
Baruch Spinoza / Benedictus de Spinoza (1632-1677)
Anoniem, Postuum portret van Spinoza, olieverf op doek, ca. 1700
‘Gebenedijde’ betekent ‘gezegende’, punt. Maar door wie of wat staat er dan weer niet bij, komma dus. Dat het woord via niet helemaal opgehelderde routes, rechtstreeks grensverkeer of kronkelige sluipwegen, uit het Latijn in het Nederlands is beland (bene, ‘goed, wel’ + dīcere, ‘zeggen’) is gewoon op te zoeken in een etymologisch woordenboek. Terwijl ik zo doende ben, stuit ik op Benedictus van Nursia (480 – ca. 543), de vader van alle kloosterleven in dit deel van de grote wereld. Benedictus qui venit in nomine Domine. Ik hoor mijzelf de baspartij neuriën van het lied uit het Sanctus dat ik als jongeling heb leren zingen.
Maar, komma, ‘Gezegend is hij die komt in de naam des Heren’? Wie is die heer? Als niet-praktiserend agnost raak ik daarvan in de war. Gelukkig vind ik ook de uitleg dat dīcere in onze taal tot het Nederlandse ‘dichten’ heeft geleid. Daar gelden ook wel regels maar geen dogma’s. Ziezo, laat nu de geest maar waaien!
De beroemdste Benedictus hier te lande is natuurlijk Spinoza. Die kent iedereen:

1000 gulden biljet uit 1972; dat zou nu ongeveer 2300 euro waard zijn
En van die belangrijke filosoof heeft iedereen natuurlijk zijn belangwekkende boek gelezen, de Ethica (1678). Anders zou hij toch niet een venster in https://www.canonvannederland.nl/nl/spinoza hebben verdiend?! En is de Spinozapremie niet de begerenswaardigste prijs aller wetenschappers?
Hmm, wat zijn dit voor grappen? Ik moet de mens nog tegenkomen die een briefje van 1000 in de achterzak heeft, ook al heeft iedereen het altijd over geld. Of die de Ethica gelezen heeft, ook al loopt ieders mond over van oordelen. Zelfs het kennisnemen van de Canon van Nederland is op middelbare scholen niet verplicht. De Fabeltjeskrant gaat niet over wetenschap.
De Ethica is een weerbarstig boek dat ook ik alleen maar met hulp van goede uitleggers kon lezen. Of ik Spinoza’s ideeën nou een beetje goed begrijp is maar de vraag want tussen 1678 en 2026 is het boek steeds weer anders uitgelegd, tot aan een musical aan toe. Godbetert.
‘Gezegend’ was Benedictus Spinoza in eigen kring allerminst, ook daarbuiten liep men niet storm voor zijn gedachtegoed. De Joodse gemeenschap waaruit hij voortkwam deed hem in de ban toen hij beweerde dat God en natuur één en hetzelfde is. En nog wel meer. Het ‘maledictus’, de vervloeking die in 1656 vanwege dat idee over hem werd uitgesproken, doet de puriteinste fatwa verbleken tot een oproep aan spelende kinderen in de zandbak de schoenen uit te doen.
Maar ik zou het over dichterschap hebben. Een tekst van Spinoza kwam ik voor het eerst tegen in de bundel Narrenwijsheid (1925) van J. C. van Schagen, als een triomfantelijke vlag boven het titelgedicht. Zestien was ik. De gedichten begreep ik, het Latijnse motto pas toen jaren later een medestudent het voor mij woord voor woord vertaalde: “Hij die terecht beseft dat alle dingen uit de noodwendigheid der goddelijke natuur voortkomen en volgens de eeuwige wetten dezer natuur gebeuren, maakt geen uitzonderingen voor hetgeen vijandig, belachelijk of minderwaardig zou kunnen schijnen, en heeft met niets deernis.” (stelling 50). Dit ga ik niet uitleggen. Het eronder volgend gedicht laat de regen zonder onderscheid over alles en allen zegenrijk neerdalen. Dat ‘regen’ en ‘zegen’ rijmen is bijkomstigheid. De ‘hogere poëzie’ zit in de levenshouding die uit dit niet-oordelende inzicht voortvloeit: ‘daarom geef ik geen namen | ik ga maar en ben’.
Ik voelde mij gezegend, door de regen, door van Schagen, door Spinoza.
En ik voel mij onnoemelijk gezegend dat mijn geest hier in alle vrijheid over mag waaien.
Plaats een reactie