
Op enig moment hebben wij onze platencollectie uit ruimtegebrek van de hand gedaan. Van het bedrag dat Concerto in de Utrechtsestraat daarvoor bood konden wij een reis bekostigen. Aan die reis bewaar ik geen herinnering meer, we hebben samen ook al zo veel gezworven. Maar af en toe slaat nog een pijnlijk gevoel van gemis toe. Die muziek begeleidde onze levens. Bij dat nummer moest je de naald even verzetten. Kras op de plaat.
Aan één plaat in het bijzonder moest ik gisteren denken toen ik Het brilletje van Tsjechov (Amsterdam 2014) herlas. Aan de hand van Tsjechovs De reis naar Sachalin (1893-1894) doorkruist Michel Krielaars het onmetelijke Rusland tot aan het verre Oosten toe. Dat levert veel inzichten in het Rusland van 1890, en vooral van Tsjechov, en nog meer inzicht in het Rusland onder Poetin. Die had toen De Krim nog net niet bezet maar de imperialistische grootheidswaan was al wel allerwegen merkbaar. De meedogenloosheid en wreedheid ook.
Perm vormt de toegangspoort tot Aziatisch Rusland. De stad naderend probeert Krielaars het landschap op te roepen door een schilderij te beschrijven van Isaac Levitan, een vriend van Tsjechov. Dit schilderij:

Isaac Levitan, Владимирка (Vladimirka, 1892)
En daar kreeg ik dus die schimpscheut van die Russische koorliederen die ik al op mijn tiende voor het eerst heb gehoord, de plaat die ik mee mocht nemen toen ik het huis uit ging om te gaan studeren, en mijn leven naar mijn eigen zin mocht inrichten, en die ik in een halve eeuw daarna lang vaak afspeelde. ‘Steppe, du weite’. Ik kon wel janken.
Beoosten Perm ligt Perm 36. En vlakbij Perm 35. Enzovoorts. Krielaars beschrijft die kampen, die in onmenselijkheid niet onderdoen voor Auschwitz. In mijn studententijd, eind jaren ’70, las ik Solzjenitsyn ’s Goelag Archipel (1973-1975). Dat corrigeerde mijn neiging tot melancholie aanzienlijk. ‘Steppe, du weite’?’ Toen ik de verhalen van Varlam Sjalamov te lezen kreeg (Kolyma. Verhalen uit de Goelag Archipel, 1982) was het gedaan met mijn romantisering. Krielaars laat de kettingen rinkelen die Tsjechov op die weg naar Perm gehoord moet hebben. Bannelingen gingen aan elkaar geketend die eindeloos rechte weg naar het oosten, te voet. Er was daar niets meer, achter de Oeral. Alleen stof en verzengend zonlicht. Of sneeuw, en kou. Steppe, du weite.
Toen Poetin op 24 februari 2022 Oekraïne onder de voet probeerde te lopen, en zijn wrede knoet over de Oekraïners sloeg, werd ik omver geblazen. Opeens was het dichtbij. Ik trachtte te begrijpen, las over Poetin ’s Rusland wat ik maar te pakken kon krijgen. Wat ging er in die man om? De studies van Svetlana Aleksijevitsj: hoe konden ze daar in dat onmetelijke land de beelden van Lenin en Stalin weer op de sokkels hijsen? Waren ze al die eeuwen nog niet genoeg geknecht? Maar het is niet te begrijpen en wat er beweerd wordt over de Russische ziel is geleuter. Er is lethargie. Vals sentiment. Corruptie als modus vivendi. Corruptie als modus operandi van de staat. Er is wodka om alle wederzijdse wreedheid en stompzinnigheid te vergeten.
Krielaars beschrijft hoe Tsjechov meer dan een eeuw geleden dezelfde vuiligheid en drek al tegenkwam. En hoe hij daarmee omging. Als arts zocht hij naar de menselijke waardigheid die onder de lompen of de absurde uniformen soms toch nog zichtbaar was. Hij luisterde naar Russische liedjes. Krielaars zingt mee met zijn medereizigers als hij op een of andere boot het spoor volgt.
Met politiek hield Tsjechov zich niet bezig. Hij zou zich stilletjes hebben teruggetrokken op De Krim, veronderstelt Krielaars ergens, als hij de revolutie van 1917 nog had meegemaakt. Dat zou nu niet meer kunnen, ook daar houdt Poetin gruwelijk huis.
In alles zit een hartverscheurende kras.
Plaats een reactie