlijk steeds had. ‘Heilig gras’ rook mij te esoterisch, onwelriekend als de geur die uit het glossy Happinez opstijgt. Daar verwarren ze parfumerie met spiritualiteit. Instant ‘zen-momentjes’, het woord alleen al.
Maar toen het mij duidelijk werd dat de Potawatomi, het inheemse Noordoost-Amerikaanse volk waaruit Wall Kimmerer stamt, verering hadden opgevat voor gewoon gras, nou ja, geurig gras, en dat dat gewone gras hier ook gewoon langs de waterkant groeit, en dat dat onooglijke plantje ook hier te lande en feitelijk in heel West Europa tot vóór de rampzalige industrialisatie van de landbouw gekend werd, en om de geur gezocht, en in deuropeningen gehangen, pas tóen kantelde er iets in mijn beleving. En verdween de geur van mijn aanvankelijke wrevel uit mijn neusgaten. En kon ik weer ruiken.
Het tuimelt nog te veel in mijn hoofd om nu iets zinnigs over dat wonderlijke boek op te merken. Het is wetenschap en oeroude kennis ineen. Het is een geschenk.
Misschien is het ook nog wel de wrevel, die mij altijd overvalt als ik onafgebroken landerijen met geurloos Engels raaigras ingezaaid zie. En daarboven een onnozele boerengrijns die dat voor het mooiste op aarde houdt: ‘Dit landschap wordt u aangeboden door de moderne land- en tuinbouw’. Die wrevel is niet heilzaam. Maar ’t zal anders moeten, dat weten boeren inmiddels zelf ook wel.
In de geschiedenis van de mensheid was het een lange weg van de ontdekking van wat je allemaal met gewoon gras kunt doen naar de veronderstelde huidige zegeningen van Engels raaigras. Op die weg is er veel waardevols en bruikbaars ontdekt, je kunt er manden van vlechten bijvoorbeeld. En bij de juiste keuze tarwe, rijst en mais van oogsten.
Maar er is ook veel verloren gegaan en niet alles wat waardevol is hoeft bruikbaar te zijn. Het belangrijkste daarvan is het gevoel van dankbaarheid, dat uit het hele boek opstijgt, als een geur van lang geleden. Veenreukgras geeft die geur af zonder er iets voor terug te vragen. Wat een geluk.
Plaats een reactie